Een brief vol stiekem verdriet

Kinderen kunnen nadelige gevolgen ondervinden van een scheiding. Vandaag vragen ze in een brief om aandacht. „Ouders, zeg geen slechte dingen over elkaar.”

„Weten jullie wel hoeveel verdriet we soms stiekem hebben? Als we de boodschapper moeten zijn. Als we moeten luisteren naar de gemene dingen die jullie over elkaar zeggen. (...) Weten jullie wel hoe moeilijk het is om van jullie allebei te houden, terwijl dat soms van één van jullie niet mag?”

Dit is een citaat uit een brief die kinderen aan hun ouders kunnen geven als ze gaan scheiden. En dat zijn er veel. Ieder jaar krijgen 70.000 kinderen te horen dat hun ouders uit elkaar gaan. En een aanzienlijk deel van deze kinderen heeft de rest van zijn leven last van de echtscheiding.

Villa Pinedo heeft de brief vandaag, op de ‘dag van de echtscheiding’, op zijn site gezet. In deze organisatie voor kinderen met gescheiden ouders maken jongeren de dienst uit – ze vormen het stichtingsbestuur en redactie van de site. Het zijn ook jongeren die de brief hebben opgesteld.

De krant vroeg pedagoog Inge van der Valk de brief te beoordelen. Zij doet al jaren onderzoek aan de Universiteit Utrecht naar de gevolgen van echtscheidingen voor kinderen. Van der Valk noemt de brief „een heel goed initiatief”. Er is alle reden om meer aandacht te besteden aan de positie van kinderen bij een echtscheiding, zegt ze. Uit onderzoek blijkt consequent dat kinderen uit gebroken gezinnen een flink grotere kans hebben op problemen met gedrag, relaties, zelfvertrouwen en schoolprestaties. Ze hebben ook meer last van angst en depressies. De problemen met gedrag kunnen ernstige vormen aannemen: in de jeugdzorg zijn kinderen met gescheiden ouders oververtegenwoordigd. Bijna twintig procent van de kinderen in echtscheidingssituaties komt in de jeugdzorg terecht, zegt van der Valk.

En een deel van deze problemen kan voorkomen worden, of in ieder geval verkleind. De brief van de jongeren van Villa Pinedo kan daar goed bij helpen, zegt Van der Valk. „De toon is heel goed getroffen. De brief is alarmerend over het verdriet en de gevoelens die een scheiding veroorzaken: het wegvallen van een veilig, vanzelfsprekend thuis. Hij is ook duidelijk in het verzoek aan de ouders, en hij eindigt positief. En dat vind ik mooi, omdat jongeren hun ouders daarmee de hand reiken om het samen beter te gaan doen.”

Om te beginnen nodigt de brief uit tot praten. Goed: want uit onderzoek blijkt dat maar weinig kinderen, eenvijfde, over ‘hun’ echtscheiding praten – en al helemaal niet met hun ouders zelf. Terwijl goede communicatie de kans op problemen aanzienlijk verkleint, zegt Van der Valk. Ze begrijpt wel waarom het niet gebeurt. „Vaak grijpen zowel ouders als kinderen naar de reddingsboei ‘er is niets aan de hand’.” Kinderen omdat ze bijna grenzeloos loyaal zijn aan hun ouders. „Ze willen hun ouders niet lastig vallen met hun verdriet over de scheiding, omdat de ouders het al moeilijk genoeg hebben.”

Ouders zwijgen eigenlijk simpelweg omdat ze het niet altijd aankunnen. Uit onderzoek blijkt dat ouders de eerste tijd na de echtscheiding gemiddeld genomen slechtere opvoeders zijn.

In de brief staat dat de wereld van kinderen instort als ze horen dat hun ouders uit elkaar gaan. Alles wordt anders. Dat heeft gevolgen voor het functioneren van het kind, zegt Van der Valk. „Hoe meer veranderingen, hoe meer problemen.” Gemiddeld hebben kinderen twee jaar nodig om te wennen aan de situatie na de scheiding, dus is het goed als er in die periode niet al te veel verandert.

Benadrukt wordt in de brief dat de kinderen beide ouders in hun leven willen. Dat is inderdaad belangrijk, zegt Van der Valk. „Met scheidingskinderen die zowel met moeder als met vader een goede relatie hebben, gaat het beduidend beter dan wanneer alleen de band met een van de ouders goed is, of met beide slecht.”

De jongeren doen in de brief een aantal concrete verzoeken. Belangrijke verzoeken, volgens Van der Valk. Zoals: laat ons alsjeblieft geen kant kiezen. Meer dan de helft van de jongeren voelt zich na een scheiding tussen de ouders in staan, meestal omdat ze het gevoel hebben dat ze partij moeten kiezen. Veertig procent voelt zich regelmatig schuldig tegenover een of beide ouders.

Ook vragen ze: zeg geen slechte dingen over elkaar tegen ons. Dat gebeurt bij bijna de helft van de kinderen, zegt Van der Valk, en dat kan grote loyaliteitsconflicten opleveren.

En, misschien wel het belangrijkste: luister écht naar wat we te zeggen hebben. Van der Valk: kinderen die mogen meepraten over de omgangsregeling zijn tevredener over het contact met hun ouders. Bovendien gaan problemen niet weg door ze onder het tapijt te schuiven, zegt Van der Valk. „Dan kan er een soort sluimereffect optreden, waarbij problemen zich later openbaren als kinderen zich losmaken van hun ouders, of zelf aan relaties beginnen.”

De brief is een uitnodiging van de kinderen aan ouders. Om weer, samen met hen, „een nieuw, huis te bouwen. Warm, veilig en stevig.” Zo perfect als het eerste – voor het kind dan – wordt het waarschijnlijk nooit, maar daar kunnen ze mee leven.