Vermijd het technocratische misverstand van Paars I en II

De co-presidenten Romney en Obama hebben in hun regeringsverklaring beloofd de Amerikaanse overheid en het regime in Iran op korte termijn af te schaffen en tevens de aanspraken van zieken en bejaarden op goede collectieve zorg  uit te breiden.

Het vonnis van de Nederlandse kiezers is niet veel minder absurd dan deze ondenkbare coalitie in de VS. De twee grote winnaars hier hebben monter aan verkenner Kamp verklaard samenwerking met elkaar te willen onderzoeken. Maar zij kregen al die stemmen door het tegendeel te verkondigen.

VVD en PvdA hebben woensdag goede zaken gedaan door niet alleen in de verkiezingscampagne van deze nazomer de populistische concurrenten de wind uit de zeilen te nemen, maar door al langer weg te koersen uit het politieke midden. Die toegenomen afstand is niet zomaar te overbruggen.

De VVD is een conservatieve partij geworden die hamert op een kleinere overheid en begrotingsevenwicht, die het verkeer tussen naties  ziet als een economische transactie, een partij met weinig volgehouden aandacht voor natuur, cultuur en rechtsstaat. De eurosceptische toon kwam er bij VVD-fractie-  en bewindslieden, ook zonder Wilders, steeds natuurlijker uit. Interne sociaal-liberale kritiek verstomde.

Bij de PvdA hebben Samsom en voorzitter Spekman met dusdanig vaste hand een rodere sociaal-democratische koers uitgezet, aangelengd met scheuten eurorealisme, dat je zou vergeten dat de omstreden bestuurderspartij achter de gevel nog lang niet is vervangen door een bruisende ledenpartij. Voor fundamentele vernieuwing van de eigen principes is weinig animo.

Die verharding van de profielen van beide partijen maakt het voor Rutte en Samsom lastig en niet erg geloofwaardig nu soepel  een regeerakkoord in elkaar te steken. Zij blijven beiden over hun schouder naar PVV, respectievelijk de SP kijken. Als ze te gemakkelijk afstand doen van hun kroonjuwelen, dan hollen de ideologisch felle strategische kiezers zo weer terug naar de vleugelopposanten. Wisseling van tientallen zetels per verkiezing lijken een blijvend deel van de nieuwe politieke werkelijkheid.

Wie denkt dat in Nederland het politieke midden weer regeert, maakt het zich te makkelijk. Als je de Kunduzpartners van de VVD (CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) als midden bestempelt, dan zie je dat het centrum per saldo flink heeft ingeleverd. Alexander Pechtold won 20 procent dankzij een meestal geslaagd oppositieleiderschap tijdens de  gedoogjaren, waarin hij de PVV steeds van repliek diende. Toch oogde de  winst woensdag als een overwinningsnederlaag. Veel meer kiezers wilden rechtse of linkse duidelijkheid. Die ze waarschijnlijk niet krijgen.

Het grootste risico nu is dat ervaren lieden binnen VVD en PvdA de vluchtige conclusie herhalen dat zij tot elkaar zijn veroordeeld, dat het land geregeerd moet worden en meer  tegeltjeswijsheden. De makkelijkste groef om gezamenlijk in te gaan is die van Paars (1994-2002, VVD, PvdA en D66): de taken van de overheid behandelen als een managementvraagstuk.

Het technocratische misverstand,  door het CDA overgenomen, heeft geleid tot uitholling op grote schaal van het door velen gedragen besef dat de publieke zaak niet het bezit is  van een toevallige meerderheid. Sommige staatsbedrijven waren toe aan privatisering, met de telefoon als evident voorbeeld. Bij openbaar vervoer, sociale - en gezondheidszorg zijn de condities bepalend. Zeker waar de verzelfstandiging naar een niet-echte markt leidt tot misstanden (woningbouwcorporaties) blijft de burger van de overheid fatsoenlijke behandeling verwachten. De ontstane begripsverwarring en onmacht hebben het gezag van democratische politiek ondermijnd.

Regeringsbeleid blijven aanpakken als ware het een bedrijf is in 2012 extra verleidelijk, want  voor zover de PvdA nog of weer ideeën heeft over de rol van de overheid staan die lijnrecht tegenover die van de huidige VVD. Mark Rutte heeft knap campagne gevoerd door op de juiste politieke emoknoppen te drukken, maar hopelijk houdt hij snel op met het vertalen van het mantra van de kleine overheid  in ‘minder ministers en Kamerleden’. De lijst belangrijke, maar ingewikkelde vraagstukken die ieder serieus kabinet zal willen aanpakken, rechtvaardigt eerder enige uitbreiding van het aantal politiek verantwoordelijke bewindslieden. Om sturing te geven aan de ambtelijke uitvoering van door de Kamer goedgekeurd regeringsbeleid.

Als de VVD en de PvdA de gedepolitiseerde wezenloosheid van Paars niet willen herhalen, kunnen ze twee dingen doen. Eén: een kort regeerakkoord op financiële hoofdlijnen sluiten en  accepteren dat wisselende meerderheden soms de één, soms de ander gelijk geven. Dat vereist inhoudelijk en politiek sterke bewindslieden, geen beloningsbenoemingen. Leve het parlement.

Variant twee: afspreken in welke kwesties de VVD haar zin krijgt, en in welke de PvdA. Geen halsbrekende compromissen, maar heldere keuzes waar ieder op z’n beurt victorie mee kan kraaien. Jij de hypotheekrenteaftrek, wij de marktwerking in de zorg. In dat licht bezien is het CDA of D66 erbij alleen maar complicerend. In ieder ander licht zijn zij overbodig. Of hebben regeringspartijen recht op een dienstpoedel? Ambitie maakt kwetsbaar.

Laat het argument dat CDA en D66 nodig zijn voor een meerderheid in de Eerste Kamer snel verstommen. Regeerakkoorden worden gesloten tussen Tweede Kamer-fracties. De bijbehorende senaatsfracties daar gemakshalve bijrekenen, is kolonisatie van de Eerste Kamer. Of die senaatsfracties onderhandelen en tekenen mee, of zij doen hun werk in onafhankelijkheid, met oog voor de grote lijn en de kwaliteit van de wetgeving.