Wereldsterren kunnen elders meer cashen...

Veel Italiaanse clubs hebben geldproblemen. Eigenaren houden de hand op de knip en de afhankelijkheid van tv-gelden is groot. „We kunnen geen topspelers betalen.”

Paris Saint-Germain's forward Swedish Zlatan Ibrahimovic (R) vies with Barcelona's midfielder Argentinian Javier Mascherano during the Paris Saint-Germain v. FC Barcelona football friendly match on August 4, 2012 at the Parc des Princes stadium in Paris. AFP PHOTO BERTRAND LANGLOIS
Paris Saint-Germain's forward Swedish Zlatan Ibrahimovic (R) vies with Barcelona's midfielder Argentinian Javier Mascherano during the Paris Saint-Germain v. FC Barcelona football friendly match on August 4, 2012 at the Parc des Princes stadium in Paris. AFP PHOTO BERTRAND LANGLOIS AFP

Toen Zlatan Ibrahimovic deze zomer zijn miljoenentransfer van AC Milan naar Paris Saint Germain toelichtte, zei hij dat de Italiaanse serie A „verpaupert’’ door het verlies van toonaangevende spelers als hijzelf en Thiago Silva, de Braziliaanse verdediger die met hem meeging naar Parijs. Zijn zaakwaarnemer, de ook in Nederland actieve Mino Raiola, deed er nog een schepje bovenop: „De tijd is voorbij dat we mensen zagen komen als Maradona en Platini. We moeten ons realiseren dat Italië zich geen topspelers meer kan veroorloven.”

Engeland, Spanje en Duitsland zijn nu de voetbalgrootmachten. Dat zie je terug op de ranglijsten van de Europese voetbalbond UEFA en de financiële overzichten.

„In de jaren negentig was Italië de absolute leider’’, zegt Fausto Panunzi, econoom aan de prestigieuze Bocconi-universiteit in Milaan. Panunzi: „De beste spelers van de wereld speelden in de Serie A. Nu speelt geen enkele wereldster in Italië. De clubs kunnen de hoge salarissen die nodig zijn om topspelers te trekken en vast te houden, niet meer betalen. Deze zomer lazen we dat Juventus interesse had in Van Persie. Maar dat was een droom. Juve kon hem nooit zoveel [transferwaarde 30 miljoen] betalen als Manchester United.”

Het Italiaanse voetbal verkeert in een financiële crisis. Vrijwel alle clubs worstelen met een miljoenenschuld, zonder perspectief op stijgende inkomsten. Schandalen over omkoping van scheidsrechters en match fixing hebben de geloofwaardigheid van de sportieve strijd aangetast. De exploitatie van de clubs is ouderwets.

„Al deze problemen samen leiden tot een sportieve crisis”, zegt Panunzi in een telefoongesprek. „Op de UEFA-ranking dreigt Italië, nu nog vierde, te worden ingehaald door een klein land als Portugal.” Engeland, Spanje en Duitsland begonnen dit seizoen met vier clubs aan de Champions League, Italië met drie. De eerste twee landen hebben nog vier clubs over, Duitsland en Italië zijn er al een kwijtgeraakt. Portugal doet nog steeds met drie clubs mee.

Panunzi, die uit liefhebberij studies over bedrijfsovernames afwisselt met analyses van het Italiaanse voetbal, wijst erop dat vrijwel overal in Europa clubs in het rood staan. Met name in Engeland, maar ook in Spanje en Frankrijk, bieden buitenlanders investeerders en sponsors enig soelaas. Neem de miljoenen die sjeik Mansour bin Zayed uit Abu Dhabi stopt in Manchester City, of de royale cheques uit een andere Golfstaat, Qatar, voor Paris SG.

Maar in Italië zijn tycoons als Silvio Berlusconi (Milan) en Massimo Moratti (Inter) aan het einde van hun financiële mogelijkheden en is de interesse uit het buitenland beperkt. Al heeft AS Roma vorig jaar een financiële injectie gekregen van een groep Amerikaanse ondernemers met Italiaanse achternamen. En Inter maakte vorig maakt bekend dat Chinese investeerders een minderheidsbelang in de club nemen.

Namen en bedragen wilde club nog niet noemen, maar het bericht leidde meteen tot geruchten. Berlusconi zou naar Rusland zijn gevlogen om via zijn goede vriend en president Vladimir Poetin het energiebedrijf Gazprom te bewegen een belang te nemen in Milan. Gazprom investeert immers ook royaal in voetbal. Het bedrijf is sponsor van de Champions League en van Chelsea, Schalke en Zenit Sint-Petersburg. Milan heeft het gerucht ontkend.

Wellicht is de komst van de Amerikanen en Chinezen een eerste stap. De tifosi hopen op nieuwe zuurstof voor hun club. Economen zijn sceptisch. Panunzi: „Als sjeiks Engelse clubs kopen of PSG, zijn dat niet de grillen van een emir, maar schuilen er economische overwegingen achter.”

De Italiaanse bond heeft dit jaar een somber rapport uitgegeven over de financiële staat van het profvoetbal. De meest recente overzichten gaan over het seizoen 2010/11. Toen steeg de schuldenlast van de clubs in de Serie A met 14 procent, naar een totaal van 2,6 miljard euro. „In zo’n situatie wordt het moeilijker worden een mecenas te vinden die wil investeren in de club”, waarschuwde sportminister Piero Gnudi. „In andere jaren waren er ook schulden, maar ook optimisme. Nu zitten we midden in een economische crisis.”

Niet dat er slecht wordt verdiend. La Gazzetta dello Sport rekent het voor: AC Milan geeft dit jaar 120 miljoen euro uit aan spelerssalarissen, Juventus 115 miljoen, Inter 100 miljoen en AS Roma 95 miljoen.

Het is geen toeval dat de eerste twee clubs meedoen aan de Champions League. Italiaanse clubs zijn, veel meer dan Engelse, Spaanse of Duitse, afhankelijk van tv-rechten. Clubs elders halen meer geld op met kaartverkoop en marketing en commerciële activiteiten rondom de stadions. Als dan de inkomsten uit Europese liga’s tegenvallen, kan in Italië een negatieve spiraal ontstaan.

Het stadionprobleem is essentieel. „De meeste zijn hopeloos verouderd”, weet Panunzi. De opknapbeurt voor het WK in 1990 heeft weinig opgeleverd. Bovendien zijn de meeste stadions eigendom van de gemeente, wat de exploitatiemogelijkheden beperkt. Het is geen toeval dat de belangstelling van Amerikanen in Rome en de Chinezen in Milaan gekoppeld is aan een nieuw stadion en wat dit verder voor economische activiteit kan opleveren.

Volgens Panunzi is de slechte stadionkwaliteit een belangrijke oorzaak voor het al jaren dalende bezoekersaantal. „In sommige stadions kun je vanaf de curva de wedstrijd eigenlijk niet goed volgen”, zegt hij. Maar ook schandalen spelen een rol. „Als je niet meer weet of een eigen doelpunt een stomme fout is van een verdediger of juist een opzetje om te verdienen aan gokken op duels, verlies je interesse.”

Collega-econoom Tito Boeri onderzicht de invloed van het schandaal over omgekochte arbiters dat in 2006 aan het licht kwam: calciopoli. Hij constateerde dat het aantal fans bij clubs die erbij betrokken waren, veel sterker is gedaald dan bij clubs die geen vuile handen hadden.