Je moet je eigen slavendrijver kunnen zijn

Cellist Pieter Wispelwey wordt dinsdag vijftig. Hij viert het met een feestweekend, een nieuwe opname van Bachs Cellosuites en een varken aan het spit.

Vijftig

„De vorige keer dat ik Bachs Cellosuites op cd opnam, was ik 35. Net zo oud als Bach toen hij ze componeerde. Bij mijn eerste opname van de suites was ik 28. Te jong, vond menigeen. Onzin. Ik hoop ze hierna nog minstens drie keer op te nemen. Het is als met honger, dorst en nog wat andere primaire levensbehoeften; die stoppen toch óók niet op je vijftigste?

„Je bent middelbaar en het heeft geen zin meer het te ontkennen. Ik had er eigenlijk geen behoefte aan het groots te vieren. Maar mijn vrouw zei: doe nou wel. Vier het leven. Dus nu komt er, behalve een feestweekend in het Concertgebouw, ook een partij hier in de tuin, met 150 gasten en een varken aan het spit. Waar ik me het meest op verheug? Op het terugkijken. Al die aandacht hoeft echt niet voor mij, ik ben niet zo’n exhibitionist. Roem is gelukkig erg relatief en klassieke muziek marginaal. Hier in het dorp ben ik überhaupt niet ‘beroemd’. Diederik van Vleuten, dát is onze bekende dorpsgenoot.”

Stad en land

„Ik heb 25 jaar in de Amsterdamse Jordaan gewoond. Toen werd ik 45. We hadden twee kleine zoontjes en opeens lag ik wakker van het idee dat er binnen een straal van vijftien meter nog tientallen mensen in hun bed lagen. Ik voelde me een sardine. Dat we hier in Grootschermer verzeilden, is puur toeval. Deze plek klopte. Ik heb een studio in de kelder waar ik me kan verstoppen, mijn jongens kunnen hutten bouwen en kikkers vangen en in 33 minuten rijd ik naar het Concertgebouw. De spijt is nooit gekomen.

„Zie je daar die koeien? Tot dáár loopt mijn tuin. Ik ben in permanente strijd verwikkeld met de ganzen, de berenklauw, het riet in de sloot. Maar buitenwerk vertreedt de geest, ik vind het niet onprettig. Als ik hier ooit wegga, dan om naar Groot-Brittannië te verhuizen. Mijn vrouw (barokhoboïste Alexandra Bellamy, red.) komt daar vandaan en laten we eerlijk zijn: het glooiende Engeland is ook veel mooier dan al die rechte sloten en eindeloze weilanden hier. Ik probeer hard om overal de Ruysdaels in te zien, maar gevoel voor de esthetiek van de polder komt me niet aanwaaien.”

Honderd concerten

„Soms zijn het er iets minder, dit jaar misschien iets meer. Het is veel, vreselijk veel. Waarom dan toch? Het gezin moet worden onderhouden. En ik heb een huis en een cello. Dat gaat allemaal niet met vijftig concerten. En ik ervaar de meeste aspecten van het reizend bestaan en hard werken niet als een last. Integendeel. De vervreemdende dimensie van dat niemandsland tussen hotels, autoweg, vliegveld en concertzaal en zelfs de eenzaamheid – daar ben ik op een vreemde manier ook van gaan houden. Het quasizorgeloze, het ontbreken van verantwoordelijkheid, mooie hotels, eten in restaurants. Ook voor het studeren is reizen heel goed. Vaak boek ik al tevoren een oefenstudio in São Paulo of Tokio of waar ik ook ben, zodat ik weet: daar heb ik straks vijf uur om te studeren. Aan de jetlag geef ik dan gewoon niet toe. Je moet in dit vak wel een beetje je eigen slavendrijver kunnen zijn.”

Lesgeven

„Mijn lerares Dicky Boeke, die dit voorjaar is overleden, zorgde ervoor dat alles technisch tijdig goed kwam. Het echte studeren, twee uur per dag of meer, ben ik pas als tiener gaan doen. Dicky is twintig jaar een soort muzikale moeder voor me geweest. Ze opende me de oren voor Wagner, voor ballet, van alles. Het belangrijkste wat ik aan haar te danken heb is een sportief, sensueel plezier in het spelen, gecombineerd met liefde voor detail en diepgang.

„Als ik voor haar Bach speelde, impliceerde ze vaak dat ik opnieuw op zoek moest naar wat lekker betekent. De legato’s, de staccati, het genot van een rechte streek, van een barokstokje dat ploegt over die dikke touwen van darmsnaren en zo de verbeelding aanzwengelt. Dat fysieke en bourgondische – ze was van oorsprong Brabants en katholiek – dáár plezier aan beleven; dat dank aan ik haar.

