Dweilen met geldkraan open

Alles gebeurt nu ‘ongelimiteerd’. De kwalificatie ‘ongelimiteerd’ is bezig een modewoord te worden onder centralebankiers. Vorige week beloofde topman Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) ongelimiteerde actie om de eurocrisis te bezweren en kondigde hij aan staatsleningen van probleemlanden op te kopen om hun rentevoeten naar beneden te krijgen. Gisteren zei voorzitter Ben Bernanke van de Federal Reserve (FED), de Amerikaanse centralebank, onbeperkt hypotheekobligaties op te zullen kopen om de rentevoeten voor de Amerikaanse huizenmarkt te drukken.

De beide acties hebben in zekere zin met elkaar te maken. Het gaat om ‘verwachtingsmanagement’. De markten hoeven niet te speculeren, ze kunnen er op rekenen dat de centrale banken pas ophouden als hun doelen zijn bereikt. Maar de doelen zelf verschillen, de methodes ook.

In Europa zet de ECB haar wapenarsenaal in om eindelijk wat rust terug te krijgen op de financiële markten en in de probleemlanden de hoge rentes omlaag te krijgen. Die zijn volgens de ECB het gevolg van de, in haar ogen onterechte, verwachting dat de eurozone uiteenvalt. Vooralsnog wordt het monetaire effect van deze acties geneutraliseerd door overtollig gecreëerd geld uit de markt te halen. De inflatie blijft zo binnen de perken. Bovendien wordt de steun alleen geleverd op voorwaarde dat probleemlanden zich onderwerpen aan een bezuinigings- en hervormingsregime.

In de VS is dat anders. Daar is de ongelimiteerde actie direct gericht op het aanjagen van de economische groei en het bestrijden van de werkloosheid. Deze ‘kwantitatieve versoepeling’, die zijn derde offensief sinds 2008 beleeft, is dus van een heel ander karakter. Zij maakt deel uit van een beleid dat er op gericht is een herhaling van de crisisjaren dertig te voorkomen. Recente signalen dat de Amerikaanse economie weer zwakker wordt, brachten Bernanke hiertoe.

Het monetaire beleid is in beide gevallen experimenteel en zeker niet zonder risico’s. Maar ook hier zijn er verschillen. Waar de actie van de ECB nog te verdedigen is met verwijzing naar het acute gevaar dat de eurozone instort, is de ratio van het Amerikaanse beleid twijfelachtiger. Kan een periode van laagconjunctuur straffeloos bestreden blijven worden door ‘de geldkraan’ open te zetten?

De weigering economische tegenslag te accepteren leidde sinds 1997 tot een veel te soepel monetair beleid in de VS. En dat droeg weer bij aan de onverantwoordelijke en roekeloze cultuur in de bancaire sector die tien jaar later culmineerde in de kredietcrisis. Op het oog lijkt het in orde de gevolgen nu te bestrijden met nóg meer monetaire expansie. Maar in wezen is het bedenkelijk. De rekening kan nog hoger worden.