Dit is geen winnen. Dit is verpulveren

Marianne Vos móést het WK winnen, falen in eigen land was geen optie. Ze liet geen twijfel wie de beste renster van de wereld is.

Netherlands' Marianne Vos reacts as she crosses the finish line to win the Women's Elite Road race World Championships on September 22, 2012 in Valkenburg. Vos won ahead of second placed Australia's Rachel Neylan and third placed Italy's Elisa Longo Borghini. AFP PHOTO / FRANCK FIFE
Netherlands' Marianne Vos reacts as she crosses the finish line to win the Women's Elite Road race World Championships on September 22, 2012 in Valkenburg. Vos won ahead of second placed Australia's Rachel Neylan and third placed Italy's Elisa Longo Borghini. AFP PHOTO / FRANCK FIFE AFP

Redacteur Wielrennen

Valkenburg. Vijf minuten voor de start van het wereldkampioenschap wordt Marianne Vos door een jongen van de catering op haar schouder getikt. Of ze even op de foto wil met zijn vader. Vos knikt, zegt: „Ja hoor, tuurlijk” en poseert naast een opaatje met een pet. Klik, doet de camera. Daarna stapt ze op haar fiets en peddelt naar de startstreep. De jongen en zijn vader kijken naar het plaatje. Ze zien een schuchter glimlachend meisje met een paardenstaart en een zonnebril op. Goh, wat lijkt ze onschuldig.

Maar schijn bedriegt.

Ergens in dat meisje met die paardenstaart schuilt een beest. Een kannibaal. Een monster dat bloemtuilen, gouden medailles en trofeeën vreet. Een renster die prullenbakken in elkaar trapt als ze een keer niet wint. Een scholiere die haar boekenplank doormidden slaat als ze erachter komt dat ze het verkeerde hoofdstuk heeft geleerd. Een ploeggenote die ’s avonds na het diner niet meespeelt met een spelletje ganzenbord of monopoly, omdat ze niet tegen haar verlies kan. Een wielrenster die het liefste zonder kilometerteller traint omdat ze de wedstrijd met zichzelf nooit kan winnen.

Ze wint liever lelijk dan niet. Ooit werd ze wereldkampioene veldrijden door de hele wedstrijd in het wiel van haar concurrentes te plakken, niet één keer over te nemen en daarna het sprintje te winnen.

Vijf keer op rij won ze het wereldkampioenschap wielrennen niet, en elke keer deed het meer pijn dan de vorige keer. Vorig jaar, in Kopenhagen, verloor ze in de massasprint van de Italiaanse Giorgia Bronzini met een half wiel verschil omdat ze te laat aanging. Toen Vos over de finish kwam schreeuwde ze „Neeeeeee!”

Bij de WK in Valkenburg moest ze nóg meer winnen dan al die WK’s in al die andere jaren. Op de WK in eigen land was falen geen optie. Ook niet nadat ze op de Olympische Spelen al goud had gewonnen. De winnaressen van olympisch zilver en brons vierden feest, maar Vos trainde door. Goud binnen en op naar het volgende doel: je moet het maar kunnen.

Aan druk of stress doet Vos niet. Hooguit wat zenuwen, meer paniek voelt ze niet. Op de dag voor de koers deed ze een wedstrijdbespreking voor de junioren, ’s avonds ging ze nog even langs bij een tv-programma van de NOS. Haar voorganger Leontien van Moorsel ging bijna hyperventileren toen ze Vos zag komen aanlopen („Ze hoort op haar bed te liggen!”), maar aan Vos zelf was niets te zien – behalve de zekerheid dat ze de volgende dag zou winnen.

De wedstrijd zelf – een rit over 129 kilometer, met acht rondes van 16,1 kilometer – ontaardt in een slachtpartij. De Nederlandse vrouwen openen na een paar ronden een spervuur van demarrages om de koers hard te maken. Ze plaveien de weg voor Vos; die valt zelf op 35 kilometer van de aankomst aan op de Cauberg. Ze rijdt in één ruk naar een groepje waarin haar ploeggenote Anna van der Breggen al op haar wacht en ze drukt het gaspedaal daarna zo diep in dat het peloton meteen kansloos is. Het gat wordt één minuut, twee minuten, drie minuten – aan de finish zullen het er vierenhalf zijn. Het is dat bondscoach Johan Lammerts op een gegeven moment tegen haar zegt dat het zo wel goed is – anders had ze geprobeerd de rest een rondje te lappen.

Op de laatste beklimming van de Cauberg knuppelt Vos haar overgebleven concurrentes dood met een demarrage op het steilste stuk. Ze doet het op het buitenblad; iets waar de andere vrouwen alleen van kunnen dromen. De Australische Rachel Neylan – op een lichtjaar afstand tweede – zal later zeggen dat Vos een klasse apart is. En de Amerikaanse Amber Neben, die als vierde eindigt, kan niets anders uitbrengen dan: „Je kunt proberen van haar te winnen, maar bij proberen blijft het meestal.”

Vos rijdt solo naar de finish. Op honderd meter voor de streep pakt ze nog even een Nederlandse vlag van een toeschouwer; ze is nog zo scherp dat ze beseft dat ze de vlag niet op z’n Frans moest vastpakken. Ze hoeft niet meer achterom te kijken om er zeker van te zijn dat er iemand terugkomt; voor twijfel is geen ruimte. Niet voor de koers, niet tijdens de koers, niet na de koers.

Dit is geen winnen meer. Dit is verpulveren.