Regionale opkomst Turkije stagneert

De ‘Arabische Lente’ heeft de Turkse ambities in de regio gesmoord. De onmacht van de regering de problemen in eigen land op te lossen komt nu als een boemerang terug.

Politiek is de verkoop van een utopie. Wie het best kan verkopen, wint. Dat weet zakenman en schrijver Hasip Yigitoglu ook wel. Ook al geloofde hij misschien nooit in het idee van een groot Turkije dat het Midden-Oosten herovert als in Ottomaanse tijden, hij liftte comfortabel mee in de vaart van het succes. Toen de regerende AKP van premier Erdogan de grenzen openzette naar de voormalige Koude-Oorlogsrivaal Syrië, investeerde Yigitoglu grif voor honderdduizenden euro’s in het buurland. In kunstmest en aardolie, om precies te zijn.

De roes duurde vijf jaar. Toen verschenen in de straten rond zijn kantoor in de havenstad Latakia plots gewapende bendes, die lokale zakenmannen bedreigden. Alawieten, zoals hij. „Ik zat in mijn kantoor te werken en plotseling hoor ik kogels door de bovenste ramen vliegen. Ze tikten tegen de tralies, een hels kabaal.”

Dezelfde dag nog adviseerde de politie hem Syrië te verlaten en nooit meer terug te komen. Zes maanden geleden vroeg hij faillissement aan van beide bedrijven, en sloot hij zich aan in de lange rij van werkloze Turkse ondernemers in deze grensstreek.

Het begin van het gewapende verzet tegen de regering van president Bashar al-Assad betekende niet alleen het failliet van bedrijven als die van Yigitoglu, maar ook van de Turkse buitenlandpolitiek van „nul problemen met de buren” van de AKP.

De utopie is gebarsten, het Turkse wonder voorbij. Even leek het alsof Turkije schadeloos door de ‘Arabische Lente’ kon fietsen, door zich achter de massa’s te scharen toen in Tunesië, Egypte en Libië de dictaturen wankelden. Maar de steun aan het gewapende verzet in Syrië is negentien maanden later als een boemerang in het gezicht van de beleidsmakers gevlogen.

De Turkse economie dacht de crisis in de Europese Unie te ontsnappen door zich te richten op het Midden-Oosten. Maar de handel met Syrië is helemaal ingestort. Bovendien zet de toestroom van meer dan 80.000 Syrische vluchtelingen de verhoudingen tussen de minderheden in Turkije zelf nu onder hoogspanning. De alawitische minderheid in deze grensstad die zich verbonden voelt met de regerende elite in Syrië, voelt zich bedreigd door de veelheid aan gewapende strijders die vanuit hier de strijd aan de andere kant van de grens coördineren. De lokale gemeenschap is druk bezig zich te bewapenen. Demonstraties roepen om het vertrek van de Syrische vluchtelingen.

„In tijden van economische crisis en groeiende angst moet je er niet van op kijken dat mensen hun eigen veiligheid gaan organiseren”, zegt Yigitoglu. Hij neemt het de Turkse premier, de sunniet Erdogan, persoonlijk kwalijk dat hij niet meer doet om de spanning weg te nemen. „Hij levert niet alleen steun aan het sunnitische verzet in Syrië. Hij is niet een keer naar Antakya gekomen om de alawitische minderheid gerust te stellen. Opdat wij niet de volgende zijn. Hij heeft partij gekozen. Het is die doctrine van uitsluiting die ons nu zo kwetsbaar maakt.”

De prijs voor uitsluiting van minderheden betaalt niet alleen Antakya, maar heel het land. In de afgelopen zes maanden vielen bij gevechten tussen het Turkse leger en de Koerdische Arbeiderspartij, de PKK, meer dan 300 doden. De PKK wil de regering dwingen terug te keren naar de onderhandelingstafel die in 2008 werd verlaten. In plaats van onderhandelen, arresteerde de politie duizenden Koerdische activisten, journalisten, advocaten. De PKK geniet logistieke steun in Syrië en Iran, die de Turkse regering lijken te willen straffen voor haar steun aan het Syrische verzet.

Ankara heeft volgens schrijver Yigitoglu mis gerekend met te hoge regionale ambities, zonder eerst de problemen thuis op te lossen. „Het enthousiasme over het idee van herleving van Ottomaanse tijden is met ons aan de haal gegaan. Een sunnitische hegemonie in de regio. Turkije heeft het grote Midden-Oosten project als een kans gezien zonder na te denken over de consequenties. We zijn er ingegaan, als een kip zonder kop. Ze dachten dat de regering in Syrië enkel leunt op een kleine alawitische elite. Ze hebben niet beseft dat er een brede seculiere sunnitische stroming is die deze regering steunt en in stand wil houden .”

Nu de opmars van het Syrische verzet vaart dreigt te verliezen en is vastgelopen in de grote steden Aleppo en Damascus, staat Turkije voor een dilemma. Doorgaan met de steun voor het Syrische verzet, met het risico dat de strijd niet alleen meer vluchtelingen naar Turkije zal brengen, maar ook meer sektarische spanningen. Of de steun aan het verzet staken en proberen de dialoog met Assad opnieuw op te starten, met het risico het Westen van zich te vervreemden en de Syrische oppositie. In de oproep van de gouverneur aan Syriërs om de grensprovincie Hatay te verlaten, is die twijfel blootgelegd. Het Syrische verzet haalde vorige week Hatay als plaatsaanduiding van zijn hoofdkwartier van zijn website. Daar staat nu Damascus. Turkije is weer het land dat het was voor de lancering van de nul-problemen-utopie: onmachtig zijn eigen problemen op te lossen, laat staan die in de regio.