Europa houdt weer van Nederland

Mona Keijzer, tweede op de kandidatenlijst van het CDA, poseert voor de fotograaf in de Tweede Kamer, haar nieuwe werkomgeving.
Mona Keijzer, tweede op de kandidatenlijst van het CDA, poseert voor de fotograaf in de Tweede Kamer, haar nieuwe werkomgeving. Foto Pierre Crom

Guy Verhofstadt, oud-premier van België en fractieleider van de liberalen in het Europees Parlement, doet een voorspelling: zoals Nederland in 2005 bij de afwijzing van de Europese grondwet voorop liep in een groeiend anti-Europees populisme, zo zal Nederland nu „leidend” zijn in de EU in een nieuw pro-Europees gevoel. „De keuze was helder: als je tegen Europa was, kon je dat linksom of rechtsom duidelijk maken, bij de SP of de PVV. Maar Nederland heeft dat niet gedaan. Later zullen we zeggen: tóén is de ommekeer begonnen.”

Verhofstadt komt net uit de grote vergaderzaal van het Europees Parlement in Straatsburg. Daar zegt ook de Duitse christen-democraat Elmar Brok hoe „enorm opgelucht” hij is over de uitslag. „Met wel wat verdriet voor mijn christen-democratische vrienden in Nederland.”

Brok, een Europarlementariër met veel gezag, was in 2010 kwaad omdat het CDA gedoogsteun van Geert Wilders accepteerde. Nu denkt hij dat het misschien toch ergens goed voor was: „In de oppositie was de PVV vast heel groot geworden.” Het CDA leed onder de samenwerking met de PVV, Ruttes partij niet. „Niets is perfect”, zegt Brok. „Ik ben toch blij.”

Een paar meter verder staan CDA-Europarlementariërs Corien Wortmann en Ria Oomen, die maar niet begrijpen dat hun collega’s het niet begrijpen: Rutte kreeg, zeggen ze, door zijn kritische campagne over Europa juist dat anti-gevoel achter zich. Waarom dan die juichstemming over de pro-Europese krachten die hebben gewonnen?

Omdat, zo blijkt uit gesprekken met Europarlementariërs uit Duitsland, België en Groot-Brittannië, de collega’s achter Mark Rutte die steeds maar ‘nee’ zei in Brussel, de Grote Schaduw zagen van PVV-leider Wilders. Die is nu verdwenen.

„Het was bij Rutte vooral retoriek”, zegt Kathleen Van Brempt van de Vlaamse sociaal-democraten sp.a. „Ik denk dat hij eigenlijk niet zo anti-Europees is. En ik denk de Nederlanders, die altijd heel internationaal gericht waren, hebben aangevoeld dat er een eind moest komen aan de periode waarin ze zo in zichzelf gekeerd waren.”

De Duitse sociaal-democraat Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, heeft er niet zomaar een verklaring voor dat Rutte als premier in crisistijd de verkiezingen won – in landen als Denemarken, Spanje en Frankrijk lukte dat de regeringsleiders niet. „Hij wist zijn positie te verdedigen. De andere partijen die zijn regering steunden, betaalden wel een zware prijs voor hun eurosceptische houding.”

De Britse liberaal Andrew Duff denkt dat de Nederlandse verkiezingen anders verliepen dan in Denemarken, Spanje of Frankrijk, omdat Nederland „de afgelopen jaren door een zware periode heen is gegaan”. „Jullie hebben het extremisme al uitgeprobeerd en zijn jullie op de weg terug. Ik hoop dat Rutte nu steunt op de partijen die vóór Europa zijn.”

Volgende week krijgt Rutte in het Torentje bezoek van Verhofstadt. CDA-Europarlementariër Corien Wortmann denkt dat Verhofstadt „een stevige boodschap” komt brengen. Verhofstadt zelf zegt: „Ik verwacht dat Nederland een pro-Europese koers gaat varen. Omdat de crisis alleen kan worden opgelost als we meer samenwerken, als we een federale unie worden.”

Maar Rutte moet van ‘Europese vergezichten’ toch niets hebben? „We ontkomen er niet aan”, zegt Verhofstadt. „De financiële markten hebben vergezichten nodig, anders stoppen ze niet met speculeren tegen de euro. Ze willen een echte Europese Unie zien.”