Tekort aan dieselzwemmers

Na olympisch goud in Peking in 2008 was het langeafstandzwemmen hot. Maar toen medaillewinnaar Maarten van der Weijden stopte, verslapte ook de aandacht voor de sport. Op dit moment is de spoeling aan de Nederlandse top dun.

Argentina's Cecilia Biagioli (R) and Spain's Erika Villaecija Garcia (L) compete in the women's 10km open water swimming marathon at the London 2012 Olympic Games on August 9, 2012 in London. AFP PHOTO / MARTIN BERNETTI
Argentina's Cecilia Biagioli (R) and Spain's Erika Villaecija Garcia (L) compete in the women's 10km open water swimming marathon at the London 2012 Olympic Games on August 9, 2012 in London. AFP PHOTO / MARTIN BERNETTI AFP

Redacteur Zwemmen

Rotterdam. Het zijn de zwemmers van de lange adem. Sporters met dieselmotoren die niet terugdeinzen voor een zwerm kwallen, een pak zeewier of de sterke onderstroom in een ijskoud bergmeer. Lange tijd waren Nederlanders toonaangevend in open water, met zesvoudig wereldkampioene Edith van Dijk (2000-2005), olympisch kampioen Maarten van der Weijden (2008) en Europees en wereldkampioene Linsy Heister (2010). Dan is een olympisch toernooi zonder Nederlandse inbreng zoals deze zomer even wennen.

„De spoeling is dun in de top van het Nederlandse langeafstandszwemmen”, zegt Marcel Wouda in de Italiaanse havenstad Piombino, tegenover Elba, waar deze week de EK worden gehouden. Wouda, in het verleden coach van onder anderen Van der Weijden en Heister, begeleidt in het woelige water van de Tyrrheense Zee een kleine en piepjonge Nederlandse ‘ploeg’: Ferry Weertman (20), die woensdag bij zijn seniorendebuut knap zesde werd op de 10 kilometer, en de 19-jarige Marcel Schouten, die dertigste werd. Beiden zwemmen morgen de 5 kilometer.

Maar wat is er gebeurd sinds die successen van de afgelopen jaren? Wouda: „Van der Weijden en Van Dijk zijn na ‘Peking’ gestopt. Er waren eigenlijk maar twee opvolgsters: Heister en Maaike Waaijer. Maaike haalde nooit een echt hoog internationaal niveau, zij was niet goed genoeg. Linsy was dat wel, maar zij kreeg na 2010 wat tegenslagen die ze niet kon overwinnen.”

Een ‘Maarten van der Weijden-effect’ bleef dus uit na Peking. Wouda: „Maar dat had ik wel verwacht. Toen Maarten won was hij ‘hot’. Als zo’n zwemmer wegvalt wordt ook de aandacht voor die sport minder.”

Toch is de vrije val van Heister opmerkelijk. Ze stond twee jaar geleden aan de absolute top, met een wereldtitel op de 25 kilometer en Europees goud op de 10 kilometer, de afstand met de olympische status. Maar in het voorjaar van 2011 werd haar voorbereiding op de Spelen van Londen in de war geschopt door een schouderblessure. Ze was gedwongen haar trainingsarbeid aan te passen en slaagde er niet in zich voor haar droomtoernooi te plaatsen.

Inmiddels heeft Heister een tussenjaar ingelast, waarin ze stage loopt als lerares in opleiding. Wouda: „Linsy is niet gestopt, maar we moeten over een jaar zien of ze de draad weer oppakt.” Haar absentie hakte er flink in, in de Nederlandse zwemwereld. „Als je zo weinig openwaterzwemmers hebt en er valt er één weg, dan krijg je een groot gat.”

Het zijn niet de elementen die zwemmers van het openwater houden, noch de tientallen wekelijkse zwemkilometers die nodig zijn voor de top, zegt Wouda, zelf in 1998 wereldkampioen op de langebaan (200 meter wisselslag). „We hebben in Nederland een groot openwatercircuit met heel veel wedstrijden. Die zwemmers gaan er in het weekend met de caravan voor op pad. Hartstikke leuk en gezellig, maar dat is geen topsportniveau.”

Wouda wijt de flinterdunne topsportlaag aan de cultuur binnen de Nederlandse zwemclubs, die relatief weinig uren beschikbaar hebben in de zwembaden. „Clubs zijn heel veel geld kwijt aan baduren, dus trainen zij met grote groepen. Dan is het trainen op korte afstanden gewoon praktischer dan langere afstanden. Dat gaat ten koste van het langeafstandszwemmen.”

Inmiddels probeert Wouda, samen met zijn collega Jacco Verhaeren en jeugdbondscoach Titus Mennen, de langere afstanden structureel onder de aandacht te brengen van de jeugd. „We richten ons iets meer op de ontwikkeling van de basisconditie van de zwemmers. Dan krijg je niet alleen betere langeafstandszwemmers, maar ook betere sprinters en bijvoorbeeld 400 meter-zwemmers. Je ziet aan Job Kienhuis, Dion Dreesens en Sebastiaan Verschuren dat er wel ontwikkeling in zit.”

Wat betreft de twee jonge openwaterzwemmers is het nog afwachten of zij de Spelen van Rio de Janeiro (2016) kunnen halen. Ferry Weertman en Marcel Schouten kwamen eerder dit jaar bij Wouda’s trainingsgroep in Eindhoven. „Het zijn twee totaal verschillende zwemmers. Marcel is wat lichter, een klassieke openwaterzwemmer. Ferry is wat groter en zwaarder, een veelzijdige zwemmer die ook heel goed uit de voeten kan in het zwembad. Hij moet uitvinden of zijn toekomst in het openwater ligt of in het zwembad.”