In de partijkrochten van China

Xi Jingping, de Chinese vicepresident die 1 september voor het laatst in het openbaar werd gezien, is gesignaleerd. Niet in levende lijve maar indirect. Zijn naam dook op onder rouwbeklag in een krant.

Afgelopen week deden de wildste geruchten de ronde. Er werd zelfs gefluisterd dat Xi gewond was geraakt bij een putsch binnen de partij. Maar ook als hij alleen maar last heeft van pijn in zijn rug, dan nog heeft zijn vreemde absentie betekenis. Xi Jingping (59) is voorbestemd om president en partijleider Hu Jintao op te volgen. Dat zou dit najaar moeten gebeuren op het 18de congres van de Communistische Partij van China (CPC). Begin dit jaar leek de machtswisseling soepel te zullen verlopen. Maar nu is dat congres ineens door mist omhuld. Het grootste raadsel is Xi. Veertien dagen geleden hield hij een toespraak op de partijschool waarvoor hij binnen de opperste partijtop (het ‘staande comité’) verantwoordelijk is. Sindsdien liet hij verstek gaan bij visites van partijgenoten en buitenlandse gasten.

Het 18de congres is bijna net zo’n raadsel. Nog steeds is niet bekend wanneer het dit najaar precies bijeenkomt. De CPC convoceert congressen nooit lang tevoren. De conspiratieve geheimzinnigheid die een echte voorhoedepartij volgens Lenin in acht moest nemen, is bijna nergens zo diep ingesleten als in de CPC. Zelfs op het hoofdkantoor hangt bij de voordeur geen naambordje aan de gevel.

Maar de huidige vaagheid over het congres, waar Xi op het schild zou moeten worden geheven, geeft te denken. Omdat congressen meestal niet het middelpunt van machtsstrijd zijn maar de apotheose, plegen communisten niet te congresseren zolang hun interne conflicten niet zijn uitgevochten. De onduidelijkheid over het 18de congres doet dus vermoeden dat de interne strijd om de posities in de top nog in volle hevigheid woedt. De uitschakeling van de orthodoxe maoïst Bo Xilai, wiens vrouw onlangs werd veroordeeld wegens moord op een Britse zakenman, is mogelijk slechts het topje van een ijsberg geweest.

Onbekend is of deze spanningen vooral persoonlijke ambities weerspiegelen of ook ideologische meningsverschillen. Binnen de CPC is er onenigheid over bijvoorbeeld de vraag hoeveel oog de industriepolitiek moet hebben voor de welvaartskloof tussen boeren en arbeiders enerzijds en middengroepen en nieuwe bourgeoisie anderzijds. Afgeleid hiervan is aan de orde in welke mate de partij aandacht moet schenken aan individuele burgerrechten, transparante corruptiebestrijding en aansprakelijkheid in het openbare bestuur. Kortom, of en tegen welke prijs de partij moet durven werken aan een zogeheten ‘civil society’.

De lotgevallen van zowel Xi als het congres zijn een indicatie voor de weg die de CPC, de grootste politieke partij ter wereld, wil volgen.