De boeven zitten tussen de champignons

Arto Paasilinna: Helse eendjes. Vertaald door Annemarie Raas. Wereldbibliotheek, 288 blz. € 17,90 ****

Schrijven met een pokergezicht: een scherpere typering is niet denkbaar voor het werk van de Finse auteur Arto Paasilinna (1942), bekend van het onovertroffen en verfilmde Haas (2010) en zijn meesterwerk De zelfmoordclub (2005). In 1998 verscheen Paasilinna’s roman met de epische titel De kruidentuin van niet-opgehangen schurken, nu in het Nederlands verschenen als Helse eendjes. De associatie met een motorclub als de Hells Angels ligt voor de hand. Het verkleinwoord heeft een ironisch effect, en dat past goed bij dit boek.

De korte, eerste zin is een uitroep: ‘Daar was-ie dan!’ Je moet maar durven. Deze ‘hij’ is rechercheur Jalmari Jyllänketo van de Finse veiligheidsdienst. Hij krijgt als opdracht diep in Lapland poolshoogte te nemen bij het landgoed Peuravuoma. Daar zou een biologisch bedrijf gevestigd zijn, waar champignons en shitakes worden verbouwd. De verlaten schachten van een ijzerertsmijn vormen de ideale kweekplek.

De rechercheur doet zich voor als een bio-inspecteur en krijgt inzage in het wel en wee van het landgoed. Er ontwikkelt zich, hoe kan het anders, een liefdesverhouding tussen de geheim agent en tuinierster Sanna Saarinen. Mooier kan het leven voor de rechercheur niet zijn: een kamer op het landgoed, een vrouw, een spannende ijzermijn.

Maar hij moet natuurlijk ondergronds om zijn onderzoek te verrichten. Hier doet hij zijn verrassende ontdekking. De hele Finse boevenbende, van managers tot bankiers, van leden van een motorbende tot topindustriëlen worden in de mijnen te werk gesteld. Het zware werk zal hen leren normen en waarden niet te veronachtzamen. Ze krijgen een les in fatsoen.

Jyllänketo raakt gefascineerd door de intenties van dit bedrijf, dat symbool staat voor een trend die nu nog actueler is dan in 1998 toen het boek in Finland uitkwam: mensen nemen het recht in eigen hand. Als er geen vertrouwen meer is in de politieke leiders, de rechters of politie lossen de burgers het onrecht zelf op.

De rechercheur wil nooit meer terug naar de bewoonde wereld. In Lapland vindt hij zijn geluk, sterker nog: hij doet mee aan de verdwijning van de schurkachtige medemens. Schitterend en met gevoel voor ironie beschrijft Paasilinna het geluk dat managers en motorduivels ondervinden tijdens hun dwangarbeid. Rauwe, ruige motorrijders veranderen in aandoenlijke mannen en vrouwen van wie je nauwelijks gevaar te duchten hebt. Inderdaad, ‘eendjes’.

Toch reikt Paasilinna’s roman verder dan lichtvoetigvermaak. De groteske situaties die hij zo perfect schetst, brengen de mechanismen in beeld van werkkampen en strafgevangenissen. De veroordeelden moeten gelouterd weer uit die hel te voorschijn komen.

Er klinken ook ondertonen mee van fysieke en mentale dwang. Dat maakt de beschrijvingen van het reilen en zeilen op het landgoed tot een metafoor van de menselijke wil tot heersen over anderen. Achter elk ‘hels eendje’ gaat een ‘niet-opgehangen schurk’ schuil. En zijn ‘kruidentuin’ is een strafgevangenis.