Opinie

Media gooiden olie op vreugdevuur van Haren

De ombudsman

Journalisten hadden alle reden de dreigende escalatie van een verjaardagsfeestje in Haren te verslaan, vindt ombudsman Sjoerd de Jong van NRC Handelsblad. Maar dat pleit media die de zaak aanjoegen, in hun drang naar opwinding,
niet vrij.

Amsterdam, 30 april 1980. De stad kolkt van de krakersrellen. De journalisten Hanneke Groenteman (Vara) en Stan van Houcke (Radio Stad) doen live verslag van de onlusten, vanuit café Schiller.

Zo zou Haren veranderen in een event. Voor iedereen die iets wilde meemaken

Nou ja, verslag, de twee staken hun enthousiasme over de uitbarsting tegen de autoriteiten niet onder stoelen of banken, terwijl de luisteraars optrokken naar de aangekondigde vreedzame demonstratie bij het Waterlooplein. Die eindigde in de ‘slag om de Blauwbrug’.

Dat heette geëngageerde journalistiek, van het mobiliserende – sommigen vonden: opruiende – soort.

Twee andere voorbeelden uit een nog grijzer verleden.

Relman Morin van The Associated Press dicteerde in september 1958 vanuit een telefooncel in Little Rock, in de staat Arkansas, van minuut tot minuut een bloedstollend relverslag. Blanke betogers gingen door het lint, de ochtend dat voor het eerst zwarte scholieren naar een lang gesegregeerde school zouden gaan („De nikkers gaan de school in! Oh, mijn God!”). Morin dicteerde stug door, terwijl rondom zijn telefooncel een veldslag woedde. Hij won een Pulitzerprijs.

Dat was klassieke journalistiek, lang voor internet.

Een laatste, gruwelijk voorbeeld. Bij het lynchen van Jesse Washington, een zwarte man die in 1916 in het openbaar werd verbrand in Waco, Texas, verzamelden zich 10.000 mensen in een opgewonden „feeststemming”, volgens verslagen van ooggetuigen. Ze waren opgetrommeld door kennissen en buren en per telefoon.

Dat was morbide entertainment, lang voor Twitter en Facebook.

Dan nu naar Haren, Groningen.

Was wat daar gebeurde een vorm van journalistieke opruiing? Een spontane oploop naar íets spectaculairs? Een uitbarsting van jeugdig testosteron in vredestijd (en dus niets nieuws onder de zon)? Of een nieuw fenomeen?

Er is een groot verschil met de drie eerdere incidenten. Op het oog stond in Haren juist helemaal niets te gebeuren. Er waren geen sociale of politieke spanningen in dat Groningse dorp, laat staan iets dat in de verste verte te vergelijken was met die Amerikaanse toestanden. Alleen een massa jeugd die iets wilde beleven.

Maar dat zegt niet alles. Want met niets volop in de aandacht komen, dat is helemaal van deze tijd. Zoals celebrities als Paris Hilton ook niet beroemd zijn omdat ze iets presteren, maar omdat ze, nou ja, beroemd zijn. Aandacht is alles, en alles wil aandacht.

Zo zou ook Haren veranderen in een event. Voor iedereen die iets wilde meemaken, van naïeve scholieren tot clowns met een camera. Dat zegt iets over Nederland Partyland, en niet alleen over de media. Zoals een bordje bij de Amsterdam Arena bezoekers eens attendeerde: „alleen parkeren op non-event dagen”. Die zijn blijkbaar al de uitzondering.

In dat opzicht lijkt de mobilisatie van de doelgroep – dit keer jongeren op vrijdagavond – een klein beetje op die van de morbide toeschouwers in Waco, Texas. Maar op een radicaal gedemocratiseerde manier. De Texanen moesten zich behelpen met bakelieten telefoons, tegenwoordig heeft iedereen direct en massaal toegang tot ‘de media’. Roeptoeters zijn we anno 2012 allemaal, en wel 24/7.

Overigens: ook journalisten werden in Haren belaagd en aangevallen. Niet door die naïeve scholieren, maar door een kleine groep van gewelddadige relschoppers, al dan niet met vooropgezette bedoelingen. Het ludieke event werd, zoals te vrezen was, vakkundig gekaapt.

Toch pleit dat de media niet vrij. Want de wereld van het infotainment op radio en televisie joeg de zaak op volle toeren aan. Lachen toch? De aandacht van serieuze journaals en kranten canoniseerde de hype vervolgens. Vanaf het moment dat het feest werd opgepikt door nationale media explodeerde Twitter met aanmoedigingen om naar Haren te gaan.

Het resultaat was een koortsige pirouette van nieuws en amusement, van feiten en verwachtingen, die langzaam maar zeker naar een hoogtepunt toe ging.

De rest is, zoals het heet, een feestje.

Hoe moeten serieuze media hier dan mee omgaan? Moeten die zulke opgeklopte gekkigheid niet negeren?

Nee, alleen al niet omdat vijf minuten Googlen voorbeelden oplevert van eerdere zogeheten Projext X-feesten die volledig uit de hand liepen: dronkenschap, vernielingen, geweld. Er was dus voor media, om maar te zwijgen van de autoriteiten, volop aanleiding om alert te zijn. Zoals het persbureau AP Relman (nomen est omen) terecht naar Little Rock stuurde.

NRC stuurde de afgelopen week Wubby Luyendijk naar Haren. De krant bracht pas op de woensdag vóór het feest een kort bericht. Een dag later volgde een verslag van een eerder ontspoord feest in Utrecht ‘Het liep uit de klauwen’, 20 september) en een gesprek met de burgemeester van Haren (Een Facebook-feestje is geen feestje), met nóg meer voorbeelden hoe het mis ging, in Duitsland en Frankrijk. Dat was nuttige en zakelijke informatie. Ook nrc.next en nrc.nl gingen de zaak volgen vanaf 18 september, drie dagen voor het feest.

Maar alert zijn is nog iets anders dan verwachtingen opschroeven of meedoen, in een algehele hang naar opwinding en verstrooiing. En dat is wat sommige dj’s, tv-shows en cameraploegen deden. Het feestje werd dus dubbel gekaapt: door de relschoppers op internet en op straat, en door het infotainment in de media.

Opgestuwd door de hang naar vermaak en de behoefte om erbij te zijn, belandde de verjaardag van een meisje in een orkaan van nationale aandacht.

Het werd een perfect storm.