Het parlement zou vier jaar moeten blijven zitten

Voor de vijfde keer in elf jaar mocht de kiezer deelnemen aan landelijke verkiezingen. Dat is scheidend voorzitter van de Tweede Kamer, Gerdi Verbeet, wat al te dol. In het Reformatorisch Dagblad pleitte zij er onlangs voor om na te denken over een vaste zittingstermijn van vier jaar, zoals die ook geldt voor de gemeenteraden en Provinciale Staten.

Het beroep op de kiezers is inderdaad groot. Mochten zij in de nieuwe gemeenten Schagen, Molenwaard en Goeree-Overflakkee wonen, dan mogen ze in november opnieuw naar de stembus voor lokale verkiezingen. Andere kiezers mogen dat in elk geval in 2014 weer doen, als er in het hele land gemeenteraadsverkiezingen zijn, in 2015 (Provinciale Staten), nog een keer in 2015 (Europees Parlement), en als het volgende kabinet niet voortijdig sneuvelt, weer in 2017 voor de Tweede Kamer.

In 2009, 2010 en 2011 mochten kiezers ook al gaan stemmen voor hun vertegenwoordigend orgaan in respectievelijk Europa, gemeente en provincie. De diehards onder de kiezers deden in 2008 ook nog mee aan de waterschapsverkiezingen en mogen dat in 2014 opnieuw doen.

Na de landelijke verkiezingen van 1963 werd Nederland tot de volgende verkiezingen van 1967 geregeerd door drie verschillende kabinetten met drie verschillende premiers: Marijnen, Cals en Zijlstra. De kiezer hoefde er bij die tussentijdse formaties toen niet aan te pas te komen. Dat leidde in Den Haag tot de ‘Conventie van 1966’: het akkoord dat er na de val van een kabinet automatisch nieuwe verkiezingen volgen. De Grondwet meldt nochtans dat de zittingsduur van de Tweede Kamer vier jaar is (en dat zij bij Koninklijk Besluit kan worden ontbonden) en de Kieswet beweert dat de leden voor vier jaar worden gekozen.

De suggestie van Verbeet is het overwegen waard. Vooral omdat de kiezers in Nederland niet op een kabinet stemmen, maar op de Tweede Kamer. De gekozen volksvertegenwoordigers krijgen het mandaat om ervoor te zorgen dat er een regering wordt gevormd, die zij moeten controleren. Die volmacht is er voor vier jaar. Het was dus dit jaar heel wel denkbaar geweest dat, nadat het niet-gekozen kabinet-Rutte was gevallen, bijvoorbeeld de partijen die het Lenteakkoord in elkaar sleutelden ook een nieuw kabinet zouden hebben gevormd.

Het gaat wellicht te ver om een vaste zittingstermijn voor de Tweede Kamer wettelijk te verankeren. Maar de fracties in het parlement zouden zich op zijn minst eerst de vraag moeten stellen of er een andere coalitie mogelijk is alvorens zij de kiezer weer eens vervroegd raadplegen. Dan doen ze waarvoor ze gekozen zijn. Voor vier jaar.