De vrouw van de bloemen

Kippenhuisje met eigen kippentuin. Foto NRC / Raoul de Jong
Kippenhuisje met eigen kippentuin. Foto NRC / Raoul de Jong Kippenhuisje met eigen kippentuin. Foto NRC / Raoul de Jong

Ze heet Marie France en ze woont in het huis met de wondertuin. Het eerste huis van Justine-Herbigny, een kleine gemeente van 160 inwoners in de Champagne-Ardennen. Het huis viel ons meteen op. Charmant en mintgroen, omringd door een wilde tuin vol kleurige bloemen. Het viel uit de toon met wat we de laatste dagen zagen.

Frankrijk is douce, maar hier lijkt het op de woestijn. Eindeloze stukken land met graanvelden onder de brandende zon. En dan af en toe een dorpje. Wat meestal geen oase blijkt, maar slechts wat huizen en vervallen schuren langs een weg. Zonder plekken waar je even wat kunt eten of kunt drinken, laat staan overnachten.

Een paar honderd meter voorbij de wondertuin, zagen we een grote schuur waar tot onze verbazing het logo van Santiago de Compostella op stond. We gingen liggen op een stukje gras in de schaduw, toen er een vrouw langsfietste die vrolijk riep: “Bonjour!” Ook dat gebeurt hier niet vaak. Ze zette haar fiets tegen de schuur, opende de deur en ging naar binnen. Wij volgden haar. Uit nieuwsgierigheid. En omdat we hoopten dat ze ons een kopje koffie aan zou bieden. Dat deed ze.

Marie France. Foto NRC / Raoul de Jong

Marie France. Foto NRC / Raoul de JongMarie France. Foto NRC / Raoul de Jong

Ze heet dus Marie France en sinds tien jaar trekt de wereld voor haar wondertuin voorbij. Pelgrims op weg naar Santiago, steeds meer. Misschien omdat de media erover zijn gaan schrijven. Misschien omdat mensen een behoefte voelen naar een andere manier van leven, naar lucht.

Een Belgisch gezin met twee kinderen dat al hun bezittingen verkocht en met twee ezels naar Spanje trok. Een man wiens vrouw en twee zoons zelfmoord hadden gepleegd. Een meisje dat de tocht liep met haar hond en haar paard. Een jongen die begon in Zuid-Afrika. Een man die pas zou stoppen in Jeruzalem.

De schuur. Foto NRC / Raoul de Jong

De schuur. Foto NRC / Raoul de JongDe schuur. Foto NRC / Raoul de Jong

Marie France werkt zelf elke dag van negen tot vijf. Ze hield van deze mensen, ze zetten haar aan het denken.

Samen met haar man Alain kocht ze deze schuur en knapte hem op om zo de pelgrims een slaapplek te kunnen bieden.

De slaapplek is een soort huisje, achter in de schuur. Met bijna niks gemaakt, wat houten planken, verf en restmateriaal. Maar vol stijl en smaak en verbeeldingskracht. Want alles wat Marie France en Alain aanraken wordt mooi. Alles om hen heen hebben ze zelf geschapen. Daar doen ze niet opschepperig over, ze zijn zich er niet eens echt van bewust misschien. Het is gewoon zo.

Ze verbouwen hun eigen groenten en fruit. Ze hebben kippen, die hun eigen huisje met tuintje ervoor hebben in de wondertuin. En ook de rest van dit dorp heeft Mariefrance voorzien van bloemen. Ze plantte ze in bakken en in lege perkjes. En geeft ze een paar keer per week water.

Gewoon omdat niemand anders dat doet.

Het keukentje in de pelgrimschuur. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

Het keukentje in de pelgrimschuur. Foto NRC / Gianluca FratantonioHet keukentje in de pelgrimschuur. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

Toen arriveerde Alain, de echtgenoot. En was het tijd voor eten. In de buitenlucht, naast de bloemen, tussen zingende krekels. Sla, zo uit de tuin. Aardappels uit hun aarde. Worst geroosterd op de barbecue. Met rosé en perenlikeur. En toen kazen. En appelsap, dik en ondoorzichtig, van appels uit hun bomen. Geroosterde banaan met warme chocoladesaus. En ijs. Tot we echt niet meer konden en toen toch nog een beetje meer.

We hadden het over politiek. Over het stadsleven. Over de armoede hier, dit stuk Frankrijk wat toch een beetje vergeten is. De fabrieken zijn gesloten, het land is opgekocht door grote corporaties, de jongeren trekken weg en de mensen die overblijven zijn te angstig om er samen nog van te maken.

De wondertuin. Foto NRC / Raoul de Jong

De wondertuin. Foto NRC / Raoul de JongDe wondertuin. Foto NRC / Raoul de Jong

We hadden het over veel, maar ergens deed het er niet toe waarover, waren we vooral bezig met het maken van een groep, een gedeeld gevoel. De spanning van een eerste date tijdens het voorgerecht, tot een luie rozige inzakking gevuld met stilte na het toetje en tegen de tijd dat we allemaal weer opleven van de koffie is het alsof we jaren met elkaar hebben doorgemaakt. ‘Wij’ is iets geworden. Even horen we bij elkaar. En ik heb moeite ze achter te laten.

We krijgen een zak met eten, echte appels en echte tomaten en echt brood, want in het dorp waar we naar toe gaan is niks. “Au revoir!” roepen we. “Merci!” Omdat we het niet beter kunnen zeggen. En dan lopen we door. Terug de woestijn in. Op magische wijze even beschermd tegen de hitte door een grote grijze wolk die voor de zon is geschoven.

Met Alain naar de groententuin. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

Met Alain naar de groententuin. Foto NRC / Gianluca FratantonioMet Alain naar de groententuin. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

Met Alain tussen de fruitbomen. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

Met Alain tussen de fruitbomen. Foto NRC / Gianluca FratantonioMet Alain tussen de fruitbomen. Foto NRC / Gianluca Fratantonio

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.