Verzekeraars verliezen klanten aan banken

Nederlandse verzekeraars hebben door de eurocrisis hun geld uit probleemlanden Griekenland, Portugal, Italië, Spanje en Ierland gehaald en belegd in Nederland en in mindere mate Frankrijk en Duitsland. Dat schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) in een rapport over de verzekeringssector.

Uit het rapport blijkt ook dat levensverzekeraars nog steeds veel omzet kwijtraken onder meer door de opkomst van banksparen. Ook heeft de sector nog last van een slecht imago door de woekerpolisaffaire.

De levensverzekeringssector verkeert sinds 2008 in de problemen. Door de kredietcrisis maakten de verzekeraars dat jaar nauwelijks nog rendement op hun beleggingen. In 2009 was er volgens DNB sprake van herstel, maar in 2010 is het resultaat van de sector weer negatief doordat de uitkeringen in de sector hoger zijn dan de premies. Volgens DNB heeft dit een structurele oorzaak, namelijk de daling van de verkoop van nieuwe individuele levensverzekeringen. De jaarlijkse nieuwe productie van levensverzekeringen is teruggelopen van 8 miljard euro in 2008 tot circa 4 miljard euro in 2011. Deze daling is volgens DNB vooral het gevolg van de introductie van banksparen dat jaar. Daarvoor was tegen fiscaal gunstige voorwaarden vermogen opbouwen het exclusieve domein van verzekeraars. In die eerste twee jaar steeg het banksparen explosief. In 2008 hadden Nederlanders 0,6 miljard euro gestald op bankspaarrekeningen. In 2009 was dit gegroeid tot 2,6 miljard euro.

De resultaten van levensverzekeraars staan ook onder druk door de lage lange rente en de gestegen levensverwachting van klanten. Daardoor moeten verzekeraars grotere buffers aanhouden om aan de toekomstige verplichtingen te voldoen. De buffers stegen de afgelopen jaren met 45 miljard euro tot bijna 280 miljard euro. Door de verliezen op hun beleggingen de afgelopen jaren daalde het eigen vermogen van verzekeraars in 2007 en 2008 met eenderde. De jaren daarna werd dit gecompenseerd, waardoor de verzekeraars ruim aan de eisen van het vereiste vermogen voldoen. De verhouding tussen het aanwezige en vereiste vermogen bedraag 238 procent.

Verzekeraars zijn door de eurocrisis hun belegde vermogen gaan verschuiven binnen het eurogebied, levensverzekeraars nemen daarvan 80 procent voor hun rekening. Van een totaal belegd vermogen van 444 miljard euro eind 2011 is nu de helft in Nederland belegd. Eind 2006 was dat nog 43 procent van 330 miljard euro. De uitzettingen in de Europese probleemlanden daalde in die periode met de helft van 8 procent naar 4 procent van het totaal.