Mijn standaardtarief voor oud werk is twee ton

Ger van Elk (71) exposeert in twee Amsterdamse galeries. Hij werd veertig jaar geleden bekend met speels conceptueel werk, zoals La Pièce, een midden op de oceaan wit geschilderd blokje hout. „Ik ben geen fotograaf. Een schilder ben ik ook niet, zelfs niet als ik schilder.”

As is, as was

„Mijn nieuwste werken heten As is, as was en as was, as is, een woordspeling over symmetrie. De woorden zijn precies hetzelfde, maar ze betekenen in andere volgorde net iets anders. Het gaat om twee fotowerken, afgedrukt op doorzichtig materiaal. Ze hangen in de ruimte precies op de plaats waar ze zijn gemaakt, bij galerie Borzo en galerie Grimm. Ik vroeg me af of ik een gebeurtenis uit het verleden weer zichtbaar zou kunnen maken in een ruimte, in drie dimensies. Dat kan natuurlijk niet. Ik wil altijd dingen die niet kunnen. Maar hoe kom je er het dichtste bij?”

Digitale fotografie

„Iedereen met een cameraatje kan nu een mooie foto maken, zeker als je hem ook nog eens groot en mooi laat afdrukken. De musea hangen er vol mee. Dat niemand meer wordt gehinderd door techniek heeft nadelen. Toen het moeilijker was een goede foto te maken, werd je gedwongen tot nadenken over wat je aan het doen was, tot zorgvuldigheid en contemplatie. Ik maak ook van die digitale kiekjes, maar ik schilder eroverheen. Weg ermee. Verf erover. Alleen aan de zijkanten is de foto nog zichtbaar.

Conceptuele kunst

„Ik ben geen fotograaf. Een schilder ben ik ook niet, zelfs niet als ik schilder. Ik onderzoek wel vaak de tradities van de schilderkunst. Ironisch zou ik mijn werk niet willen noemen. Ik ben eerder een romanticus. Als ik iets ben, is het nieuwsgierig. Voor sommige mensen lijkt het alsof ik van de hak op de tak spring, maar ik ben streng op wat ik maak. Ik wil niet steeds hetzelfde doen. Ik ben niet als Daniel Buren met zijn strepen of Mario Merz met zijn iglo’s, waarvan zowat elk museum er een heeft.”

Amerika

„Toen ik twaalf was, was ik een lastig jongetje. Hopeloos. Op school in Nieuwendam wisten ze niet wat ze met me aan moesten. Ik moest een test doen bij het nationaal katholiek instituut voor beroepskeuze. Daar kwam uit dat ik fotograaf of binnenhuisarchitect moest worden. Mijn vader, die toen al lang in Los Angeles woonde, zei, ‘Ach jongen, kom maar naar Amerika, kom bij mij werken.’ Hij werkte in de tekenfilmindustrie, bijvoorbeeld voor The Flintstones. Ik ben inderdaad na een jaar op de Rietveld Academie naar Amerika gegaan, niet naar mijn vader, maar naar het Immaculate Heart College. Dat was een te gekke school, je kreeg les van allerlei rare types. Ik kreeg kunstgeschiedenis van nonnen, maar dan wel nonnen die in Cadillacs rondreden. John Cage gaf er ook les.”

„ Ik heb lang tussen Amerika en Nederland op een neer gereisd. Nu ben ik alweer tien jaar vooral hier. Amerika is heel spannend, maar ik heb ook de melancholie van Europa in me.”

Driehoek

Well Polished Floor Sculpture is maar twee keer uitgevoerd, in 1969 en in 2010, allebei in het Stedelijk Museum. Ik maakte het voor de tentoonstelling Op losse schroeven, georganiseerd door Wim Beeren, toen conservator in het Stedelijk. Het bestaat, zoals de titel zegt, uit een driehoek goed in de was gezet parket. Het werk werd niet aangekocht door het Stedelijk. Belachelijk, maar Edy de Wilde was toen directeur en die zag er niet veel in. De Wilde hield vooral van olieverf, van impressionisme en andere Franse schilderkunst. Nadat Beeren in 1978 directeur van het Boijmans in Rotterdam was geworden, kocht hij het concept aan. Dat was een certificaat, een recept hoe dat ding te maken. Het is nooit meer uitgevoerd. Tot Ann Goldstein het wilde installeren op haar eerste tentoonstelling in het Stedelijk, Taking Place. Maar het werk zat dus in de collectie van het Boijmans. Niemand doet er wat mee, dacht ik. Dus we installeren het toch en zetten erbij dat het een bruikleen van het Boijmans is.”

