Waar blijft toch het buitenland?

Nederlandse lijsttrekkers mijden internationale vraagstukken in de verkiezingen. Hierdoor schaadt Nederland zijn eigen belangen. Het is niets dan bangig provincialisme, schrijft Robert van de Roer.

Nederland is in de greep van een grillig neo-isolationisme – ook in verkiezingstijd. Angst van burgers voor verlies van welvaart en soevereiniteit kleurt al langer het buitenlands beleid: eigenbelang en -gewin dicteren de internationale samenwerking. Nederland doet niet meer overal mee.

Het is schrikken voor het buitenland, dat Nederland – behalve als negende handelsnatie ter wereld – ook kent als bewaker van de eurozone, medeoprichter van de Europese Unie en vaste deelnemer aan VN- en NAVO-missies en ontwikkelingshulp. Een land zonder macht, maar met invloed.

Vooral sinds de gedoogcoalitie met Wilders zit hier de klad in. Nederlandse topdiplomaten klagen dat Nederland internationaal in aanzien daalt en orders, topfuncties en invloed verliest. Nederland is „een zeurderig merk in Brussel” of „een humeurig probleemkind dat altijd weer een uitzondering wil”. „Nederland staat nergens meer vooraan”, zegt een topdiplomaat.

Dezelfde angst van burgers en politici en hetzelfde gebrek aan internationale ambities kleuren nu de verkiezingscampagnes. Nederland is zijn open, activistische blik op de wereld kwijt, en krampachtig in zichzelf gekeerd. Het buitenland is afwezig in de campagnes, meer dan voorheen. Het voorspelde serieuze Europadebat blijft uit en is bijna kinderlijk verengd tot ‘wel of geen extra geld voor de Grieken’.

Niemand heeft in al die tv-debatten de lijsttrekkers de cruciale vragen gesteld over de verbouwing die Europa de komende maanden ondergaat, of Nederland dat nu wil of niet. Hoe ver moet de renovatie van de eurozone en de EU gaan, waarvoor Europa’s ‘president’ Van Rompuy nu met andere hoofdrolspelers plannen uitwerkt? Wat wil Nederland aan politieke, economische en financiële integratie? Tot hoever moet het toezicht op banken, begrotingen en pensioenen gaan? Hoeveel soevereiniteit wil Nederland overdragen?

Maar ook andere internationale vraagstukken gaan de lijsttrekkers en media uit de weg: wie herstelt de reputatie van Nederland? Kan er verder worden bezuinigd op de diplomatieke dienst? Op ontwikkelingshulp? Op de krijgsmacht? Wat betekent de miljardenkaalslag op defensie voor de nationale veiligheid? En over veiligheid gesproken: laten we het kruitvat Syrië ontploffen, inclusief zijn chemische wapens, al dan niet samen met Iran?

Het bijna provinciaalse zwijgen van de lijsttrekkers over al die vragen is een uitverkoop van nationale waardigheid. Het gaat over staatszaken waarover iedere lijsttrekker in een middelgroot land een totaalvisie zou moeten hebben. Het gaat om de actieradius van zijn land in de wereld.

Juist de handelsnatie Nederland is zeer afhankelijk van het buitenland, omdat het daar veruit zijn meeste geld verdient. Daarom verdienen ‘onze’ internationale rechten en plichten ruim aandacht in een verkiezingsstrijd. Een natie die in het buitenland alleen geld ophaalt, verspeelt goodwill en speelruimte in onderhandelingen, zoals over EU-bijdragen.

„Met buitenlandse politiek kun je in Nederland geen verkiezingen winnen, alleen verliezen”, zegt een prominente partijgenoot van premier Rutte. Met buitenland scoor je niet als politicus, en niet als tv-medium. Te moeilijk, niet sexy.

De oorzaak is gebrek aan lef, leiderschap en communicatie. De meeste lijsttrekkers weten geen boodschap van hoop, kracht of positivisme in te brengen tegen het komische, maar onrealistische anti-Europa-cabaret van Wilders. PvdA-voorman Samsom doet dit nog het best, gezien zijn groei in de peilingen.

VVD-lijsttrekker Rutte belichaamt het neo-isolationisme. Als premier speelt hij een dubbelrol in de eurocrisis: monetaire havik in Den Haag en monetaire duif in Brussel, om zijn achterban te kalmeren en internationaal mee te werken. Door mee te werken met Brusselse begrotingsregels levert Den Haag wel degelijk soevereiniteit in, ook al ontkent Rutte dat.

Vorige week deed Rutte de stoere uitroep geen derde lening aan Griekenland te steunen, en niet tot het uiterste te gaan om de euro te redden. Druk op Griekenland zetten en PVV-kiezers paaien mag. Maar hier faalde Rutte als staatsman: nationale belangen mogen nooit ondergeschikt worden gemaakt aan verkiezingsbelangen van een premier annex lijsttrekker.

Het was ook grootspraak: Rutte zal zeker wel tot het uiterste moeten gaan, omdat Nederland, bij een val van de euro, met zijn export naar veel EU-landen extreme klappen oploopt. En Nederland heeft ook niet de macht om Duitsland, Frankrijk en Van Rompuys Commissie van meer integratie af te houden om de euro te stutten.

Hoever Ruttes uitroep van de realiteit afstaat, bleek een dag later: de Europese Centrale Bank gaat wel tot het uiterste om de euro te redden, door onbeperkt staatsobligaties van schuldenlanden op te kopen.

De meest realistische visie op de eurocrisis is van staatssecretaris Knapen (Europese Zaken, CDA), vorige week in een lezing. Hij zei dat Europa „al heel binnenkort erg concreet” afstevent op meer integratie en dat een stabielere eurozone mogelijk is met democratische controle vanuit nationale parlementen. Nederland moet snel zijn mening geven.

Helaas is ook Knapens advies bangig: snel ná de verkiezingen moet het parlement overleggen over het Nederlandse standpunt. Waarom niet nú? Leg de kiezer nú helder uit wat mogelijk is. Benoem de plus- en minpunten. Debatteer, spreek!

Al dit duikgedrag van politici doet burgers vervreemden van de politiek en verergert de eurocrisis: het tast het draagvlak onder de EU verder aan en geeft anti-Europese partijen nog meer rugwind.

De kunst om complexe kwesties eerlijk, helder en zonder angst uit te leggen, is een integraal onderdeel van goed leiderschap. Open communicatie is de enige uitweg om de euro te redden zonder de Nederlanders te verliezen. En de enige uitweg voor Nederland uit zijn neo-isolationisme.

Robert van de Roer is diplomatiek expert, adviseur en moderator.