Belegerde bastions en oprukkende liberalen

We moeten terug naar 2006 om een politieke landkaart te vinden met twee dominante partijen. Toen leidde de PvdA, met 33 zetels, in de grote steden en het noorden, en het CDA, met 41, in de rest van het land. Het CDA heeft nu 13 zetels en is op één klein plukje Overijssel na nergens meer de grootste. Het overgrote deel van het CDA-gebied uit 2006 is nu in handen van de VVD.

Daarnaast is de VVD (41 zetels) opgerukt in Limburg en het westen van Brabant, gebieden waar het CDA haar machtspositie twee jaar geleden moest afstaan aan de PVV. Behalve in drie gemeenten in Midden-Limburg en eentje in Noord-Brabant is ook de partij van Wilders (15 zetels), nergens meer de grootste.

Het CDA rest nog twee bastions: een van oudsher katholiek deel van Overijssel (Twente en een deel van Salland) en het protestants-christelijke deel van Friesland (al zijn ze daar nergens de grootste). De PvdA heeft haar bolwerken altijd kunnen vasthouden: de grote steden en het niet-christelijke deel van de drie noordelijke provincies. Maar echt terreinwinst hebben de sociaal-democraten ook nu niet geboekt.

De enige partij die echt nieuwe bolwerken heeft kunnen creëren, is de VVD. Van oudsher waren de liberalen sterk in de rijkste gebieden van het land, villadorpen zoals Wassenaar en Aerdenhout. Nu zijn ze dat ook in tal van gemeenten met nieuwbouwwijken, zoals Lansingerland en Haarlemmermeer. Ook in tuinbouwgebied Westland is de VVD nu sterk.

Een andere echte bolwerkenpartij is de SP (15 zetels). Eigenaardig is dat de socialisten bijna altijd de grootste zijn in de gemeente waar hun lijsttrekker vandaan komt. Dat gold voor Oss (Jan Marijnissen), Doesburg (Agnes Kant) en nu voor Boxmeer (Emile Roemer). Toch is dit verschijnsel iets anders dan de score die Venlonaar Wilders in zijn stad behaalde. Want de SP heeft grote lokale afdelingen in haar bastions, terwijl de PVV in Venlo niet in de gemeenteraad zit. Misschien komt het forse verlies van de PVV ook wel door dit gebrek aan een lokale basis.