Rutte en Samsom: ze eten samen, ze sms’en en zijn allebei gek op politiek

Ze kennen elkaar nog niet heel goed, maar het lijkt te klikken tussen VVD-leider Rutte en PvdA-leider Samsom. Dat zeggen Haagse bronnen vandaag in NRC Handelsblad. De vraag is of het genoeg is om tot een succesvolle samenwerking tussen VVD en PvdA te komen.

Illustratie Hajo

Vlak voor de zomer aten Mark Rutte en Diederik Samsom met elkaar in Indonesisch restaurant Soeboer in Den Haag. Het was kort voordat de verkiezingscampagne zou losbarsten, en hoewel de twee mannen al tien jaar op het Binnenhof rondlopen, kenden ze elkaar nauwelijks.

Het gesprek verliep zo geanimeerd dat het etentje uitliep. Over politiek ging het die avond nauwelijks, Rutte en Samsom wisselden vooral ervaringen uit over hun maatschappelijke bijbaantjes. Samsoms nachten als straatcoach in Amsterdam-West en Rutte’s donderdagochtenden als leraar op het Haagse Johan de Witt College leidden tot wederzijdse herkenning.

Sindsdien, zeggen Haagse bronnen, is er regelmatig contact geweest. Ook tijdens de campagne. Toen op verkiezingsavond urenlang onduidelijk was wie van de twee had gewonnen, zochten Rutte en Samsom een aantal keer contact per sms en telefoon. Ze verkeerden immers in dezelfde onzekere situatie.

Sms’jes – het lijkt triviaal, en diepgravend waren de contacten niet. Maar een goede verhouding tussen de leiders zal straks essentieel zijn voor het slagen van een samenwerking tussen VVD en PvdA. ‘Vechtkabinetten’ ontstaan in ons land meestal niet door politieke meningsverschillen, maar door vertroebelde relaties – denk aan Bos en Balkenende, Den Uyl en Van Agt. Willen VVD en PvdA straks effectief besturen, dan is het persoonlijk contact minstens zo belangrijk als politieke compromissen.

Tussen Rutte (45) en Samsom (41) zit het wel goed, zeggen bronnen dichtbij de leiders. Ze zijn generatiegenoten, houden van transparantie, praten op de man af en zijn kort van stof. Voor hen geen eindeloze ‘Donneriaanse’ onderhandelingen met betogen die eerder bedoeld zijn de tegenstander uit te putten dan te overtuigen. Bij de PvdA hebben ze het voornemen geen „onbegrijpelijke compromissen” te sluiten, zegt een nauw betrokkene.

Liever willen de sociaal-democraten onderhandelen volgens het ‘uitruil-model’. Bijvoorbeeld: een stevig veiligheidsbeleid en 130 rijden voor de VVD, investeren in duurzaamheid en openbaar vervoer voor de PvdA.

Rutte en Samsom delen ook een bijna obsessieve fascinatie voor politiek. Ze lezen, kijken en bestuderen alles wat men hun vak te maken heeft, vooral de Amerikaanse politiek heeft hun belangstelling. Samsom kent de tv-serie West Wing (over een fictieve Amerikaanse president) vrijwel uit zijn hoofd; Rutte verslindt de vuistdikke boeken van Robert Caro over de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson.

Ze zijn allebei kinderen van de Fortuynistische revolutie van tien jaar geleden. Vrijwel gelijktijdig kwamen ze naar Den Haag: Samsom in 2003 als Kamerlid in de oppositie, Rutte in 2002 als staatssecretaris in de eerste kabinetten-Balkenende. Ze kwamen uit volstrekt verschillende werelden: in de kalme Paarse tijd voor 2002 dobberde Samsom als Greenpeace-activist in rubberbootjes op volle zee, terwijl Rutte in een kantoor in Delft het personeelsbeleid van de Calvé-pindakaasfabriek vormgaf.

Maar allebei werden ze meegezogen door de de turbulente gebeurtenissen na 2002: de opkomst en ondergang van de Lijst Pim Fortuyn en van Rita Verdonk, de moord op Theo van Gogh, de val van vier achtereenvolgende kabinetten, de doorbraak van de populistische flankpartijen SP en PVV.

Samsom is niet trots op die erfenis, zei hij onlangs in een gesprek met deze krant. „De toekomstige geschiedschrijvers zullen niet mild oordelen over de politiek in dit decennium, en dat trek ik mij aan. Ik hoop dat de politiek na 12 september weer verbindend en stabiel wordt.” Rutte heeft zich nooit expliciet uitgelaten over de laatste tien jaar, maar wel herhaaldelijk gezegd dat hij terug zou willen naar een stabiele, rustige politiek.

