Opinie

Enkelvoudig/meervoudig

Vorige zomer werd hij door een Texaanse rechtbank tot levenslang veroordeeld: de 55-jarige Billy Harris. Hij verdween achter de tralies omdat hij twaalf vrouwen had verkracht. Het verweer van Harris was opmerkelijk. Hij zei dat er in zijn brein meerdere personen huisden, die geen weet hadden van elkaar. Zo was er de sympathieke Bobby, maar ook de agressieve David. David was schuld aan de verkrachtingen. Bobby had er niks mee te maken en wist nergens van.

Een beroemde psychiater kwam in de rechtbank uitleggen dat Harris inderdaad een meervoudige persoonlijkheid had en daarom ontoerekeningsvatbaar was. Kijk, zei de psychiater, de aandoening waar Harris last van heeft, klinkt curieus. Maar ze staat wel in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Dat handboek wordt wereldwijd gebruikt. Psychiaters zijn het er dus over eens dat je aan een meervoudige persoonlijkheid kunt lijden. Groteske onzin, zei een andere deskundige die tijdens de rechtszitting kwam opdraven. De ruziënde deskundigen lieten een beroerde indruk achter.

Hoe zou zo’n rechtszaak nu verlopen? Heeft de wetenschap op dit terrein vooruitgang geboekt en kunnen deskundigen daarmee nu goede sier maken? In het juninummer van het gerespecteerde tijdschrift PLoS ONE beschrijft de Groningse neurowetenschapper Simone Reinders haar onderzoek bij patiënten die gebukt gaan onder hun meervoudigheid. De patiënten werden met nare of neutrale herinneringen geconfronteerd terwijl ze in de ene of in de andere persoonlijkheidstoestand waren. Ondertussen werd met een PET-scan hun hersenactiviteit gemeten. Hetzelfde gebeurde bij gezonde proefpersonen. Maar die moesten veinzen dat ze in de ene of de andere persoonlijkheidstoestand verkeerden. De patiënten lieten opmerkelijke verschillen in hersenactiviteit zien tussen hun persoonlijkheden. Bij de gezonde simulanten was dat niet het geval. Conclusie: de DSM heeft gelijk: de meervoudige persoonlijkheid bestaat en je kunt dat zichtbaar maken op het niveau van de hersenen.

De beroemde psychiater die als deskundige optrad in de zaak tegen Harris had zijn voordeel kunnen doen met het artikel van Reinders. Misschien was Harris dan wel in de psychiatrische kliniek geëindigd en niet in het gevang. Maar de tegenspeler van de psychiater zou evenzeer op vers onderzoek hebben kunnen wijzen. Eveneens uit Groningen. En ook net verschenen in PLoS ONE. Want het julinummer van het tijdschrift bevat een artikel van Rafaele Huntjens dat fataal uitpakt voor de gedachte dat er zoiets bestaat als een meervoudige persoonlijkheid. Haar onderzoek is gebaseerd op het principe dat mensen vertragen in hun reactiesnelheid als je ze afleidt met woorden die een persoonlijke betekenis hebben. Denk aan het verschijnsel dat onze aandacht automatisch wordt getrokken als we ergens onze naam horen. De patiënten van Huntjens deden met hun ene persoonlijkheid een taak en kregen dan woorden te horen die voor de andere persoonlijkheid relevant waren. Dus stel dat Bobby van konijnen houdt en graag Kuifje leest. Als David daar echt allemaal geen weet van heeft en hij moet een taak doen, dan zullen woorden als konijn en Kuifje hem niet van de wijs brengen. Maar de patiënten van Huntjes raakten wel van de wijs. En niet zo zuinig. Conclusie: De DSM heeft het fout. Iemand als Billy Harris beeldt zich misschien in dat hij uit meerdere personen bestaat, maar zijn Bobby en zijn David kennen elkaar heel goed. Het is daarom praktischer om te zeggen dat Billy Harris een leuke en een akelige kant heeft.

Interessant, deze nieuwe onderzoeksbevindingen. Maar in de rechtszaal zullen ze de strijd tussen de deskundigen aanwakkeren. De beroemde psychiater zal uitleggen dat Huntjens alleen maar vertraagde reactietijden heeft gemeten. Zijn tegenspeler zal erop wijzen dat Reinders enkel hersenfoto’s maakte. Wat zegt dat nou helemaal? En een rechter zal denken: tjonge, zo moeilijk kan het toch niet zijn? Meervoudigheid bestaat wel of niet.

Reinders en Huntjens zouden ergens in een Gronings café om de tafel moeten gaan zitten. Ik weet zeker dat ze samen een onderzoek kunnen bedenken dat definitief opheldering verschaft over het bestaan van meervoudig leven. Om het helemaal spannend te maken zouden ze collega’s en deskundigen kunnen uitnodigen om geld in te zetten op de uitkomst van het onderzoek. Wat ik hier beschrijf is het weddenschapsmodel van de emeritus hoogleraar psychologie Willem Hofstee. Andermaal uit Groningen. Zijn idee is dat vooruitgang in kennis te bereiken valt als we ons vantevoren vastleggen op een experiment waarmee alle partijen instemmen.

Dit zou mooi zijn: Reinders en Huntjes bedenken een experimentum crucis, Hofstee fungeert als scheidsrechter en dan verschijnt volgende zomer de oplossing van het vraagstuk in PLoS ONE. Vanaf daar vliegen deskundigen in rechtszaken zoals die tegen Billy Harris elkaar niet langer in de haren.

Ik zet mijn geld op Huntjens. Vanwege de logica. Want als meervoudigen tijdens onderzoek op commando heen en weer kunnen flippen tussen hun persoonlijkheden, moet er sprake zijn van één regisseur. En die is toerekeningsvatbaar.