Niet zeuren, niet oordelen

Het hockeyteam van bondscoach Paul van Ass (52) haalde zilver op de Spelen. Hij leerde al vroeg dat zijn beslissingen impact hebben op anderen.

Voor de halve finale hockey tegen Groot-Brittannië tijdens de afgelopen Olympische Spelen droeg Paul van Ass (52) een gedicht voor van zijn vorig jaar overleden vader. Van Ass had de tekst op een powerpointsheet gezet, hij wist dat hij het niet droog zou houden. „Dan konden de jongens het zelf lezen.” Het gedicht ging over doorgaan waar anderen stoppen. Over het onmogelijke mogelijk maken. Zijn vader gaf het hem een jaar geleden en zei dat hij goud moest halen op de Spelen. De volgende dag overleed hij. De ‘jongens’ speelden en wonnen met 9-2.

Van Ass praat in metaforen, persoonlijke ervaringen, verhalen, managementtheorieën, boeken. „Hockey is more than a game”, zegt hij. „The power of we is stronger than the power of me”, citeert hij de Amerikaanse NBA-basketbalcoach Phil Jackson. Hij spreekt over de managementfilosofie van Braziliaan Ricardo Semler. Roemt De Celestijnse belofte van James Redfield en praat over de kracht van het onderbewuste.

Hij denkt na over menselijk handelen. Al jong leerde Van Ass dat zijn beslissingen van groot belang zijn voor anderen. Die verantwoordelijkheid trok hem de boeken in. Na een afgebroken studie sociologie en een voltooide MBA-opleiding kocht hij op zijn 28ste zijn eerste bedrijf. Een jaar later, net na de val van de Muur, trok hij naar Oost-Duitsland en nam een containerfabriek over. Hij werd ‘bedrijvendokter’. „Ik was dertig en besloot wie zijn baan kon houden en wie niet. Dan denk je wel na over wie je bent en wat je van anderen verwacht.”

Toen hij als hockeybondscoach in 2010 besloot oudgedienden als Taeke Taekema en Teun de Nooijer uit de selectie te zetten – De Nooijer ging uiteindelijk toch naar de Spelen – kreeg hij veel kritiek. Hij zou zichzelf ongeloofwaardig hebben gemaakt. Van Ass bleef bij zijn besluit. De afloop van de finale tegen Duitsland kennen we. Nederland verloor met 1-2. Van Ass ging weliswaar niet naar huis met het hoogst haalbare, de zilveren medaille is het bewijs van zijn gelijk. In de tuin van zijn huis in Bergschenhoek vertelt Van Ass wat hij van het leven weet – tot nu toe.

Duitsers hebben altijd geluk op het einde

Ik was er heilig van overtuigd dat we de finale zouden winnen. Ik snap niet waarom we het niet verdienden. Het proces ernaartoe was zo goed, maar uiteindelijk gebeurde het niet. Overigens met een doelpunt dat formeel afgekeurd had moeten worden, want de Duitse speler liep achter de goal langs. Maar ik zag het niet. Ach, dat is achteraf. Ik heb het geloof ik al eens gezegd: Duitsers hebben altijd geluk op het einde, en dat is op zichzelf geen geluk.

Dat wat je in de hand hebt, daar moet je iets mee doen

Op dat moment was ik eindeloos teleurgesteld, maar het heeft geen zin om er lang bij stil te staan. Je moet je afvragen wat we beter hadden kunnen doen. We hadden meer moeten scoren, verder moeten uitlopen. Maar we hebben het maximale uit het team gehaald en dan doe je het goed. Het was een fantastische reis. Het was veel meer dan elf tegen elf met een balletje. En misschien is het verlies een zegen. Bij de Spelen in Rio in 2016 hebben we veertien jongens met olympische ervaring. Als we nu al goud hadden gewonnen was het vuur er misschien uit.

De kopie is nooit zo goed als het origineel

Het was mijn missie om meer Nederlandse cultuur in het hockey te brengen. Wij zijn per definitie creatieve mensen en zelfstandige denkers. We hebben lang het Angelsaksische krachtenhockey gekopieerd. Die Australiërs zijn zo sterk, ze hebben van die dikke armen. De Nieuw-Zeelanders komen op en die Engelsen doen het goed. Maar ik koos voor snelheid in plaats van kracht. De jongens hoeven niet met spierbundels naar het strand, ze moeten de wedstrijd winnen. De Engelsen zijn werkpaarden, wij zijn polopaarden. Zij trekken misschien met gemak een stapel hout uit het water, maar ondertussen rennen wij drie keer om hen heen. Zo ben ik mijn eigen trainingsopbouw gaan doen – ik trainde hersenen, geen spieren.

