Feest

Het goede nieuws is – ja, wat is het goede nieuws? Het midden is terug. Alexander Rinnooy Kan stelde het vast op de verkiezingsavond. De Volkskrant knalde het op de voorpagina. De illusiepolitiek van de flanken heeft afgedaan, de PVV en de SP hangen in de touwen, de kiezer is na tien jaar driftig dwalen teruggekeerd naar het veilige nest van de consensuspolitiek. Dat die terugkeer gepaard ging met de opgefoktheid van een avondje The Voice of Holland, dat er voor stabiliteit gekozen werd met alle bedachtzaamheid van een ADHD-patiënt – wat kan het schelen? Dat de race tussen Rutte en Roemer – sorry: Samsom – niet zozeer ging om het steunen van de eigen kandidaat met zijn mooie ideeën, maar vooral in het teken stond van het tegenhouden van de ander – Die? Nooit! – maakt niet uit.

Het land is weer regeerbaar. De gijzeling van het gedogen is voorbij.

De gijzeling van het gedogen is voorbij

De dag na de verkiezingen zag ik Rutger in PowNews op het Binnenhof rondlopen. De aangesproken politici hadden geen angst meer in hun ogen. Ze gingen welwillend in zijn tamme grapjes mee. Deze leeuw kon je rustig aaien, hij had toch geen tanden meer. Het leek wel omroep Max.
Het beest is getemd. Want met het politieke midden is ook het politieke establishment weer terug. Wilders zit hopeloos gevangen in zijn centrifuge van hype en hyperbool – wanneer hij hetzelfde doet, blijft hij verliezen. Doet hij iets anders, dan is hij Wilders niet meer. Misschien helpt een andere tekstschrijver.

De SP. Tijdens de verkiezingsstrijd werd hun stilstand verweten – en stilstaan was wat die partij deed. Politiek in Nederland is de kunst om water in de wijn te doen zonder dat de kiezer het te veel opvalt, en voor partijen die systeemkritiek bedrijven is dat eigenlijk onmogelijk. De teneur tijdens deze crisis is niet dat de wereld onrechtvaardig is en dus helemaal anders moet – de teneur is dat we moeten redden wat er te redden valt.

Ik wil het feest niet bederven, maar ongemakkelijk voelt de opluchting wel. Dit politieke midden is echt een heel ander midden dan voorheen. Het dankt zijn bestaan eerder aan polarisatie dan verwantschap. Paars nu zou in niets lijken op Paars toen – toen het geld ons de oren uitkwam, toen de politiek het dacht zonder ideologie af te kunnen, toen de wereld zich liet verklaren door de cijfers achter de komma.

De opstandige flanken zijn niet verslagen. Ze zijn juist diep tot het politieke midden doorgedrongen.

De afgelopen tien jaar hebben zowel links en rechts hun schaduwpartij zien ontstaan – de VVD baarde de PVV, de PvdA de SP. Om de kiezer op de flanken terug te halen naar het midden zijn juist in het midden de ideologische tegenstellingen verscherpt. In de verkiezingsstrijd ging het wel degelijk tussen links en rechts – Mark Rutte verklaarde dat hij de politiek was in gegaan omdat hij als kind al droomde van een zo klein mogelijke overheid. Hier botsen twee visies, op de overheid, op de verhouding burger en maatschappij, op het bestrijden van de crisis. En juist de opzichtige punten die in de verkiezingsstrijd werden ingezet om de kiezer te paaien – hypotheekaftrek, ontwikkelingshulp – leiden tot gezichtsverlies wanneer die worden opgegeven. Waardoor de flanken weer zullen groeien – enzovoort.

Zo bezien maakt die nieuwe bestendigheid een behoorlijk vluchtige indruk.

Er lopen hier twee dingen door elkaar. Aan de ene kant heb je tien jaar populistische politiek die zich nu lijkt te bestendigen in links en rechts met de daarbij horende geloofsartikelen. Die stromingen vind je vrijwel overal. Aan de andere kant heb je onze nationale vermoeidheid met de strompelende kabinetten, het kwaadaardige cabaret der opstandigen, het slepende onvermogen om de wereld met frisse moed tegemoet te treden. Handen uit mouwen, graag.

Maar je kunt niet eerst de tegenstellingen aanscherpen en dan doen alsof ze niet bestaan. Dat is cynisch – dan zouden we na de fact-free politics nu ook politics-free politics hebben. Wie verwacht dat in Engeland de Conservatives en Labour samen gaan regeren?

De afloop laat zich raden.