Opinie

Een columnist mag zeggen op wie zij stemt – maar dan ook waarom

De ombudsman

‘Goed. Ik ga morgen dus VVD stemmen”, schreef columnist Rosanne Hertzberger een dag voor de verkiezingen (Ik stem dus VVD, 11 september). Misschien wat „confronterend” om dat zo tentoon te spreiden, schreef ze, maar wel belangrijk: ze is zelfs lid van die partij, onthulde ze, want die „past als een handschoen’’.

Nog in 1967 luidde het advies van de liberale kranten: stem lijst 3

Zij wist dus wat ze ging doen, na de ruim 130 pagina’s die de krant aan de campagne wijdde (plus twaalf pagina’s voor G500, een keuzegids bij Economie van veertien pagina’s, dertig pagina’s Opinie, en een Europabijlage van zeven pagina’s). Verkiezingscampagnes zijn een ‘feest van de democratie’, maar de muziek in de feesttent stond dit keer wel oorverdovend hard – niet alleen in de kranten, overigens (daarover een volgende keer).

Nu eerst die stemverklaring van Hertzberger. Die schoot een paar lezers in het verkeerde keelgat. Een van hen schreef mij: „Eerst dacht ik: het zal wel satire zijn. Maar ze meent het echt. Een column met partijpolitieke propaganda!” Eerst die ‘wisselcolumns’ voor politici, ook al „gratis ruimte voor politieke propaganda”, en nu dit nog erbij.

Over die politieke wisselcolumn heb ik al eens een mening gegeven ( Kamerleden hebben al het beste platform van heel Nederland, 4 december 2010). Toen ging het om Kamerleden, nu wisselen oudgedienden Hans Wiegel en Jan Marijnissen elkaar af. Geen daverend originele keuzes, vind ik, maar propaganda is het ook weer niet (in het geval van Wiegel: voor welke partij?).

En columnisten? Als die redacteur van de krant zijn, past terughoudendheid. Maar als ze, zoals Hertzberger, buiten de redactie staan, mogen ze best opbiechten – of beter: beargumenteren – waar hun politieke voorkeur ligt. Behalve Hertzberger deed ook Margriet Oostveen dat (zij koos voor de PvdA, Politieke jazz, 12 september). De nestor van de columnisten in deze krant, J.L. Heldring, maakte er jarenlang een traditie van om een stemverklaring af te leggen.

Let wel, geen stemadvies. Want, zoals hij schreef bij de verkiezingen van 1994: „Lezers van deze rubriek worden geacht volwassen te zijn, dus in staat zelfstandig conclusies te trekken uit de hun voorgelegde feiten en analyses.” (Om het behoud van het bestel, 29 april 1994). Vervang „rubriek” door ‘krant’ en ik ben het daar nog steeds mee eens.

Maar: „Wèl hebben ze er recht op van iemand die hen tweemaal per week komt bezoeken, een stemverklaring te verwachten.” Die luidde: „Blijft over de VVD. Van die partij ben ik ook niet zo gecharmeerd, maar ik ga er toch op stemmen.”

Acht jaar eerder had Heldring juist geschreven dat hij niet op de VVD zou stemmen, uit afkeer van de modieuze leus ‘Gewoon jezelf zijn’. De consternatie bij de liberalen was, naar verluidt, groot. Na de val van Balkenende III, in 2006, sprak Heldring zich uit voor de ChristenUnie (Temidden van de woedende golven, 16 maart 2006).

Goed, Hertzberger heeft nog niet helemaal het gewicht van Heldring, maar het is een begin. En in elk geval is haar coming-out geen breuk met de mores voor columnisten zoals zij op de Opiniepagina.

Een andere columnist en essayist kondigde ooit aan dat hij helemaal niet zou gaan stemmen: „Ik zou graag mijn stem willen uitbrengen, maar ben tot op heden door geen enkele partij overtuigd. Voorlopig blijf ik op 15 mei thuis”, aldus Paul Scheffer (De verloren jaren van Kok, 2 maart 2002), midden in de turbulentie rond Pim Fortuyn.

Nu was die aankondiging wat cryptisch (kun je voorlopig thuisblijven op een dag twee maanden later?), maar de boodschap was helder. Dat zal ze leren. Het leidde tot een reactie van Heldring, die het inhoudelijk met Scheffer eens was, maar zijn conclusie niettemin verwierp: „De keus is inderdaad moeilijk, maar dat is geen reden om maar thuis te blijven” (Analyse juist; conclusie niet, 7 maart 2002).

Immers, waar gaat het om? In die column uit 1994 had Heldring het zo geschreven: „Ons democratisch bestel wil dat we via de stembus uiting geven aan onze politieke voorkeur. Behoud van dit bestel heeft dus voorrang boven die voorkeur.”

Zo is het. Trouwens, die ‘stemverklaring’ van Hertzberger was niet gespeend van ironie. Ze besloot: „Net als Rutte ben ik optimistisch, pragmatisch en verder heb ik ook geen flauw benul wat we met Europa aan moeten.” Noem dat maar een keiharde aanbeveling.

In buitenlandse kranten is het helemaal niet ongewoon dat columnisten een duidelijke politieke voorkeur uitspreken. In commentaren van Amerikaanse kranten wordt zelfs vaak expliciet een presidentskandidaat gesteund. Dat ligt natuurlijk ingewikkelder in een parlementair coalitieland als Nederland.

In Nederland gaven landelijke kranten nog tot eind jaren zestig een stemadvies. Bij de verkiezingen van 1967 schreef het Algemeen Handelsblad: „Het is de VVD die wij onze lezers aanbevelen.” En de Nieuwe Rotterdamsche Courant: „Het is verstandig morgen te stemmen op de VVD, in het hele land lijst 3.”

Dat was toen. Het Stijlboek van de krant schrijft nu voor dat redacteuren, net als andere burgers, wel lid mogen zijn van een politieke partij, maar stelt ook dat dit „niet wenselijk” is voor Haagse redacteuren, leden van de hoofdredactie, de commentatoren en andere redacteuren met politiek gevoelige functies.

Dat lijkt me verstandig. NRC Handelsblad is geen ‘neutrale’ krant, maar een liberale – zoals er ook linkse en christelijke zijn. Maar dat laat onverlet dat scheiding van feiten en opinie cruciaal is. Commentaar staat vrij, zoals het heet, maar feiten moeten heilig zijn.

Ook bij een seculiere krant.