Andreas Ottensamer versmelt met zijn klarinet

Klassiek

Rot. Phil. Orkest/Y. Nézet-Séguin. 13/9 De Doelen, R’dam. Verv. Gergiev Festival t/m 16/9 aldaar *****. (Copland) (Dvorak) ****

Voor orkesten is het een levensvraag: wat verwacht je van je solo-instrumentalisten? Moeten zij virtuozen zijn met ook een solocarrière? Of staat, ook roostertechnisch, het versmelten in een collectief voorop?

In Rotterdam werd het Klarinetconcerto van Aaron Copland gisteren niet gespeeld door de eigen soloklarinettist, maar door die van de Berliner Philharmoniker: Andreas Ottensamer (23). Ottensamer, telg uit een Weens klarinetgeslacht, is een über-solist en een fenomeen. Als organisch verlengstuk liet hij zijn klarinet voorgaan in melancholiek liefdesleed, een frivole groepsdiscussie en – in de toegift –de soepele loomte van Gershwins Summertime. Voor het Concertgebouworkest, dat zijn soloklarinettist net weer is kwijtgeraakt, kun je alleen maar hopen op iemand met soortgelijk onalledaags, oermuzikaal élan.

In zijn natuurlijke muzikaliteit bleek Ottensamer een ideaal partner voor chef Yannick Nézet-Séguin, die aansluitend uit zijn hoofd voorging in een opwindende, fysieke lezing op Dvoraks Negende symfonie – rijk aan de hem typerende mix van dynamische contrasten, ritmische stuwing en als gezongen lijnen. Het orkest, in opstelling met bassen achter en violen aan weerszijden, volgde soms een fractie minder scherp dan Nézet-Séguin gebaarde. Maar aan de kracht van de interpretatie deed dat niet af.

Hoewel het concert formeel onderdeel was van het Gergiev Festival, is Gergiev zelf alweer gevlogen – hij is met de musici van met zijn Mariinski Theater op een Russische tournee.