Knoet van boekhouder komt hard aan

De Europese regels voor de administratie van pensioenen worden aangepast. Dat kost geld en banen, meldde Philips deze week. Andere bedrijven zullen volgen, vrezen accountants. Het potentiële verlies voor AEX-fondsen is 18 miljard euro.

Het zal je maar gebeuren. Je baan verliezen omdat er in Europa een nieuwe boekhoudregel is afgesproken. Voor werknemers van Philips is dat nu aan de orde van de dag. Deze week maakte het concern bekend 2.200 banen extra te schrappen, mede door „tegenwind” bij de pensioenen. Grote boosdoener is de aanpassing van een technische boekhoudstandaard. Daardoor veranderen de berekening van pensioenverplichtingen en de kosten van een pensioenregeling ingrijpend. In de praktijk betekent dat: meer schuld en minder buffervermogen.

De gevolgen voor de gerapporteerde winsten lopen uiteen. Philips schat dat de winst vóór belasting volgend jaar 350 miljoen euro lager uitvalt, alleen maar door een nieuwe wijze van verantwoording. Dat het beeld van de werkelijkheid verandert, heeft bij Philips echter ook gevolgen voor de werkelijkheid zelf: dan maar meer saneren om de winst op peil te houden – let wel, de winst waarvan de formule verandert. Er wijzigt niets aan de stromen geld die bij Philips in en uit gaan.

Het concern is geen geïsoleerd geval. Vrijwel alle grote Nederlandse ondernemingen zullen met ingang van 1 januari 2013 geconfronteerd worden met het nieuwe boekhoudregime voor pensioenen. „Het uitsmeren van winsten en verliezen kan straks niet meer”, zegt Egbert Eeftink van accountantskantoor KPMG. Het gevolg is dat de balans (vooral het eigen vermogen) van bedrijven sterker mee beweegt met de rente en de aandelenkoersen. „De gevolgen voor individuele Nederlandse ondernemingen kunnen vrij ingrijpend zijn, van nul tot meer dan 10 miljard euro aan extra verplichtingen.”

Tijdens de paniek op de financiële markten in het najaar van 2008 kwam er grote kritiek op zo’n benadering. ING zag bijvoorbeeld door vergelijkbare regels voor de berekening van bankbezittingen – waardering tegen marktwaarde – zijn vermogen wegsmelten als gevolg van onverkoopbare Amerikaanse hypotheken waarop het concern maandelijks keurig geld binnenkreeg. De staat moest te hulp schieten om deze neerwaartse spiraal te doorbreken.

Maar het nieuwe boekhoudregime heeft ook voordelen. Nu mogen ondernemingen voor de berekening van hun pensioenkosten met verschillende rentevoeten werken. Dat wordt eenduidiger. Bedrijven mogen nu nog het verwachte rendement op pensioenbeleggingen van de kosten aftrekken. Dit heeft het gevaar van een reken-je-rijk-effect. „Dit verwachte rendement werd vooral in de VS soms wel erg rooskleurig voorgesteld waardoor pensioenkosten ‘kunstmatig’ werden gedrukt”, weet Ralph ter Hoeven, hoogleraar externe verslaggeving en partner bij accountantskantoor Deloitte.

Ter Hoeven onderzocht de mogelijke gevolgen van de boekhoudwijziging voor de grootste 75 beursgenoteerde ondernemingen. Voor ondernemingen uit de AEX-index schat hij de verborgen verliezen op hun pensioenpotten op meer dan 18 miljard euro. Bij zes ondernemingen schat hij dat het eigen vermogen – het verschil tussen schulden en bezittingen – met meer dan 10 procent afneemt als gevolg van de nieuwe Europese rekenmethode.

Twee ondernemingen springen er in het onderzoek van Ter Hoeven negatief uit: Air France-KLM en PostNL. Dat is niet zo verwonderlijk, menen experts: de nieuwe regels vallen vooral nadelig uit voor ondernemingen met een rijk verleden, oude industrie bijvoorbeeld. Die waren vroeger veel groter waardoor hun pensioenverplichtingen groot zijn in vergelijking met hun huidige kapitaal. „Soms heeft een pensioenfonds meer geld dan de onderneming zelf”, zegt Gerhard Veluwenkamp van adviesbureau Towers Watson.

De meeste tegenvallers in het nieuwe regime zullen ondernemingen direct op hun vermogen moeten afboeken. Maar de gewijzigde regels kunnen ook gevolgen hebben voor de gerapporteerde winsten, zoals Philips deze week toonde. Als het verwachte rendement op pensioenbeleggingen hoger is dan de rente waartegen de verplichtingen moeten worden berekend, zal de onderneming een verlies moeten incasseren. Maar andersom kan het dus winst opleveren. Ter Hoeven stuitte op 16 ondernemingen die juist zicht hebben op meevallers. Dat komt doordat zij nog somberder zijn over hun verwachte rendement dan de rekenrente waar ze straks mee rekenen.

Eerder onderzoek van KPMG wijst daarentegen uit dat driekwart van de ondernemingen met een hoger verwacht rendement rekent dan het tarief dat zij straks moeten gebruiken. Dat zou volgens KPMG betekenen dat de pensioenkosten met gemiddeld 35 procent stijgen.