„Zelf gaf ik vroeger ook veel les. Niet de werklast brak me op, maar de schoolse benadering. Nederlandse conservatoria zijn door managers bestuurde beroepsopleidingen. Toen ik een jaar in de VS studeerde, heb ik me ondergedompeld in alle colleges over muziek die daar werden aangeboden. De kans is groot dat ik binnenkort ga lesgeven aan de Musikhochschule Basel, in navolging van pianist Ronald Brautigam. Ik verlang naar meer contact met collega’s. Wat leven in de brouwerij.”

Religie

„Voor veel mensen zijn Bachs Cellosuites heilig. Ze kunnen geheimzinnig en hypnotiserend zijn, daarom zitten de zalen ook altijd vol. Maar ze zijn ook boordevol vitaliteit en niet zelden rustiek. Dat intrigeert me – dat iets zo grofstoffelijks door middel van een raadselachtig alchemistisch procedé blijkbaar toch tot iets spiritueels kan leiden.

„Zelf ben ik atheïst, maar maakt dat iets uit? Volgens mij was Bach óók in de allereerste plaats musicus. Bovendien kijken een gelovige en een niet-gelovige niet anders aan tegen menselijke emoties. Ik geloof absoluut niet dat religieus besef iets zou hebben toegevoegd aan mijn interpretaties.”

Compromissen

„De Cellosuites zijn bundels karakterstukken, elk deeltje is als een imaginaire vriend met wie ik me de afgelopen decennia samen heb ontwikkeld. Na een kleine duizend uitvoeringen sluit ik steeds minder compromissen. Ik word feller, sneller, trouwer aan mezelf. Mijn opname van 21 jaar geleden? Eigenaardig streng en stijfjes. Al was dat juist ook bevredigend om te constateren. Blijkbaar kun je loskomen van jezelf, en van alles wat je ooit als ‘juist’ beschouwde.

„Ook de authentieke uitvoeringspraktijk heeft routines ontwikkeld waar ik vraagtekens bij zet. Dat barokmuziek geen haast zou kennen naar het volgende moment is zo’n cliché. Je moet je als musicus voortdurend blijven afvragen waarom je speelt zoals je speelt. Dat is interpreteren: steeds alle uitvoeringsclichés wegschrapen.

„Privé luister ik zelden naar muziek. Alleen in de auto. Pop mag van mijn vrouw alleen als er goed gezongen wordt. Laatst herbeluisterde ik de Schubert-liedcycli door bariton Dietrich Fischer-Dieskau. In elk lied sprankelt zijn zang alsof hij iets nieuws ontdekt. Die gretige spontaniteit trof me opnieuw diep. Dát is waar het om gaat bij muziek maken.”

Channel Classics

„Gedurende een kleine twintig jaar verschenen al mijn 33 cd’s op het kleine label Channel Classics – óók de twee eerdere opnames van de suites. Mijn carrière is daar begonnen en dankzij het succes van mijn eerste cd’s met Britten en Bach bij Channel heb ik mijn vleugels kunnen uitslaan. Toch heb ik vijf jaar geleden met het label gebroken. De menselijke chemie was op, ik was toe aan iets anders. Ik vind het leuk mijn eigen producer in te huren, iemand die ik op de man af kan vragen: hebben we de juiste sfeer te pakken? Heb ik genoeg kleur gegeven? Het was een ingrijpende beslissing. Maar niet alle huwelijken blijven eeuwig in stand.”

Kwartet

„Solist zijn is solitair. Dat speelt mee in mijn wens weer les te geven, en ook in de beslissing om kwartet te gaan spelen. Ik heb eerder deze maand mijn debuut gemaakt als lid van een strijkkwartet met violisten Pekka Kuusisto en Patricia Kopatchinskaja, wilde virtuozen. Om als kwartet in Beethoven of Schubert te klinken als één instrument is meer tijd nodig dan wij samen hebben, maar dat is zeker geen reden er niet mee door te gaan. Er zijn, heus, meer strijkkwartetten die ondanks hun parttimebasis geweldige dingen doen. Het grappige is dat ik nu een generatie ouder ben dan de andere kwartetleden. De oude man. Maar mijn levenslust is onveranderd. Ik doe alleen alles in een afwijkende volgorde.”

Feestweekend Pieter Wispelwey, 22 en 23/9 Concertgebouw Amsterdam. Het (uitverkochte) concert is vanavond te zien als live-stream via www.concertgebouw.nl/live. Cd/dvd-box met Cellosuites van J.S. Bach en documentaire daarover is vandaag verschenen op Evil Penguin Records.