Geleende bruid

In mijn jonge jaren kostte het mij de grootste moeite met meisjes in contact te komen. Ik wist niet hoe je dat aan moest leggen. Meestal leende ik een meisje van een vriend, zodat ik haar al een beetje kende.

Zo was daar Maria, die verliefd was op Harry Lammertink, de cartoonist Yrrah, die al weer een beetje op haar uitgekeken was en haar aan mij overdeed, zoals je iemand je fiets leent. Hij koppelde ons en zij ging erop in, om hem een plezier te doen, ze was hem in alles ter wille.

Telkens als ik haar in haar hals kuste, fluisterde ze me in het oor: „Dag, dag, daahag.” Bij navraag bleek ze dat ook altijd bij Harry te doen. Nog jaren kon ik hem aan het lachen krijgen door „Dag, dag, daahag”, te fluisteren. De ongein van mannen onder elkaar.

Ze bracht de nacht bij me door en heeft mijn onervarenheid in het liefdesspel gelaten ondergaan, ongetwijfeld smachtend naar Harry.

De volgende dag gingen we een eindje fietsen. Zaten hand in hand op een bankje. We hadden elkaar niets te zeggen. Om de benauwdheid daarover te doorbreken, als een soort wanhoopsdaad, vroeg ik haar ten huwelijk.

Daar ging ze op in. Ja, getrouwd zijn leek haar wel leuk. De volgende dagen stelde ik haar bij diverse gelegenheden aan vrienden en kennissen voor als mijn aanstaande bruid. Ik werd gefeliciteerd. Zo’n mooi meisje! Dat was ook zo. Blond, met grote blauwe ogen, een mond met volle lippen waar, als ze hem gesloten hield, in het midden een klein gaatje openbleef, alsof ze geluidloos aan het fluiten was.

Onze wittebroodsweken duurden maar enkele dagen. Ze zag ervan af, want ze kon Harry niet vergeten. Maar die had alweer een ander. Daarop zijn we haar uit het oog verloren.

Later werd zij de eerste van de bruiden van, ja, daar is-ie weer, Anton Heyboer.