Vaccinatie naar Bijbelse normen en waarden

Bevindelijk gereformeerde ouders met medische argumenten proberen te overtuigen van het nut van vaccinatie, is zinloos. Dat zegt promovenda Helma Ruijs.

Rotterdam. - Inentingen tegen besmettelijke ziektes zijn belangrijk voor de gezondheid van een kind. Met medische argumenten proberen huisartsen en consultatiebureaumedewerkers mensen met religieuze bezwaren tegen vaccinatie van het nut te overtuigen. Maar die boodschap komt zelden aan, concludeert GGD-arts Helma Ruijs, na tientallen diepteinterviews met reformatorische ouders. „De keuze van wel of niet vaccineren laten zij voornamelijk afhangen van familietraditie en interpretatie van de Bijbel”, zegt Ruijs die vandaag aan de Radboud Universiteit Nijmegen promoveert.

Sommige bevindelijk gereformeerde ouders menen dat ziekte en gezondheid gestuurd worden door God en dat de mens niet mag ingrijpen in de Goddelijke voorzienigheid. Andere reformatorische ouders zien vaccinatie juist als geschenk van God, dat in vertrouwen mag worden gebruikt. De variatie in vaccinatiebereidheid onder de 250.000 bevindelijk gereformeerden in Nederland is groot, en hangt sterk samen met de kerkelijke stroming, ontdekte Ruijs aan de hand van enquêtes. Bij sommige geloofsgemeenschappen was de vaccinatiegraad minder dan 25 procent, bij andere meer dan 85 procent.

Met name door de vaccinatieweerstand in orthodox-protestantse kringen, slaagt Nederland er landelijk niet in de vaccinatiegraad boven de 95 procent te krijgen, de grens die de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert als veilige ondergrens om epidemieën te voorkomen. Het is zichtbaar op kaartjes met regionale vaccinatiepercentages, waar de zogeheten bijbelgordel zich aftekent, in de gebieden waar de meeste reformatorisch-gezinde christelijken wonen.

Volgens Ruijs zullen de meeste mensen binnen deze gemeenschappen niet zonder meer over te halen zijn om zich te laten vaccineren. Het beste wat een arts kan doen is mensen die hun kind niet willen laten vaccineren of die erover twijfelen, helpen bij een bewuste besluitvorming, zegt Ruijs. „Dat kan door vragen te stellen: wat is het beste voor je kind, waar denk je aan bij de beslissing wel of niet, wat zou je doen bij een epidemie? Het is goed dat mensen erover nadenken en een bewuste keuze kunnen maken, en dat ze die keuze later ook tegenover hun kinderen kunnen verantwoorden. ”

Maar artsen moeten niet in discussie gaan, zegt Ruijs. „Artsen zijn geen deskundigen op religieus gebied, dus daarin kunnen ze zich beter niet mengen. En ze moeten accepteren dat een weloverwogen keuze ook kan betekenen dat ouders tegen vaccinatie blijven.”

Voor het RIVM komt Ruijs’ onderzoek als een eye opener. „Het is opmerkelijk”, zegt arts-epidemioloog Marina Conyn, landelijk coördinator van het Rijksvaccinatieprogramma, „Die mensen zitten helemaal niet te wachten op nog meer medische informatie. Ze weten heus wel dat je van polio in een rolstoel kunt raken. Wij probeerden mensen altijd te overtuigen door ze te informeren over het voordeel van vaccineren.”

Conyn denkt niet dat het voorlichtingsbeleid van het RIVM zal veranderen door de conclusies uit het proefschrift. Als overheidsorganisatie mengt het zich niet in religieuze discussies. „Maar als er via de [christelijke] Nederlandse Patiënten Vereniging nieuwe informatie komt die de religieuze kant ervan belicht, dan zullen wij daar zeker met een link op onze website naar verwijzen.”