Houd het strafrecht zuiver

Ferdinand von Schirach: De zaak Collini. Vert. Hans Driessen en Marion Hardoar. De Arbeiderspers, 157 blz. € 17,95 ****

Ferdinand von Schirach is een van Duitslands prominentste strafpleiters én een bestseller-schrijver. In zijn boeken Misdaden en Schuld bundelde von Schirach case histories uit zijn carrière. De zaak Collini is zijn fictie-debuut.

Caspar Leinen is strafrechtadvocaat, maar nog wel een groentje. Zijn eerste moordzaak wordt hem in de schoot geworpen als verdachte Fabrizio Collini na een gruwelijke, duidelijk door hem begane moord geen aanstalten maakt een advocaat te nemen. Hem wordt Leinen, lid van een pool van groentjes die voor dat soort gevallen opdraait, toegewezen.

Het bejaarde slachtoffer blijkt een van Duitslands vooraanstaande grootindustriëlen en Leinen blijkt deze oude heer Meyer bovendien intiem te kennen. Leinen overweegt zich daarom van de zaak te laten halen maar beseft tijdig dat een advocaat behoort te verdedigen zonder aanziens des persoons.

Net als Leinen is von Schirach als jurist zeer zuiver op de graad. De zaak Collini is in wezen geen thriller over moord maar een thriller over het strafrecht en de voortdurende strijd om dat zuiver te houden en zuiver toe te passen. Daarbij is het een bezield en soms poëtisch pleidooi voor het recht van slachtoffer én dader, recht dat in beide gevallen draait om ‘de beschadigde mens’.

Het wekt geen verbazing dat tijdens de zaak Collini al snel een zeer Duits lijk uit de kast valt: het nationaal-socialisme. Het beschadigde mens Collini komt verhaal halen en dader Meyer wordt zijn slachtoffer. Is Meyer dader?

Wie dader is, hangt van de wet af. Centraal in het boek staat een wet die in 1968 zodanig werd aangepast dat, bijna onopgemerkt, nazidaders die in juridische zin geen daders maar medeplichtigen waren – ofwel vrijwel alle nazi’s buiten de absolute top – niet langer voor moord maar slechts voor doodslag veroordeeld konden worden. Daarop staat een kortere verjaringstermijn, waardoor veel nazi’s de facto ineens amnestie werd verleend. Niet alleen de facto, ook de jure.

Von Schirachs woede over het vermogen van de rechtsstaat zichzelf te perverteren is aanstekelijk, zijn keuze om die woede in een rechtbankthriller aanschouwelijk te maken is een goede. Voor wie de nazitijd redelijk kent zijn de gruwelen in het boek helaas niets nieuws en als thriller vertoont het boek enige mankementen, zoals de schimmige doorbraak in de zaak.

Maar het is knap dat het gewraakte wetsartikel dat op de laatste pagina is afgedrukt, door de 156 pagina’s daarvoor een doodenge tekst wordt. Leinen is bovendien een prettige protagonist. Een volgende thriller waarin hij uitlegt hoe de rechtsstaat in de nazitijd deels door juristen zélf de nek om werd gedraaid, zou welkom zijn.