Nederland zonder Torentje

In haar woordeloze nieuwe boek Nederland laat de in Frankrijk geboren tekenaar Charlotte Dematons de dingen zien waar autochtonen vaak overheen kijken. De een herkent er Avercamp in, de ander spot Madurodam.

IJspret in Friesland
IJspret in Friesland

een Nederlander zou dit boek gemaakt kunnen hebben. Want het Nederland van Nederland is het Nederland van de Efteling en de Afsluitdijk, van de Rotterdamse haven en de Limburgse steenkolenmijnen, van hagelslag en hunebed, van wadlopen en Wehkamp. Het is het Nederland zoals we dat het liefst zien, maar waar we niet mee durven pochen – wee degene die trots is op Nederland. Een boek als dit maken, waarin al het moois wat Nederland te bieden heeft en had wordt uitgebeeld, nee, daar zijn wij ‘te nuchter’ voor. Daar hebben we Charlotte Dematons voor nodig, geboren Française maar sinds haar achttiende Nederlandse: een buitenstaander met de kennis van een native.

Het tekstloze boek met 27 paginavullende platen is in de eerste plaats een kijkboek, waarin kinderen op elke bladzijde een gele ballon, een kabouter, de schippers van de Kameleon en Zwarte Piet kunnen zoeken en vinden. Het barst van de geintjes: iemand die zit te poepen in de duinen, een hondje dat met carnaval verkleed gaat als hotdog en een nieuwjaarsduiker die bevroren uit zee gevist wordt.

Maar het is méér, en daarmee een boek voor alle leeftijden: het is een update van de schoolplaten van Isings en een canon van de vaderlandse geschiedenis, een getekend Madurodam. Het is een serie compositorische kunstwerkjes en een kleurrijke landschapsatlas. En het is een encyclopedie van ons cultureel erfgoed, van schilderkunst tot kinderliteratuur tot bewegwijzering en dakbedekking.

Nederland wil veel zijn en dat lukt wonderbaarlijk goed, omdat het op vele niveaus sterk is. Al op het eerste gezicht zijn de platen geslaagd: het vogelvluchtperspectief dat Dematons al eerder succesvol toepaste in De gele ballon (2003) en Sinterklaas (2007) leidt in dit boek tot spannende composities. Ze plaatste de Westertoren pontificaal op de voorgrond, vóór de Amsterdamse grachten. Haar ‘Zeeuwse plaat’ bestaat voor bijna de helft uit wassend water en op de plaat met bloeiende bollenvelden gebeurt alleen iets aan de randen. En dat terwijl een haarscherp oog voor detail en drukte van jewelste handelsmerken van Dematons zijn.

Een loep is geen overbodige luxe als je de platen goed wilt bekijken. Kijk je een halfuur (en dat gebeurt gauw genoeg) naar de plaat van Amsterdam, dan zie je kraakpanden, volkszangers, woonboten, draaiorgels, toeristen op huurfietsen, bootjes (al dan niet half gezonken), fietsen (al dan niet bungelend aan een brug), een homohuwelijk, Rembrandt, Tuschinski, wegwerkzaamheden, juffrouw Minoes, het Prinsengrachtconcert en Anne Frank, en ga zo maar door. En dat op één afbeelding.

„Ik was altijd bezig met kleinigheden, bang om iets over het hoofd te zien. Die angst is nu minder,” zei Dematons twee jaar geleden in een interview. Toch spreekt uit Nederland een enorme volledigheidsdrang: Dematons verwerkte in haar tekeningen ook de officiële canon van Nederland. Dat leidde soms tot een noodoplossing, bijvoorbeeld bij de eerste Nederlandse zin ‘Hebban olla vogala’. Die staat, ietwat misplaatst, op een raamposter in een Brabants carnavalstafereel.

Ook heeft Dematons de neiging om datgene wat moeilijk te tekenen is (het Bonnefantenmuseum, Deventer koek en Max Havelaar) dan maar op een billboard of een vrachtwagenoplegger te zetten. Dankzij de sterke composities stoort dat amper: de details zijn onopvallend genoeg om het geheel nooit te laten verzuipen in de veelheid. Dat is een grote verdienste.

Tel daarbij op dat Dematons werkelijk álles kan tekenen met haar flinterdunne penseel, van de Rotterdamse kubuswoningen tot het Veluwse struweel, en je hebt een boek dat in geen huishouden mag ontbreken. Ze heeft iets schijnbaar onmogelijks gedaan: Nederland verbeelden in zijn geheel, op een manier die de intellectuele toeschouwer (die zich verkneukelt met beeldcitaten van Mauve en Avercamp en de Kröller-Müller-Museumtuin) verbindt met de Ik hou van Holland-kijker, die oer-Hollandse folklore herkent in spijkerpoepen en de Elfstedentocht. En met kinderen, voor wie de schilderingen met dierentuinen en pretparken misschien wel de allerleukste attracties van Nederland zijn.

Daarmee is het boek ook apolitiek. Er is niets weggelaten, er is voor elk wat wils. De Haagse tekening is veelzeggend. Dematons tekende wel de Gouden Koets en wel een hoedenwinkel, maar het Torentje ontbreekt. Zodat er ook niemand in hoeft te zitten.