Jij bepaalt

Ik moet absoluut vrij zijn, mijn eigen beslissingen kunnen nemen. Ik ben vanaf mijn 28ste onafhankelijk. Ik zeg het ook tegen de jongens: jij bepaalt. Als je geen zin hebt om te trainen dan doe je het toch niet. Maar als je echt goed wilt zijn, kies je ervoor om jezelf ondergeschikt te maken aan het teamproces. In het bedrijfsleven geldt hetzelfde. Waarom ga je naar je werk? Is het alleen voor je inkomen of ben je begaan met je bedrijf en ben je bereid om er soms privétijd in te stoppen? Je moet samen verbonden zijn. En dat betekent ook dat ik me kwetsbaar opstel als coach, want soms willen ze iets anders dan ik voorstel. Ook dan moet ik zeggen: jij bepaalt. Tegen een Duitser kan ik zeggen: zo gaan we het doen, tegen een Nederlander niet. Er moet interactie zijn, pas dan wordt het van ons.

Je ratio blokkeert je

Als jij probeert te scoren en het lukt niet, dan oordeel ik niet. Ik zeur niet vooraf en ik zeur niet achteraf. Je moet elkaar niet meer beoordelen. En het is het allersterkst als je jezelf niet meer beoordeelt. Dan zit je in de flow. Je moet spelen met je talent en op dat moment niet te veel nadenken. Dus als je ook jezelf niet meer beoordeelt, is het just a moment in time en komen er bij wijze van spreken nog drie momenten aan waarvan je er twee op intuïtie doet, en scoort.

Je kunt geen oorlog voeren en dan zeggen dat je niemand wilt doodschieten

Ik kan hard zijn. Dat hebben Teun de Nooijer en Taeke Taekema ondervonden. Ik bewandel mijn eigen pad en op een gegeven moment zeg ik: zo is het. Dan vind je mij niet aardig. We hebben altijd thema’s besproken. Bijvoorbeeld, als jij niet beter wordt dan winnen we niet. Dat zijn geen loze woorden, dat meen ik.

De enige zekerheid die je hebt, is het vertrouwen in jezelf

Dat is het belangrijkste dat mijn vader mij heeft meegegeven. In mijn studententijd kwam ik erachter dat de wereld ook onzeker is. Niets staat vast. Mijn vader zei: als je geen vertrouwen hebt in jezelf, kun je ook niet verwachten dat anderen dat doen. Zo ben ik in deze periode ook vrij gemakkelijk overeind gebleven toen iedereen dacht dat ik gek was.

Mensen komen op elkaars pad, doe daar iets mee

In onze maatschappij kijkt men vaak alleen of er bij de ander iets valt te halen. Niets? Dan ben je niet interessant. Maar als ik het omdraai en denk: ik probeer alles te geven wat ik heb, dan kom je veel verder. Zo kom ik op het pad van de jonge jongens. Ze hebben nog een heel leven voor zich. Ze zijn stuk voor stuk unieke talenten. Als ik ze iets bij kan brengen waarmee ze later iets kunnen of waardoor ze geen angst meer hebben, dan is dat fantastisch. Als ik ze nu eens leer dat je je als stoere vent kwetsbaar mag opstellen.

Als je werkt, blijf je fitter en sta je volwaardiger in het leven

Bondscoach ben je voor twee jaar, dus ik ga me beraden op wat ik nu wil. Ik ben er nog een beetje dubbel in, maar ik zou de zakenwereld nog niet willen verlaten. Tegelijkertijd zou ik het bondscoachschap ook af willen maken met het WK in Den Haag in 2014. Ik wil in ieder geval niet nietsdoen. De kinderen zijn het huis uit, ik zou minder kunnen gaan werken, maar dat wil ik niet. Ik kijk ernaar uit om mezelf weer te testen.

Deze interviewserie is geïnspireerd op de ‘This Much I Know’-rubriek van de Britse krant The Guardian.