Fijn om weer thuis te zijn

Een conservator zonder museum is als een vis op het droge. Groot is de vreugde in het Stedelijk nu de favorieten weer getoond worden.

Marjan Boot stond deze week op zaal, trots en uitgelaten. Ze gaf tekst en uitleg bij de geëxposeerde werken waar zij als conservator toegepaste kunst & vormgeving verantwoordelijk voor is. In het oude gebouw stond de toegepaste kunst niet in de vaste opstelling. Nu is er 900 vierkante meter voor gereserveerd. Mensen die bij het Stedelijk werken, kunnen weer genieten van hun werk.

Toch zijn er niet veel vragen nodig om door de gelukzaligheid heen te prikken. Het leed zat diep: acht jaar lang verbanning van de Paulus Potterstraat, waarvan de laatste drie jaar zelfs helemaal zonder gebouw. Boot: „Het was alsof je bij het circus werkte terwijl er geen circus was.” Zij werkt sinds 1996 bij het museum. „Dit is ons huis.” De periode zonder was „ontzettend zwaar”. Vooral ook doordat die dakloosheid steeds langer duurde. „We leefden van tegenslag naar tegenslag. We wisten van tevoren niet: dit gaat acht jaar duren. Wij dachten steeds dat het korter zou zijn.”

Op verjaarsfeestjes kreeg ze er vervelende vragen over. „Zo van: wat doen jullie nu eigenlijk, zo zonder museum? Wel, dat was niet moeilijk te beantwoorden: als conservator ben je geen zaalwachter en voor ons was er vreselijk veel te doen. Neem het digitaliseren en beschrijven van de 60.000 objecten die de collectie toegepaste kunst & vormgeving telt. In dat opzicht was deze gebouwloze periode bijzonder vruchtbaar. Maar toch, de vraag is al niet zo plezierig. En zeker niet de aannames erachter.”

Carolien Glazenburg, conservator grafische vormgeving, vult aan: „Op het gebied van collectiebeheer hadden we ook iets in te halen, voorzichtig uitgedrukt. Het museum van voor de sluiting was te vergelijken met het huis van een groot, wanordelijk gezin. Wanneer ruim je op? Dat was moeilijk, omdat wij een tentoonstellingenfabriek waren geworden, het ging maar door. ”

Conservator Martijn van Nieuwenhuyzen van de allernieuwste kunst citeert Cruijff: „Ieder nadeel heb z’n voordeel.” En hij zegt ook: „Het is een beetje retirer pour mieux sauter”, een stap terug doen om weer beter voor de dag te komen.

Voor Van Nieuwenhuyzen was de sluiting minder dramatisch dan voor andere conservatoren, omdat hij altijd al exposities buiten het gebouw organiseerde, zoals in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA), een dependance voor de meest actuele kunst. „Toch is dit de plek waar je bent opgegroeid. Bovendien kunnen wij nu hedendaagse kunstenaars de gelegenheid geven te reflecteren op de kunstgeschiedenis. Neem Sara van der Heide. Die geeft iedere dag een korte performance, telkens op een andere plek in het gebouw, waarin ze reageert op de kleuren in de kunst en haar omgeving.”

Boot: „Wat ik het meest heb gemist waren de reacties van het publiek.” Ze heeft collega’s die in de afgelopen acht jaar zijn aangenomen. „Die weten niet eens hoe dat is, gevoed worden door het publiek.”

Een van hen, Bart Rutten, is de conservator beeldende kunst. „Voeding van het publiek heb ik inderdaad nooit gehad. Wel van twee verschillende directeuren. Met de eerste, Gijs van Tuyl, heb ik uitgebreid plannen gemaakt voor de vaste opstelling. Toen kwam Ann Goldstein en werd het weer iets totaal anders. Voor mij is dat goed geweest, ik ken de collectie nu nog beter. Het wachten is nu op de reacties van de pers, maar vooral ook op die van het publiek. Zo verheug ik me op brieven van mensen die zich afvragen waar de Barbizon-schilderijen hangen, of het triptiek van Roy Liechtenstein.

„Want al hebben we nu, om het in voetbaltermen te zeggen, een opstelling gemaakt waar we het WK mee kunnen winnen, er zitten toch een paar echte sterspelers op de bank. En mensen verbinden zich met kunstwerken, die werken willen ze zien. Terecht. Ik wil ze graag ontmoeten.”

Het Stedelijk is zondag voor publiek open van 10.00 tot 18.00 uur en a.s. maandag (eenmalig) van 11.00 tot 17.00 uur.