Een nieuw politiek midden? Dat is nog maar de vraag

Samsom gisteren in de Tweede Kamer, een dag na de verkiezingen. Het is bon ton om te concluderen dat ‘het midden’ terug is na de uitslag van woensdag, maar dat is nog maar de vraag. Foto Hollandse Hoogte / Werry Crone
Samsom gisteren in de Tweede Kamer, een dag na de verkiezingen. Het is bon ton om te concluderen dat ‘het midden’ terug is na de uitslag van woensdag, maar dat is nog maar de vraag. Foto Hollandse Hoogte / Werry Crone Samsom gisteren in de Tweede Kamer, een dag na de verkiezingen. Het is bon ton om te concluderen dat ‘het midden’ terug is na de uitslag van woensdag, maar dat is nog maar de vraag. Foto Hollandse Hoogte / Werry Crone

Nederland is een tweestromenland met een verkruimelde onderbouw. En vanaf vandaag worden we gewoon weer de compromissencultuur ingeduwd. Dat schrijft politiek redacteur Tom-Jan Meeus in een analyse van de verkiezingsuitslag. Lees hier het hele stuk.

In het nieuwe Nederland gaan twee grote stromingen een middenkabinet vormen, mogelijk zonder middenpartij. Het is bon ton daarom te concluderen dat ‘het midden’ terug is – maar dat is nog even de vraag.

De twee winnaars PvdA en VVD positioneerden zich in de campagne meer op de flanken dan ze de laatste decennia gewend waren. Beide gingen de concurrentie met respectievelijk SP en PVV aan, door inhoudelijk nadrukkelijk naar die partijen te trekken.

VVD nam PVV-thema’s over, PvdA scoorde met SP-onderwerp

De VVD koos voor versterkte euroscepsis, tegen nieuwe steun aan Griekenland, en voor het nagenoeg wegbezuinigen van ontwikkelingssamenwerking. Beide PVV-thema’s, beide vermoedelijk niet te realiseren. De PvdA zei de marktwerking in de zorg te gaan terugdraaien, een onderwerp waarmee de SP al jaren scoort. Ook dat zal de komende kabinetsperiode niet gerealiseerd worden: het is domweg niet te doen.

Zo zijn er vele voorbeelden die verklaren dat de aantrekkingskracht van de flankpartijen terugliep: het ‘midden’ van PvdA en VVD schoof naar links, respectievelijk rechts. Met dien verstande dat de VVD meer te stellen had met Wilders dan Samsom met Roemer. Maar beide zijn nu midden- én flankpartij geworden: bestuurderspopulisten.

Bewezen is gisteren dat dit op verkiezingsdag een effectieve strategie is. Maar je hoeft geen drie seconden na te denken om te begrijpen dat het de kans op spoedige electorale afbladdering van beide partijen levensgroot maakt.

Bovendien is het werkelijk verwarrende van de uitslag dat de partijen die zich, in inhoud en stijl, als klassieke middenpartijen bleven presenteren over de hele linie zwaar verloren: dertien zetels eraf. D66 hield zich weliswaar knap staande, twee zetels winst, maar dat kon de smak die het CDA (min acht) en GroenLinks (min zeven) maakten op geen stukken na compenseren.

Ergo: het politieke midden zoals Nederland dat een eeuw kende, het midden dat het machtscentrum regisseerde, is gisteren zo’n beetje afgeschaft.

Geen nuances graag, zegt de Nederlandse kiezer

Dit alles versterkt een trend die zich al vele verkiezingen manifesteert. De Nederlandse kiezer heeft een onverholen voorliefde gekregen voor partijen met heldere standpunten. Geen nuances graag. Geen bestuurderslingo. Partijen moeten zeggen wat zij vinden, zoals Nederlanders dit zelf ook graag doen. Het probleem is alleen dat de Nederlandse bestuurscultuur functioneert dankzij functionarissen die hun wensen weten te verheimelijken.