Hoe zullen de gesprekken straks verlopen? Ondanks de ‘radiostilte’ van de VVD tijdens de formatie wil een anonieme liberaal wel iets kwijt. De partij zal, nee moet, veel harder onderhandelen dan bij de formatie met CDA en PVV. Toen hebben de liberalen te veel weggegeven, zowel qua ministersposten als qua ideeën. Zelfs het ontslagrecht werd niet versoepeld! Dat zal de VVD niet weer overkomen.

Deze ontboezeming roept in herinnering wat VVD’ers de afgelopen twee jaar wel eens in de wandelgangen over Rutte zeiden: hij was zo’n teamspeler dat hij CDA en PVV te gemakkelijk hun zin gaf. Een van de taken van zijn politiek assistent Annelies Pleyte, zo legde een prominente VVD’er onlangs uit, is om het partijbelang in de gaten te houden. Ze moet Rutte eraan herinneren dat hij niet alleen premier is, maar ook VVD-leider.

Ziehier het probleem van veel formaties: de partijtop is misschien wel bereid tot concessies, maar in de kringen eromheen kan weerstand ontstaan. Dat overkwam de VVD tijdens de mislukte formatie van Paars Plus, in de zomer van 2010. Terwijl Rutte onderhandelde met PvdA, D66 en GroenLinks, stroomden de woedende e-mails van kiezers binnen. Hiervoor hadden ze toch niet op de VVD gestemd? Henk Kamp, die nu als ‘verkenner’ in de formatie optreedt, waarschuwde Rutte twee jaar geleden nog intern: „Wie wint over rechts, moet regeren over rechts.”

Rutte zegt dat de PvdA linkser is geworden. Maar ook de VVD is weggetrokken uit het midden, naar rechts – eerder al na de opkomst van Fortuyn, Verdonk en Wilders. De hele partijtop bestaat inmiddels uit wat vroeger de rechtervleugel was: Henk Kamp, fractievoorzitter Stef Blok, minister van Volksgezondheid (en vertrouweling van Rutte) Edith Schippers.

Deze secondanten van Rutte mogen rechts zijn, het zijn ook pragmatici. Blok tekende zonder aarzeling voor de enorme lastenverzwaringen van het Lenteakkoord. Henk Kamp wist met de vakbonden een alom geprezen pensioenakkoord te sluiten, en Schippers is geïnteresseerder in kostenbeheersing van de zorg dan in het geloofsartikel van marktwerking.

Van de rest van de partij zal de VVD-top tijdens de formatie weinig last hebben, zo valt te verwachten. De VVD-kiezer zal meer begrip hebben voor een coalitie met links: deze keer is er, in tegenstelling tot twee jaar geleden, geen rechts alternatief voor handen. De weinige prominente VVD’ers die de afgelopen twee jaar openlijk kritiek hadden (Frans Weisglas, Pieter Winsemius, Ed Nijpels) zullen een coalitie van het midden juist toejuichen. En de fractie heeft zich de afgelopen jaren uiterst volgzaam getoond: als er al bezwaren waren tegen het kabinetsbeleid, werden die door Stef Blok vakkundig weg gemasseerd.

Bij de PvdA gaat het doorgaans anders. De sociaal-democraten noemen zichzelf met enige trots „een debatpartij”. In de praktijk betekent dat: een fractie, een achterban en een hele batterij partijcoryfeeën die niet snel tevreden zijn. Er is geen oud-coalitiepartner van de sociaal-democraten die geen klachten heeft over de onberekenbaarheid van de PvdA. Altijd weer, zo gaat het verhaal, moesten afspraken met een PvdA-leider worden aangepast nadat hij bij zijn fractie was langs geweest.

Maar deze verkiezingscampagne opereerde de PvdA met een ongebruikelijke zelfdiscipline. De club rond Samsom was klein, er kwam amper iets naar buiten. De rolverdeling was helder en er was geen eindeloos vergadercircuit: de tijd dat PvdA-Kamerleden grapjes maakten over de grootte van hun fractiebestuur („Wat? Zit jij er niet in?”) lijken ineens heel ver weg.

