Ik weet nu: het komt altijd goed

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Vorig jaar was ik met het hele gezin in het westen van de VS. In Las Vegas ontmoetten we vrienden, die daar op vijf uur rijden vandaan wonen. Ze zeiden: we komen even langswaaien als jullie er zijn. Dat was aardig.”
„Vorig jaar was ik met het hele gezin in het westen van de VS. In Las Vegas ontmoetten we vrienden, die daar op vijf uur rijden vandaan wonen. Ze zeiden: we komen even langswaaien als jullie er zijn. Dat was aardig.”

„Door mijn werk heb ik heel wat mensen meegemaakt die balanceren op de grens van leven en dood. Ik ben opgeleid als intensive care-verpleegkundige. Na acht jaar vond ik het werk te routinematig. Op een i.c. werk je met veel techniek en strenge regels, dat is logisch. Maar ruimte voor eigen initiatief is er weinig.

„Een ex-collega had de overstap gemaakt naar de ambulance. Hij zei: ‘Dat is ook wat voor jou.’ En inderdaad: het is spannend werk, veel variatie en onverwachte gebeurtenissen. Een mens wil ook wel eens wat meemaken. Vijftien jaar heb ik met plezier op de ambulance gewerkt.

„Begin april hoestte ik wat bloed op. De huisarts zei: het hoeft niks te betekenen, maar gezien jouw verleden laten we er toch maar even naar kijken. Binnen twee weken was duidelijk: foute boel, einde verhaal.

„Een week of wat geleden ben ik dichtbij de dood geweest. Ik had een longembolie, zó heftig dat ik met morfine en dormicum onder zeil ben gebracht. Ik weet nog dat ik het spul ingespoten kreeg. Ik dacht: ‘Het is voorbij, dit was het dan.’ Toch ben ik weer opgekrabbeld.

„Via een vriendin heb ik een vaccin uit Japan gekregen, Mayurama, dat de deling van kankercellen remt. Elke dag injecteer ik mezelf. Misschien geef dit me wat extra tijd. Maar ik maak me geen illusies. Het kan elk moment gebeurd zijn met me.

„Al maandenlang voel ik me compleet rustig. Ja, in april en mei heb ik wel wat stressige weken gehad, met alle onderzoeken in het ziekenhuis. Ik was bang voor longbloedingen. Ik weet hoe plotseling en heftig die kunnen toeslaan. Hier in het hospice weet ik dat ik veilig ben.

„Die rust is eigenlijk al een jaar eerder over me gekomen. Door toeval. Op een avond zou mijn vrouw, met een collega, een meditatietraining doen, maar haar collega was ziek. Mijn vrouw vroeg: ‘Zou jij er soms zin in hebben?’ Ik zei: ‘Da’s best.’ Ze zei: ‘Op één voorwaarde: geen flauwe grappen.’ Ik ben nooit zo spiritueel bezig geweest.

„Die meditatie bleek iets geweldigs voor me te zijn. Het lukte me m’n geest in een andere stand te krijgen. Het is een ervaring die moeilijk onder woorden te brengen valt. Er is een moment, een fractie van een seconde, vlak voordat je in slaap valt, waarin je hersenen zich ontladen. Als je dat moment weet te grijpen, kun je het langer laten duren: een half uur, en langer nog wel. Er gaat een deur open naar je onderbewustzijn, waarin je kunt ronddwalen en tot mooie inzichten kunt komen.

„Ik vond die ene avond zo heerlijk dat ik ben doorgegaan met meditatie. In de muziekbibliotheek heb ik mantra’s gevonden, waarmee ik m’n mp3-speler heb gevuld. Ik ben bij drie Chileense broers geweest die in Brabant meditatietraining geven.

„Het lijkt alsof sinds een jaar allerlei ervaringen en gedachten op hun plek vallen. Ik herinner me het verhaal van een patiënte die me vertelde over een bijnadoodervaring. Ze dreigde te stikken door een allergische reactie. Ze was al buiten bewustzijn. Artsen moesten een buisje in haar luchtpijp plaatsen, maar ze waren dat buisje plotseling kwijt en zochten in paniek. Toen de vrouw weer was bijgekomen, vertelde ze dat ze buiten zichzelf was getreden en tegen de artsen had geroepen: ‘Kijk, daar in bed, dáár ligt het!’ En, zei ze: ‘Ik hoef niet meer bang te zijn voor de dood, want mijn leven is hierna niet afgelopen.’

„Zo heb ik als verpleegkundige meer verhalen gehoord. In het verleden heb ik daar nooit zoveel aandacht aan besteed. Maar nu ik zelf dicht bij de dood ben, denk ik er vaak aan terug. De verhalen sluiten aan bij andere ervaringen en heftige dromen, waarvan ik me flarden kan herinneren. Al vóór mijn 20ste dacht ik: ik word niet ouder dan 54 jaar. Die gedachte is altijd in mijn hoofd blijven zitten. Goed, het zal nu 56 jaar zijn – ver zat ik er niet naast.

„Dankzij de meditatie zijn complete verhalen ontstaan uit allerlei losse eindjes. In mijn onderbewustzijn heb ik gezien dat ik al enkele malen eerder heb geleefd. Ik ben een keer verdronken, ik ben een keer vermoord. Heftig om mee te maken. Maar ik weet nu ook: het komt altijd goed, het zijn fasen waar je doorheen moet en daarna gaat het leven weer verder in een andere dimensie. Als wat? Als een bolletje energie misschien, als iets wat te maken heeft met dat Higgs-deeltje waarvan het bestaan laatst is aangetoond? Wie weet, het zou kunnen.

„Soms denk ik: mijn geest wist een jaar geleden al dat mijn lichaam bijna versleten was. Door me open te stellen voor meditatie kan ik nu in alle rust mijn lichaam loslaten en mijn geest de ruimte geven die hij kennelijk nodig heeft. Geen idee of het allemaal echt zo werkt. Maar ik voel me goed bij die gedachte en dat op zichzelf is al heel veel waard.”

Tekst & foto’s

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord