‘Banken mogen risico’s niet doorberekenen’

Lenen is duurder voor banken en daarom moeten klanten meer renteopslag betalen op hypotheken, zegt ABN Amro.

Maar is dat ook zo? De concurrentie ontbreekt.

De actiegroep Stop de Banken heeft de helft al gewonnen. Er is een „herenakkoord” met ING; de bank zal de zogenoemde renteopslag op variabele hypotheken voorlopig niet verhogen. Maar de andere tegenstander, ABN Amro, houdt wel vast aan de omstreden renteopslag. De actiegroep wil het nu met ABN Amro voor de rechter uitvechten.

Wie heeft gelijk?

ABN Amro heeft de renteopslag van 6.000 klanten in juni verhoogd van 1 naar 2 procent, omdat de bank zelf meer rente betaalt – zegt de bank. Ter vergelijking: bij ING zou de opslag van 1.900 hypotheeknemers verhoogd worden van 2,4 procent naar 2,75 procent. ING ziet hier van af na overleg met Stop de Banken, de AFM en de financiële ombudsman – maar ook omdat de kapitaalmarkt is verbeterd, zegt ING.

De reactie van een woordvoerder van ABN Amro: „Wij kunnen niet in de portemonnee van ING kijken. Het aantrekken van kapitaal om hypotheken te financieren is duurder geworden.” Banken zijn voorzichtiger door de schuldencrisis en lenen elkaar niet graag geld of alleen tegen hogere rentetarieven. Ook heeft ABN Amro kosten aan „kapitaalbuffers, kredietrisico en bedrijfskosten”.

Klopt, zegt Stop de Banken. Maar dat komt allemaal omdat de banken zelf risicovol hebben gehandeld. Door hypotheken tegen lage rentes te verstrekken bijvoorbeeld, staatsobligaties uit Zuid-Europese landen te kopen of ongunstige beleggingen te doen. Het is onethisch om dit soort kosten weer door te berekenen.

„Je kunt de rekening voor het verleden niet bij de klant van vandaag neerleggen”, vindt ook Arnoud Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten in Amsterdam. „Het verhaal dat de kosten hoger zijn, geloof ik niet zo. ABN Amro is genationaliseerd en zou met staatsdekking tegen de beste voorwaarden moeten kunnen lenen.”

Het is de kostenstructuur van banken die uit balans is, vindt Boot: „Het Nederlandse bankwezen is veel te groot geworden. Onder meer door het ontwikkelen van allerlei risicovolle, financiële producten. Banken moeten sterk afslanken. Want als de kosten uit balans zijn, werkt het apparaat niet efficiënt. En er is geen enkele reden waarom we inefficiënte apparaten zouden subsidiëren.”

Nederlandse banken zijn wel afhankelijker van buitenlands kapitaal dan andere Europese banken, legt Harald Benink, hoogleraar banking and finance in Tilburg, uit. „Omdat Nederlanders relatief minder bij banken sparen”, zegt hij. „Nederlanders sparen wel, maar meer via pensioenfondsen. Nederlandse banken moeten daarom meer kapitaal van buiten zien aan te trekken.”

Dat zegt ook Boot. „Nederlandse banken zitten in een krappe positie. Het is niet zo dat ze klanten hypotheken tegen historisch lage rentes kunnen geven, omdat ze bij de Europese Centrale Bank tegen historisch lage rentes kunnen lenen. De waarheid ligt hier in het midden.”

Een ander, specifiek Nederlands aspect is het ontbreken van concurrentie op de hypotheekmarkt, zegt Benink. Zowel ABN Amro als ING mogen geen ‘prijsleider’ in de markt zijn. Dat was de voorwaarde die de Europese Commissie stelde aan de staatssteun die deze banken ontvingen tijdens de kredietcrisis. Het gevolg is nu dat twee van drie grote spelers nu gebonden handen hebben, behalve de Rabobank.

Actualiteitenprogramma Zembla liet afgelopen vrijdag zien dat Brussel in 2009 door de Nederlandse Mededingingsautoriteit gewaarschuwd was voor het gebrek aan concurrentie als prijsleiderschap verboden zou worden. „Buitenlandse banken hebben zich tijdens de kredietcrisis bovendien van de Nederlandse hypotheekmarkt teruggetrokken”, zegt Benink. „Dat heeft het gebrek aan concurrentie vergroot. Als je als bank niet te scherp op de prijs hoeft te letten, is het wat makkelijker om een renteopslag te verhogen.”

Maar volgens Rik op den Brouw, directeur particulieren bij de Rabobank, zit de Nederlandse hypotheekmarkt helemaal niet op slot. „Nederland is de meest open markt. Iedere buitenlandse partij kan hier aan de slag als ze denken dat er iets te verdienen valt.” Dat die partijen dat niet doen, toont volgens hem iets anders aan. „De structuur van de hypotheekmarkt is hier anders.”

Op den Brouw vergelijkt de markt met Duitsland. „Daar financieren ze vaak zeventig procent van de waarde van een huis. Klanten moeten in Duitsland dus veel meer eigen geld meebrengen. Zo is er minder risico voor banken en kunnen ze goedkoper geld verstrekken, waardoor de rente voor klanten veel lager is.”