Kiezer dwingt PvdA en VVD in elkaars armen

De grootste regeringspartij, de VVD, en de grootste oppositiepartij, de PvdA, hebben woensdag de beste resultaten bij de verkiezingen behaald en bovendien de grootste winst geboekt. Met dit dilemma hebben de partijen te leven, nu de kiezers vergeleken met nog maar twee jaar geleden opnieuw grote verschuivingen in het politieke landschap teweeg hebben gebracht.

Kiezers die hun leven lang een partij trouw blijven, zijn een uitzonderlijk verschijnsel geworden. Zij gedragen zich veeleer als flipperballen die alle kanten kunnen opschieten, om uiteindelijk in het stemhokje hun plek te vinden. Voor even: tot de volgende verkiezingen.

De allergrootste winnaar is zonder twijfel de VVD. De partij van premier Mark Rutte, de lijsttrekker zelf in het bijzonder, leverde een knappe prestatie. Niet alleen werd zijn partij voor de tweede achtereenvolgende maal de grootste, nog nooit, ook niet in de gloriedagen van partijleiders als Nijpels en Bolkestein, behaalde de VVD zoveel zetels. Dat is des te opmerkelijker nu, in het Europa van de eurocrisis, regeren bijna overal op een verkiezingsnederlaag uitloopt.

Die leed de (voormalige) combinatie van VVD, CDA en gedoger PVV trouwens wel; deze partijen hebben in de Tweede Kamer geen meerderheid meer. Zo doet zich de paradox voor dat de grootste partij die tevens de meeste vooruitgang in zeteltal noteerde, niet kan volhouden dat het beleid van het kabinet-Rutte onveranderd moet worden voortgezet. De VVD lijkt gedwongen tot coalitievorming met die andere winnaar, de PvdA. ‘Gedwongen’ is hier de passende term. Na de vele negatieve uitlatingen die partijleider Rutte over „de socialisten” deed, zou enthousiasme over ‘nieuw paars’ van zijn kant bepaald ongeloofwaardig zijn.

Toch kan het maar het beste die kant opgaan. De twee grootste partijen doen er verstandig aan te streven naar een snelle kabinetsformatie. Al dan niet met één of meer partners, of via afspraken daarmee, gezien het feit dat een coalitie van VVD en PvdA in de Eerste Kamer niet over een meerderheid beschikt. Het is in het belang van Nederland, de laatste jaren te vaak geplaagd door politieke crises, dat er een kabinet komt met de ambitie om bijvoorbeeld de financiële crisis duurzaam te lijf te gaan.

Dat laatste zal moeten gebeuren binnen en in samenwerking met de Europese Unie, een andere winnaar van de Nederlandse verkiezingen. Want zo kan de nederlaag van anti-Europapartij PVV wel worden gezien. Of daarmee het populisme definitief naar de marge is verdreven, is allerminst gezegd. Zo goed als het ook voorbarig zou zijn om het CDA af te schrijven, ook al leed deze partij in twee jaar een verlies van 28 zetels. In de Nederlandse politiek is het beter de term ‘definitief’ te vermijden.