Mede dankzij Maurice

‘Het midden is terug’, was de paginabrede kop in de Volkskrant van gisterochtend. ‘Nederland laat de protestpartijen links liggen en kiest weer voor het midden.’ Deze vermeende ruk terug naar het centrum werd, met name ook in de buitenlandse pers, geïnterpreteerd als een klap voor de populisten, een keuze voor de redelijkheid en een nederlaag voor de euroscepsis.

De vraag is of deze analyse, hoezeer zij ook voor de hand ligt, de verkiezingsuitslag volledig recht doet. De grootste winnaar, de VVD, heeft tijdens de campagne regelmatig eurosceptische uitspraken gedaan. Uitgesproken eurosceptische partijen als de PVV en de SGP hebben het beter gedaan dan een uitgesproken eurofiele partij als GroenLinks. Het is dus nogal dubieus om de uitslag te interpreteren als een ondubbelzinnige omarming van het Europese project.

En hoewel de PVV fors heeft verloren en de SP, anders dan voorspeld, niet heeft gewonnen, is het evenzeer dubieus om de uitslag uit te leggen als een overwinning van het midden. In het echte midden heeft het D66 nipt gewonnen, veel minder dan voorspeld, en het CDA een historische nederlaag geleden. Als de monsterzege van de VVD en PvdA een overwinning van het midden is, is het op zijn best een overwinning van de beide uiterste flanken van het midden.

De dynamiek van de campagne was dat de VVD vond dat Nederland op koers lag en dat het geen tijd was voor experimenten, terwijl de PvdA zei dat het roer om moest. Dat beide partijen fors hebben gewonnen, betekent dat de kiezer vindt dat we koersvast verder moeten recht zoals-ie gaat, terwijl we tegelijkertijd alles over een andere boeg moeten gooien. Het is een polariserende uitslag. Wat nou zege van het midden?

Bovendien gingen deze verkiezingen meer dan ooit over de peilingen. Die hebben de uitslag niet voorspeld, maar bepaald. Dat zij een nek-aan-nekrace voorzagen tussen Rutte en Samsom is een self-fulfilling prophecy geworden. Met dank aan Maurice de Hond hebben de VVD en de PvdA alle andere partijen leeg kunnen smikkelen.

De vraag dringt zich op of die allesbepalende rol van de peilingen wenselijk is.