Geboren leider, meedogenloze winnaar

Amerikaan Taylor Phinney (22) is een van de favorieten bij het WK tijdrijden dat vandaag in Valkenburg wordt verreden. Hij heeft nu al het charisma van een vedette.

DENVER, CO - AUGUST 26: Taylor Phinney riding for BMC Racing competes in the individual time trial during stage seven of the USA Pro Challenge on August 26, 2012 in Denver, Colorado. Doug Pensinger/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY ==
DENVER, CO - AUGUST 26: Taylor Phinney riding for BMC Racing competes in the individual time trial during stage seven of the USA Pro Challenge on August 26, 2012 in Denver, Colorado. Doug Pensinger/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Volmaakt relaxed staat de 1.93 meter lange Taylor Phinney op achter de tafel bij de persconferentie, na de tweede plaats van zijn ploeg BMC bij de eerste WK ploegentijdrit in Valkenburg. Zijn zegje gedaan, snel weg voor de voorbereiding op zijn volgende wedstrijd, de individuele tijdrit van vandaag. Maar eerst nog even een waarschuwing. „Krantenkoppen zoals ‘Taylor kwaad op Tejay’ wil ik niet zien”, zegt de Amerikaanse renner beslist maar niet onvriendelijk tegen de verzamelde wereldpers. Net 22 jaar, het charisma van een vedette.

„Taylor is een geboren leider”, zag ploegleider Axel Merckx direct, toen hij Phinney in 2009 onder zijn hoede kreeg in het Livestrong-opleidingsteam van Lance Armstrong. Een meedogenloze winnaar bovendien. Wereldkampioen tijdrijden (junioren en beloften), twee keer winnaar van Parijs-Roubaix onder 23 jaar. Bij de senioren al twee keer wereldkampioen achtervolging op de baan en nationaal kampioen tijdrijden op de weg. Dit seizoen eerste in de Giroproloog en drie dagen drager van de roze leiderstrui bovendien. En afgelopen zondag op 3,23 seconde na wereldkampioen ploegentijdrit.

Drie tellen? „Dan weet je dat je net zo goed had kunnen winnen”, stelt Phinney na afloop. Heldere analyse ook, nergens omheen draaiend. „Bij al mijn beurten op kop heb ik alles gegeven, ik ging zo diep mogelijk.” Tot hij op de Cauberg als vierde renner van de ploeg even moest lossen omdat zijn vriend Tejay Van Garderen hard door trok op kop. Phinney had geschreeuwd dat het te hard ging. Zie hem achter de finish tekeer gaan tegen Van Garderen. In niets de aardige jongeman van buiten de koers. Integendeel. Een getergd roofdier dat zijn prooi heeft gemist.

Voor een jochie uit Boulder, Colorado had Phinney een aparte droom: hij wilde net zo goed voetballen als de Braziliaanse spits Ronaldo, „de echte Ronaldo”. Maar met zijn bijzondere achtergrond viel niet te ontsnappen aan de fiets. Vader Davis Phinney was sinds de jaren tachtig prof bij 7Eleven, een machtige sprinter bijgenaamd Thor. Meer dan driehonderd zeges behaalde hij, waaronder twee Tourritten. Moeder Connie Carpenter schaatste met Eric Heiden en Peter Mueller, deed mee aan de Spelen van 1972 en stapte over op de fiets. In 1983 werd ze wereldkampioen achtervolging, een jaar later in Los Angeles olympisch kampioen op de weg. Davis haalde er brons.

Negen is Taylor als bij zijn vader de ziekte van Parkinson wordt vastgesteld. De schok in het gezin is groot, vertelde zijn moeder in 2008 in de Amerikaanse krant The New York Times. Maar het positivisme waarmee vader omgaat met de ziekte geeft zijn zoon bijzondere inspiratie. „It lights T’s fire”, aldus moeder Connie Carpenter. De familie verhuist naar Italië om fietskampen te organiseren. Met vijftien raakt Taylor verslingerd aan de fiets, twee jaar later is hij wereldkampioen. Zijn moeder in hetzelfde artikel: „Hij merkte hoeveel impact je kunt hebben op anderen en hoe cool het is bekend te zijn.”

Topsport op de Amerikaanse manier: wat je er aan tijd, geld en energie instopt moet en zal uiteindelijk renderen. Geen excuses. „Ik heb de genen van mijn ouders”, vertelde Phinney een paar jaar geleden in de Fleche du Sud, een rittenkoers voor beloften in Luxemburg. „Ik kijk niet naar leeftijd. Ik zie mezelf als iemand die goed is in zijn sport. Mijn doel is om zoveel mogelijk wedstrijden te winnen. Dat betekent hard werken. Moeilijker moet je het niet maken.”

Recht op zijn doel af, zie hem tot afgrijzen van ploegleider Merckx vlak langs stoepranden en verkeersborden scheuren in de proloog. En winnen, uiteraard. „Dit zijn aparte jongens”, looft de zoon van Eddy Merckx. Tegenslag? Grote voorbeeld Armstrong raakt verwikkeld in dopingbeschuldigingen. Phinney besluit te vertrekken naar BMC en moet daarmee de toorn van The Boss trotseren. Blessures staan succes in zijn eerste profjaar 2011 in de weg.

In oktober, na het bekend worden van zijn deelname aan de Ronde van Italië, zet Phinney volgens zijn vader een kruis in zijn agenda bij 5 mei 2012: Giroproloog in het Deense Herning. Geen vraag wie er wint. Op zijn 21ste glorieert Phinney in de roze trui op het podium, moeder in tranen in de coulissen. „Ik zat al maanden met deze tijdrit in mijn hoofd”, zegt de winnaar op de persconferentie. „Iedereen zei dat ik topfavoriet was maar de favorietenrol omzetten in een zege is nog iets anders.”

Samen met land-, ploeg- en generatiegenoot Van Garderen, winnaar van de witte trui in de Tour, is Phinney nu al het gezicht van het door diverse dopingschandalen geplaagde Amerikaanse wielrennen. Hij zal in de toekomst kruisjes zetten bij Parijs-Roubaix, Tourprologen, tijdritten. Hij zal ze naar alle waarschijnlijkheid winnen. Om daarna steeds opnieuw te verwijzen naar de Parkinsonstichting van zijn vader [davisphinneyfoundation.org]. Van hem leerde hij de belangrijkste les. „Het verschil maak je door niet te accepteren dat je verliest, door te beslissen dat je nooit opgeeft.”