Excellent

Komt het ooit nog goed met de vormgeving van ons land? Maandag was het VPRO-programma De Slag om Nederland terug, met het zoveelste geval van een gemeente die onder druk van investeerders zwichtte om een natuurgebied vol te gooien met een bedrijventerrein vol blokkendozen. Daar hadden we er nog niet genoeg van, met onze zevenenhalf miljoen vierkante meter leegstaande kantoorruimte.

De dag erna, op Prinsjesdag, publiceerden vijf ministeries de nota Werken aan ontwerpkracht, een ‘actieagenda’ voor architectuur en ruimtelijk ontwerp in Nederland. Bovenaan die agenda: ‘excellent opdrachtgeverschap’. Het Rijk heeft hierin een ‘voorbeeldfunctie’.

Excellent. Bij dat woord moet je in beleidsstukken altijd op je hoede zijn. Ook in dit geval lijkt dat terecht, als ik afga op de reacties van architecten.

De Rotterdamse architect Ard Buijsen op Twitter: „Hoe kan de overheid excelleren als ze zelf geen architecten meer wil inhuren?” Steeds vaker verloopt de opdracht immers via een derde partij, legt architect Kees van der Hoeven mij uit. Hij werkte in de jaren tachtig bij de Rijksgebouwendienst. „Toen had het Rijk nog die voorbeeldrol. Nu is dat allang niet meer zo. Kijk bijvoorbeeld eens naar de renovaties van de ministeriegebouwen van Economische Zaken en het voormalige VROM. Daar zijn de architecten, Hans Ruijssenaars en Jan Hoogstad, niet meer bij betrokken.”

Zulke projecten moet het Rijk Europees aanbesteden bij consortia van banken en aannemers, die er meteen vijfentwintigjarige contracten bij leveren voor onderhoud en kantinebeheer. „Die consortia kiezen de architect. Het gaat niet meer om de architectonische kwaliteiten alléén.”

Ironisch genoeg zijn het nu de markt en de lokale overheden die wél het goede voorbeeld geven. Van der Hoeven: „De nieuwbouw van het Muziekcentrum Vredenburg wordt geleid door de oorspronkelijke architect Herman Hertzberger, net als bij de renovatie van zijn Centraal Beheer-gebouw. Van Mourik Architecten mag van de provincie het verbouwingsplan maken voor hun eigen hoofdkantoor van Fortis. De markt en de gemeenten hebben die prachtige architectuur-voorbeeldfunctie overgenomen. Hoe kan het Rijk nu in deze nota oproepen tot excellent opdrachtgeverschap als het geen invloed meer kan hebben op de keuze van de architecten? Dan kan excellent opdrachtgeverschap alleen maar betekenen dat je goed bent in het sluiten van deals met banken en aannemers.”

De gunning gaat naar de ‘economisch meest voordelige inschrijving’. Kortom: het geld bepaalt de vormgeving. De architect is tegenwoordig maar een van de spelers in een complex netwerk van opdrachtgevers, investeerders, speculanten, aannemers. De nota spreekt in dit verband van een „terugtredende overheid”.

Dat klinkt als even onontkoombaar als een „stijgende zeespiegel”, maar het is wel degelijk een bewuste beleidskeuze om meer aan de markt over te laten. Wil het Rijk echt „werken aan ontwerpkracht” dan moet het juist op de voorgrond treden. En dan niet met schijnbeloftes van excellent opdrachtgeverschap.