Nieuw! Jong! En degelijk

Het Stedelijk Museum in Amsterdam heropent na acht jaar verbouwen. Voor de nieuwe expositie Beyond Imagination mocht iedereen werk insturen.

Hans den Hartog Jager

Medewerker Kunst

GALLERIA CIVICA. MOSTRA DI ISABELLA BISCOTTI Foto: Hugo MUNOZ

Groter kan het contrast nauwelijks zijn. Terwijl op de eerste verdieping van de oudbouw van het Stedelijk uitgebreid de lof van de moderne klassieken wordt gezongen (De Kooning! Newman! Baselitz! Dumas!) leven in het (kleinere) nieuwbouwdeel de jonge, aanstormende kunstenaars zich uit in de expositie Beyond Imagination. Hier nog vooral kunstenaars waar je geen uitroeptekens bij denkt (Matthew Lutz-Kinoy! staat toch wat raar), maar precies daarin zit ook de spanning. Voor Beyond Imagination mocht iedereen die dat wilde werk insturen – wat 657 kunstenaars deden. Hieruit selecteerde een jury twintig voor de expositie. Later zal directeur Ann Goldstein hieruit weer een aantal werken kiezen die ze met gemeentebudget aan de Stedelijk-collectie toevoegt – waarmee dat uitroepteken voor de desbetreffende kunstenaars toch weer een stukje dichterbij komt.

De jury (met onder anderen Stedelijk-conservator Martijn van Nieuwenhuyzen en kunstenaar Melvin Moti) lijkt zich van de ernst van haar taak bewust en koos nadrukkelijk voor werken die aansluiten bij twee van de belangrijkste tendensen die je nu overal ter wereld ziet in de hedendaagse kunst. De ene is een nadruk op performances en tijdelijkheid: veel werken, onder andere van Sara van der Heide, Suchan Kinoshita, Snejanka Mihaylova en Rory Pilgrim, worden eenmalig uitgevoerd of bevatten ‘onaangekondigde performances’ – wat prikkelend klinkt, maar als nadeel heeft dat uw recensent ze niet heeft kunnen zien, omdat ze allen op of na 23 september plaatsvinden. Tegelijk maakt die eenmaligheid, de intensivering van het moment (denk aan Marina Abramovic, de ‘godmother’ van deze herleving) ze vaak wel de moeite waard – dat wordt dus tentoonstellingsagenda’s in de gaten houden.

De andere tendens op Beyond Imagination ligt in veel opzichten recht tegenover die tijdelijkheid: een diepe, verregaande belangstelling voor (de interpretatie van) het verleden. Je zag die ontwikkeling ook al op de Documenta en op Manifesta: veel hedendaagse (postconceptuele) ‘kunstobjecten’ zijn nauwelijks meer dan kale artefacten (kopieën, afdrukken) die het vooral moeten hebben van hun verwijzingen naar complexe, historische verhalen die diep achter het beeld liggen verscholen. Noem het ‘leeskunst’: als toeschouwer kom je nergens als je niet eerst rustig de geschiedenis en de historische achtergrond tot je neemt. Dat vergt nogal wat inspanning (zeker als je snel door het nieuwe museum wilt) maar het is vaak wel de moeite waard, al is het maar omdat deze werken regelmatig een vorm van concentratie en verdieping bieden die je in het ‘normale’ leven maar zelden tegenkomt.

Neem bijvoorbeeld de foto’s die Susanne Kriemann maakte van grillige rotsformaties (waarin ooit zelfs dinosauriërs werden gevonden): die krijgen extra lading doordat ze op precies dezelfde plek werden gemaakt als waar de Duitse oer-fotograaf Albert Renger-Patzch ooit werkte. Of neem Yellow Movie van Rossella Biscotti. Zij projecteert op een scherm allerlei varianten van een intense kleur geel; ondertussen horen we een gesprek tussen de controversiële Nederlandse psychiater Jan Bastiaans (die in de jaren zeventig zijn patiënten behandelde met een combinatie van lsd en het waarheidsserum Penthotal) en zijn ‘cliënt’ Dik de Boef. Het gesprek tussen deze twee is echter zo niet van deze wereld dat je je als vanzelf begint af te vragen waar je eigenlijk naar kijkt en wat dat geel eigenlijk betekent – abstractie, modernisme als een verregaande lsd-trip, het is hilarisch en pijnlijk tegelijk.

Hoe goed en verantwoord al deze werken ook zijn, het nadeel is wel dat Beyond Imagination als geheel een enorme degelijkheid uitstraalt – alsof zowel de jury als de kunstenaars er van doordrongen zijn dat kunst zich in deze curieuze tijden extra moet bewijzen. Juist daarom is Untitled van Christian Friedrich het prikkelendste werk op de tentoonstelling. Geen performance, en geschiedenis zit er ook nauwelijks in: Untitled is simpelweg een tergend, hypnotiserend, overweldigend visueel bombardement. Beelden van de aarde, gemaakt door het Duitse onderzoekscentrum voor lucht- en ruimtevaart DLR trekken voorbij (de satelliet is regelmatig in beeld), maar ook shots van een jongeman die speelt in de branding, waarbij diapositief en -negatief elkaar in een razend tempo afwisselen. Ondertussen dicteert een pijnlijk pulserende bromtoon op de achtergrond een onbestemd ritme.

Zoals gezegd: precies doordat Untitled zich overal aan onttrekt, krijg je het gevoel dat er iets bijzonders, zelfs iets belangrijks over je heen walst – en dan is Untitled ook nog eens behoorlijk ordinair, waardoor mensen er ongetwijfeld enorm boos om kunnen worden. Daarmee is Friedrichs installatie precies het soort kunst met een uitroepteken dat je op een dergelijke tentoonstelling wilt zien – en nu maar hopen dat directeur Goldstein dat ook opmerkt.

Beyond Imagination, t/m 11 november, zie stedelijk.nl

    • Hans den Hartog Jager