De volleerde minister of ervaren ambtenaar hanteert een vocabulaire dat de werkelijkheid benadert, maar deze nooit benoemt. Investeringspad, inspanningsverplichting. Het is de taal van mensen die er een sport van maken om nooit te zeggen wat zij vinden. Dat was juist de kunst van het aloude consensusmodel.

Het is zo’n diep ingesleten gewoonte dat ook het Umfeld van het bestuur die cultuur gedachteloos heeft overgenomen. Als de presentator van het avondnieuws overschakelt naar Den Haag, zegt hij niet: ‘En, wat is er gebeurd?’ Nee, hij zegt: ‘Hoe is de sfeer?’

En dit is wat we werkelijk hebben gezien, gisteren: deze cultuur van kleine verheimelijking, deze gewoonte de werkelijkheid onbenoemd te laten met het oog op het algemeen belang van een goed bestuur, is ten grave gedragen.

De kiezer apprecieert de leider die de andere stroming “een gevaar voor het land” noemt. De kiezer waardeert de lijsttrekker die het “rotbeleid” van de andere stroming belooft stop te zetten. En de kiezer waardeert het dat hij tussen die twee kan kiezen.

Kiezer beweegt zich tussen gelijkgestemden, verkiezingen zijn een wedstrijdje tegen de overkant

Nederland is historisch en principieel nooit een tweestromenland geweest – maar sinds Pim heeft de moderne kiezer daar niets meer mee te schaften. Hij woont in een monoculturele buurt van gelijkdenkenden, hij twittert en facebookt met gelijkgestemden, en hoeft zich nog zelden de vraag te stellen of hij misschien ongelijk heeft. Hij beziet de politiek vanuit dit perspectief, en beleeft verkiezingsavond als een wedstrijdje: kijken of we ‘de anderen’ een kopje kleiner kunnen maken.

Zo kwamen we uit op een uitslag van twee partijen die rond de veertig zetels haalden – en daarna een hele tijd niets. Vervolgens de relatief zwak scorende flankpartijen (PVV en SP op 15), daarna het CDA (13 zetels, nu ’s lands vijfde partij) en D66 (12). Ten slotte de lange rij kleintjes die de Hollandse traditie van verkruimeling vertegenwoordigen. De behoefte aan identificatie met een minderheid of deelbelangetje, geholpen door het blijvend lage aanzien van de grote partijen. De kleine christelijken en de dierenpartij kregen er gisteren ouderenpartij 50Plus bij.

Het is de keerzijde van het tweestromenland dat alle aandacht opslokte: het politieke landschap verbrokkelt gewoon door, er blijkt altijd weer plaats voor nieuwe inbrekers.

Dus hier staat Nederland: een tweestromenland met een verkruimelde onderbouw die vanaf vandaag gewoon weer de compromissencultuur wordt ingeduwd.

Groeikansen van flanken zijn met VVD-PvdA-samenwerking juist beter dan ooit

In de formatie staan VVD en PvdA nu voor de keuze hoeveel omwegen zij willen bewandelen om tot de onvermijdelijke vaststelling te komen dat ze de kiezer een schijnkeuze hebben voorgelegd. En of zij andere (midden)partijen tot hun verbond toe moeten laten. Ook tegen de achtergrond van de zetelverdeling in de Eerste Kamer, waar PvdA en VVD geen meerderheid hebben. En Paars ook niet.

Ze kunnen elkaar gaan pesten: dan vraagt de PvdA eerst onderzoek naar een coalitie met de SP, en eist de VVD dat het CDA hoe dan ook meedoet. Of ze kunnen recht op hun doel afgaan. Het risico van die aanpak laat zich raden.

Iedereen die na gisteren denkt dat de geest van Pim (en Geert) is verdwenen, heeft een paar elementaire feitjes over het hoofd gezien. Wilders is als politicus mogelijk definitief afgebrand. Maar de flanken beslaan ook nog altijd 20 procent van het electoraat: dat is dus ongeveer hun bodem. Met een nieuwe VVD-PvdA-samenwerking in het verschiet zijn hun groeikansen beter dan ooit.