Vechten in de slachtschuur

Slager (Wim Opbrouck) omhelst zijn laatste, zelf geslachte koe.
Slager (Wim Opbrouck) omhelst zijn laatste, zelf geslachte koe.

Vreemd Bloed (Johan Timmers, 2010) Ned 2, 22.55 - 00.20 uur

Was het echt zo raar, zo wreed? Vreemd bloed maakt nieuwsgierig naar de jeugd van acteur Wil van de Meer, waarop de film is gebaseerd. Zelf figureert hij in de film als fanfaredirigent. Maria Goos schreef het scenario, Johan Timmers debuteert hier als filmregisseur.

Een zachte, meisjesachtige jongen wordt door zijn vader, een brute slager, gezien als een vreemd duivelskind wiens geboorte de ondergang inluidt. Het speelt zich af in een Brabants dorp in de jaren zestig, tijd van grote veranderingen. De slagerij mag niet meer zelf slachten, de ‘nieuwbouwers’ willen graag paté en andere nieuwigheden. Vader (mooie rol van Wim Opbrouck) weigert mee te bewegen met de nieuwe tijd, zijn oudste zoon (Gijs Naber) doet dat wel. Hij trouwt zelfs met een bloedmooie Italiaanse migrante (Meral Polat).

Het eerste half uur is wel mooi. Nederlands surrealisme dat aan Alex van Warmerdam doet denken. Veel sterk gestileerde, stille beelden van een hard, wreed en lullig oer-Nederland. Maar het verhaal blijft hangen en het ritme is niet goed. En als na een klein uur al de apotheose komt, valt het verhaal helemaal stil.

Daarna volgen er nog drie. Zoon krijgt vork in buik op bruiloft, vader vecht met engel in slachtschuur, en vader verkoolt in trommelschuurtje door blikseminslag. Vier apotheoses is te veel. Ze benadrukken dat Goos en Timmers niet verder kwamen dan het exposé.