De jaren zeventig

„Ik zal nooit zeggen dat dat de leukste tijd was. Ik heb geen heimwee, al ontgaat mij wel steeds meer. In mijn jonge jaren kende ik iedereen. Er was camaraderie. Met z’n allen werkten we aan het kunstavontuur. Ik vind het nog steeds erg dat Bas Jan Ader dood is, dat was mijn beste vriend, we zaten samen in Los Angeles. Hij verdween in 1975 in een zeilboot op de oceaan. En Wim Beeren mis ik nog steeds, dat was zo’n bijzondere man. Gelukkig heb ik ook nog levende vrienden. Allen Ruppersberg, John Baldessari, Ed Ruscha, kunstenaars die ik in Los Angeles heb leren kennen.”

Wedstrijd

La Pièce wordt nu vaak gezien als een kunstwerk over het milieu, tegen de luchtvervuiling, maar zo begon het niet. In 1971 organiseerde Wim Beeren de tentoonstelling Sonsbeek buiten de perken. Ronald Bladen, een Amerikaanse kunstenaar die toen heel groot was, kwam een enorm werk installeren, een sculptuur van tientallen meters. Godverdomme, dacht ik. Daar moet ik een antwoord op geven. Als kunstenaar speel je toch een wedstrijd. En dus besloot ik juist een heel klein werk maken. Maar wel een die alle lucht, alle wolken met elkaar verbond. Het tegendeel van Piero Manzoni’s Socle du Monde, de sokkel waarmee hij de hele wereld tot kunstwerk verklaarde. Ik kende het verhaal van de Japanse keizer voor wie de meubels op zee werden gelakt omdat het daar stofvrij was. Toen heb ik de cartografische dienst gevraagd waar op zee de lucht het zuiverst is. Midden op zee, in de buurt van Groenland, heb ik toen een klein houten blokje wit geschilderd. Ik heb het op een wijnrood kussentje gelegd, alsof het een juweel was. Nu is het dat geworden.

Verkocht

La Pièce heb ik pas een paar jaar geleden verkocht. Christophe Cherix, conservator van het Museum of Modern Art in New York zag het bij mij op het atelier in Amsterdam en zei: ‘Hé, heb je er nog een gemaakt?’ Hij kon niet geloven dat La Pièce niet was aangekocht door een museum. Een paar weken later kreeg ik opeens bezoek van Evert van Straaten, de directeur van het Kröller-Müller. Hij vroeg wat ik ervoor wilde hebben. Twee ton, zei ik. ‘Dat gaan we organiseren’, zei hij. En dat is gelukt. Ach, mensen zien op het moment zelf bijna nooit wat goed is.”

Oud werk

„Ik heb nog wel meer oud werk liggen, bijvoorbeeld The Rose more Beautiful than Art, but Difficult, therefore Art is Splendid, een mooi dingetje uit 1972. Voor dat oude werk heb ik nu een standaardtarief, twee ton. Dat noem ik mijn pensioenwerk. Ik wil nog wel tien jaar leven en ik heb geen pensioen. Voor een tekeningetje van Marlene Dumas wordt ook twee ton betaald, dus ik vind het niet duur.”

Ann Goldstein

„Ik ben zeer gesteld op Ann. Dat dwarse heeft ze niet alleen naar de pers maar ook naar de bestuurders van het museum. De gemeente heeft zich met haar wel in de vingers gesneden, denk ik. Voor zo’n functie worden tegenwoordig vaak slappelingen gezocht, dat is zij niet.”

Dure kaartjes

„Een bezoek aan een tentoonstelling in het Stedelijk Museum zou eigenlijk 75 euro moeten kosten. Een kaartje voor het Concertgebouw kost 75 euro en het Concertgebouw zit gewoon vol. Maar bij kunst heeft niemand er voor over wat het echt kost. Ik ben een oude VVD’er, een rechtse bal. Ik geloof ernstig in vraag en aanbod. Ik was het wel eens met de bezuinigingen op kunst. Als je er niets voor over hebt, betekent het niets, net als in de liefde.”

Poëzie

„Wat ik echt mooi vind, is het werk van Ambrogio Lorenzetti, een kunstenaar uit het begin van de Renaissance, dat is zo fantastisch, dat is poëzie. Ik heb maar één keer gehuild in een museum, dat was bij een serie foto’s van Man Ray. Hedendaagse kunst vind ik vaak nogal academisch. En tegelijkertijd weten ze zo weinig van de geschiedenis. Ze weten er echt niets van!”

As was, as is

„Het werk gaat over een verloren liefde. Van de een op de andere dag dumpte ze me. Ze heeft nooit willen zeggen waarom. In het werk komen zes vrouwen voor die op haar lijken, ze hebben net als zij donker haar. Hoe dichter ze bij het middelpunt van de ruimte komen, hoe scherper ze worden weergegeven. Maar ze worden haar niet. Nooit.”

Ger van Elk, ‘As Was, As Is’, Borzo, Keizersgracht 516, Amsterdam. ‘ As is, As Was’, Grimm, Frans Halsstraat 26. T/m 14 oktober.

    • Ringel Goslinga
    • Bianca Stigter