Underground is dood Underground

Wat is het verschil tussen commercieel en cool? Niet zo gek veel meer, verklaart popjournalist Simon Reynolds vandaag op het Incubate Festival.

Muziekjournalist

Begin jaren negentig ontdekte toenmalig indierockliefhebber Simon Reynolds de charme van housemuziek. „Iemand nam me mee naar een party waar het duo Orbital optrad. Het was een geweldige avond, de muziek was opzwepend, ik stond te dansen tussen mensen die allemaal even gelukzalig waren als ik. De muziek leek, mede geholpen door wat xtc, door je lichaam te golven. Ik vond het een religieuze ervaring.”

Schrijver en popjournalist Simon Reynolds (1963) schrijft onder meer voor de Britse krant The Guardian, onderhoudt een aantal blogs en schrijft boeken over popmuziek en popcultuur. Zo verklaarde hij in het internationaal succesvolle Retromania (2011) waarom popmuziek steeds teruggrijpt op haar eigen verleden, zoals blijkt uit het recyclen van oude stromingen als punk, postpunk, of electro uit de jaren tachtig.

Reynolds treedt vandaag op in Tilburg, tijdens het Incubate Festival. Op het breed geprogrammeerde festival – met ook aandacht voor film en beeldende kunst – speelt een aantal bands die je zou kunnen omschrijven als ‘underground’, zoals punkband The Men, garageband Reigning Sound, en de oude elektronische cultband Silver Apples.

Op Incubate geeft Reynolds een lezing waarin hij zal betogen dat de echte underground, als solide voedingsbodem voor muzikale stromingen – zoals hiphop in de jaren zeventig en house aan het begin van de jaren negentig – inmiddels niet meer bestaat.

„Muziek kan tegenwoordig niet in afzondering tot ontwikkeling komen”, zegt Reynolds per telefoon vanuit Los Angeles. „Niets blijft meer geheim. Toen ik house ontdekte, hoorde het genre nog in de ‘underground’. Langzaamaan zou het bredere aandacht krijgen, tot er sprake was van een echte stroming.

„Als nu een nieuwe band of artiest een paar liedjes heeft gemaakt, verschijnt het op internet, wordt er de volgende dag over geschreven op een blog en binnen twee weken heeft The Guardian of The New York Times het opgepikt. En even later zijn de echt coole mensen alweer op zoek naar het volgende nieuws.”

Toch blijkt het ontstaan van een nieuwe stroming niet helemaal onmogelijk. Tussen alle gerecyclede stijlen heeft zich de afgelopen jaren één nieuw genre afgetekend, te weten dubstep. Deze van oorsprong Britse elektronische dance, die eind jaren negentig voor het eerst opkwam, heeft zich in de loop van zo’n twaalf jaar weten op te werken tot een nu internationaal succesvolle stijl, aangevoerd door muzikanten als Skrillex en Deadmau5. „Dubstep had het geluk dat het de eerste jaren nauwelijks op internet te vinden was”, zegt Reynolds. „Dubstep was clubmuziek, om op te dansen. Die obscuriteit gaf het een kans om zich verder te ontwikkelen.”

Volgens Reynolds verschilt de huidige Amerikaanse dubstep dan ook duidelijk van de Britse stijl. „Dubstep viel op door bassen die zo laag waren dat ze je broekspijpen deden wapperen. In de clubs werd die muziek op 12”-platen gedraaid. Maar in Amerika wordt de muziek nu beluisterd en verspreid via mp3 en computers. Mp3’s kunnen die ultralage frequenties niet weergeven. Het draait nu om de middenfrequenties, die uit de muziek knallen. Dubstep, zoals van Skrillex, is inmiddels veranderd in wat ik zou omschrijven als elektronische rock.”

Nu in Amerika niet alleen dubstep, maar ook andere elektronische dance (onder de verzamelnaam EDM, oftewel electronic dance music) bij jongeren razend populair is, ziet hij de verschillen met de tijd dat hij zelf naar raves ging. „Ik ga weleens naar een EDM-festival in Los Angeles. De aanwezigen zijn opgedoft met pruiken, bizarre kleren en fluorescerende kleuren. De sfeer is gemoedelijk, en te oordelen naar hun gedrag zijn de drugsexcessen minder groot dan in Engeland begin jaren negentig. Een gemis bij de Amerikaanse versie is dat er, anders dan in de Britse en ook Nederlandse hoogtijdagen van begin negentig, geen ideologie aan te pas komt. In Engeland had de houseaanhang een ideologie, die noemden we ‘P.L.U.R.’, oftewel ‘peace, love, unity, respect’. De muziek werd gemaakt door mensen met interesse in de toekomst, iedereen wilde technisch én ideologisch vooruitstrevend zijn. Bij de huidige EDM ontbreekt dat, ik zie het eerder als een soort Las Vegas-vermaak.”

Reynolds groeide begin jaren tachtig op met de ‘post punk’ van onder meer Gang Of Four en Human League, waar hij later het boek Rip It Up And Start Again (2005) over zou schrijven. Inmiddels noemt hij zijn smaak ‘eclectisch’, van r&b-ster Nicki Minaj tot de obscure zanger Ariel Pink. „En ik hou van gitaarsolo’s. Als braaf volger van de feministische tendens in de postpunk, waarbij hoorde dat je je afkeerde van de ‘macho’-gitaristen met hun acht minuten durende erupties, werd ik vroeger fysiek onwel van de solo. Maar ik heb me ontwikkeld. Nu ben ik fan van Jimi Hendrix.”

Simon Reynolds spreekt vandaag om 12.00 tijdens Incubate in De Nieuwe Vorst. Het festival vindt plaats op meerdere locaties in Tilburg en duurt t/m 16/9.