Verzoener die hielp van Spanje democratie te maken

De keuze is niet monarchie of republiek, maar democratie of dictatuur, hield Carrillo in 1976 zijn kameraden voor. Dat versoepelde de overgang naar democratie in Spanje.

Na een ballingschap van 38 jaar slipte Santiago Carrillo eind 1976 Spanje binnen, vermomd onder een enorme pruik. De rechtse dictator Franco was al ruim een jaar dood. De door el generalísimo aangewezen opvolger, koning Juan Carlos, zat op de troon. Maar Spanje was nog lang geen democratie. Dat het land dit twee jaar later alsnog werd, was niet in de laatste plaats te danken aan de gisteren overleden communistenvoorman Carrillo.

Na zijn heimelijke terugkeer werd hij aanvankelijk vastgezet. Maar in gesprekken met interim-premier Suárez wist hij hem te overtuigen dat ook de communisten thuishoorden in het meerpartijenstelsel dat er moest komen. Carrillo was bereid hiertoe een grote concessie te doen: zijn PCE zou de monarchie accepteren. Hij hield zijn partij voor „dat de keuze niet gaat tussen monarchie en republiek. Maar tussen democratie en dictatuur.”

De uitruil tussen Suárez en Carrillo was een belangrijke doorbraak in de Transitie. Spanje kreeg een nieuwe grondwet, een amnestieregeling en democratische verkiezingen.

In februari 1981 deed een groepje officieren van de Guardia Civil nog een staatsgreep door het parlement te gijzelen. Toen coupleider Tejero zijn pistool leegschoot in het plafond, dook Carrillo, samen met Suárez, als een van de weinigen niet weg onder zijn stoel. De putsch faalde.

Carrrillo werd in 1915 geboren in een links gezin, met een vader hoog in de vakbeweging. Zoon Santiago werd als jonge puber meteen politiek actief. Tijdens de Tweede Republiek versloeg hij voor het socialistische partijblad hoe koning Alfonso XIII met ballingschap werd gestuurd. Toen in 1936 na een militaire staatsgreep de Burgeroorlog uitbrak, vocht hij mee aan Republikeinse zijde.

Enkele weken voordat Franco’s troepen de oorlog zouden winnen, vluchtte Carrillo naar het buitenland. Hij vestigde zich uiteindelijk in Parijs, waar hij in 1960 tot leider van de PCE werd gekozen. De politicus, die zich van jeugdige bolsjewiek aanvankelijk had ontwikkeld tot een fervent stalinist, pleitte tijdens zijn ballingschap geleidelijk aan steeds hartstochtelijker voor „nationale verzoening” in Spanje.

Na zijn sleutelrol in de Transitie bracht de democratie zelf hem geen succes. De PCE verloor de strijd op links van de gematigdere arbeiderspartij PSOE van de charismatische Felipe Gónzalez. In 1982 werd Carrillo na twee teleurstellende verkiezingsresultaten de partij uitgewerkt. Met een eigen splinterpartij haalde hij vier jaar later vervolgens geen zetel. De PCE zelf ging op in de linkse partijfederatie IU. In de economische crisis kaapt zij nu veel stemmen van de PSOE.

MERIJN DE WAAL