Klankpluimen in een woestijn van vervreemding

Orde en Chaos Kon. Concertgebouw Orkest/Peter Eötvös/Pierre-Laurent Aimard, piano. Gehoord: 13/9 Concertgebouw Amsterdam

Naoorlogse klassieke muziek kenmerkt zich niet zelden door een sfeer van vervreemding. Ook in de 21ste eeuw is dat soms nog het geval. Dat bleek gisteren, toen het Concertgebouw Orkest de Nederlandse première gaf van een nieuw werk van de Franse componist Tristan Murail.

In Le Désenchantement du monde (2012) draait het om één ding: de ‘onttovering’ van de wereld. Klankvelden van microtonen zwellen aan en sterven af. Individuele instrumenten, waaronder de solo piano (gisteren gespeeld door Pierre-Laurent Aimard), kleuren deze velden bescheiden in met uitgespeelde boventoonreeksen en andere figuraties. Elke ritmische of melodische differentiatie blijft nadrukkelijk uit. Want voor expressie is in een onttoverde wereld geen plaats.

Eenzelfde desolate sfeer domineert Witold Lutoslawski’s Jeux vénitiens (1960-1961), geschreven in de tijd dat de componist zich door John Cage liet inspireren. Uit een statische achtergrond stijgen eenzame klankpluimen op, zonder samenhang of doel, als kleine roepen om betekenis in een woestijn van vervreemding.

Een positievere sfeer ontstond pas na de pauze, door een gedreven interpretatie van Charles Ives’ monumentale Vierde Symfonie voor piano, koor en orkest (1909-16). In het kakofonische tweede deel bracht het orkest met grote flair diverse poppy stijlcitaten tot klinken. In de warmbloedige fuga straalde de strijkersgroep met een aangrijpende expressiviteit. De boodschap van hoop bereikte een hoogtepunt in de finale, op de klanken van de beroemde hymne Nearer, My God, to Thee.

Zo eindigde de avond met een zeggingskracht die in het begin nog ver te zoeken was.