Voor zijn rubriek Binnenkijken fotografeertThijs Wolzak de wijnkelder van Ferdinand Grapperhaus.

Huis De wijnkelder van hoogleraar arbeidsrecht en advocaat Ferdinand Grapperhaus, gevestigd in het souterrain onder zijn huis in de binnenstad van Amsterdam. „Vroeger was dit de ruimte voor het personeel”, zegt Grapperhaus. Hij prijst het klimaat in deze acht vierkante meter grote ruimte: „Ideaal voor wijnopslag: donker en een vrijwel constante temperatuur van zo’n 15 graden Celsius.” In de kelder heeft hij ongeveer 1.200 flessen ‘opgelegd’. In zijn huis in Frankrijk en in een opslag elders bewaart de hoogleraar nog eens 800 flessen. „Sommige flessen zijn pas over vijf jaar drinkbaar, andere blijven nog wel dertig jaar goed. Maar de direct drinkbare huiswijnen liggen hier ook.”

Favoriete wijnen „Ik heb veel Bourgogne, Bordeaux en wijnen uit Italië en Spanje. Maar ook bijzondere exoten uit Argentinië, de VS en Zwitserland.” Jaarlijks koopt Grapperhaus zo’n 450 flessen. „Ongeveer 220 flessen gebruik ik ieder jaar voor eigen consumptie. Een zelfde aantal doe ik cadeau. Wijn is een mooi cadeau, een intrigerend cultuurproduct.” Buiten de deur drinkt de professor zelden of nooit wijn. „Wat je in de kroeg en op recepties krijgt voorgezet, is meestal bocht. Doe me dan maar water.”

Bij brand meenemen De fles Bordeaux uit 1974 die hij van een inmiddels overleden vriend heeft gekregen. En de Château Gilette die Grapperhaus in zijn handen heeft, een Sauterne uit 1959, zijn geboortejaar. „Die fles ontkurk ik als ik grootvader word. Over een jaar of acht à tien, hoop ik. Volgens de bekende wijngidsen is ’ie dan nog goed drinkbaar.”