Ook inhoudelijk lijkt er weinig licht te zitten tussen Samsom en zijn getrouwen. De strijd tussen links-liberalen en old school sociaal-democraten van enkele jaren terug is geluwd. Met dank aan de economische crisis en – ironisch genoeg – Mark Rutte. Diens onversneden rechtse kabinet sterkte PvdA’ers in hun overtuiging dat de partij weer naar links moest.

Partijvoorzitter Spekman is een linkse PvdA’er, maar hij heeft ook stevige opvattingen op het gebied van veiligheid – een van de stokpaardjes van de VVD. Bovendien werkte hij als wethouder in Utrecht eerder soepel samen met de liberalen. Aan deze krant legde hij dit voorjaar uit op welke buitengewoon pragmatische wijze hij dat deed: „De VVD-wethouder mocht parkeerplaatsen bouwen bij bedrijven. Dat leverde veel geld op, dat ik vervolgens kon besteden aan sociale voorzieningen en hulp aan dak- en thuislozen.” En, weer Spekman: „Ik wil graag compromissen sluiten, dat heb ik mijn hele leven gedaan.”

Samsoms tweede man Jeroen Dijsselbloem, een van de kandidaten om hem te vergezellen bij de formatieonderhandelingen, onderhoudt goede relaties met iedereen in het parlement – dus ook met VVD’ers. Twee dagen na de verkiezingen stond hij in het Tweede Kamergebouw al weer grapjes te maken met VVD-Kamerlid Ton Elias, toch niet bepaald een socialistenvriend.

Hoe wil de PvdA de onderhandelingen ingaan? Vanuit de partijtop klinkt het volgende geluid: in verkiezingstijd worden de verschillen stevig aangezet, maar er is ook nog zoiets als de politieke realiteit. Neem bijvoorbeeld de marktwerking in de zorg. Die valt eigenlijk reuze mee: VVD-minister Schippers doet in de praktijk aan de door de PvdA gewenste budgettering. Daar zullen dus weinig moeilijkheden ontstaan.

De sociaal-democraten willen niet steeds „tot op de bodem” gaan, zegt een betrokkene. Op dossiers als onderwijs, migratie en transport, verwachten ze bij de PvdA, zouden er vrij gemakkelijk deals gesloten kunnen worden. Waar het moeilijk gaat worden, is op de sociaal-economische onderwerpen.

Uiteindelijk is een coalitie een zakelijke overeenkomst. En daar liggen de zaken complexer. Zowel Rutte als Samsom werden er de afgelopen weken niet moe van te benadrukken hoe ver hun partijen ideologisch uit elkaar liggen. Tegenstanders deden er meesmuilend over, alsof het louter een manier was om strategische stemmers te trekken. Maar dat is te makkelijk: VVD en PvdA houden er fundamenteel andere maatschappijvisies op na.

Maar ook inhoudelijke verschillen maken samenwerking niet perse onmogelijk. Dat bewijzen de twee paarse kabinetten onder Wim Kok in de jaren negentig. Natuurlijk, de PvdA was in die tijd een stuk minder principieel dan nu: het waren de jaren waarin Kok het afschudden van de „ideologische veren” bepleitte. Maar door de stevige rechtse koers van Bolkesteins VVD waren de verschillen tussen beide partijen aanzienlijk.

Toch was de samenwerking over het algemeen prettig, zeggen betrokkenen uit die tijd. VVD en PvdA wisten precies wat ze aan elkaar hadden. „Er werd goed vergaderd, zij het soms een beetje lang”, zegt PvdA’er Klaas de Vries, informateur bij Paars I en minister in Paars II. „Verschillen in opvattingen werden ondervangen door stevige afspraken, en daar hielden we ons aan.”

Er is wel een cruciaal verschil met de Paarse jaren: geld, of eigenlijk het gebrek daaraan. Hoewel de coalitie startte onder ongunstige economische omstandigheden (het eerste regeerakkoord bevatte miljarden guldens aan bezuinigingen), hadden PvdA, VVD en D66 daarna zeven jaar lang het economische tij mee. „Er was heel veel te verdelen”, zegt oud-minister Hans Hoogervorst. „Dat heeft zeker geholpen om Paars tot een succes te maken.”

Die financiële smeerolie ontbreekt deze keer. En zelfs als Rutte en Samsom het eens worden, is een stabiel kabinet niet gegarandeerd. Want de meest bepalende factor komt van buiten: de eurocrisis – een nieuwe bezuinigingsronde is niet ondenkbaar – net als dit voorjaar in het Catshuis.

Dit stuk kwam tot stand na gesprekken met vooraanstaande leden van de VVD en PvdA.