Verbouwd Kurhaus Kleef opent met expositie over Joseph Beuys

Mein Rasierspiegel; von Holthuys bis Beuys. Museum Kurhaus, Tiergartenstrasse 41, Kleef. T/m 13/1. Inl: www.museumkurhaus.de

Met een verbouwing, een tentoonstelling en een boek neemt Guido de Werd afscheid als directeur van Museum Kurhaus in Kleef. Veertig jaar was de Nederlandse kunsthistoricus de drijvende kracht achter de Kleefse musea. Als directeur van het B.C. Koekkoek Haus begon hij in de jaren tachtig ook moderne en hedendaagse kunst te verzamelen. Samen met de inmiddels verworven nalatenschap van de beeldhouwer Ewald Mataré (1887-1965) werd de collectie vijftien jaar geleden ondergebracht in het voormalige Kurhaus. Nu is dat uitgebreid met liefst zevenhonderd vierkante meter. Daarmee is voor het eerst alle ruimte om eens flink uit te pakken met een representatieve greep uit de eigen collectie.

Het kuurcomplex in classicistische stijl werd rond het midden van de negentiende eeuw gebouwd op de plaats waar zo’n honderd jaar eerder mineraalhoudende bronnen waren aangetroffen. Sinds 1997 is het museum gevestigd in het oude, al sinds lang in onbruik geraakte badhotel en de overdekte wandelgang die leidt naar het badhuis, het Friedrich-Wilhelm-Bad. Dat was tot voor kort in gebruik als stadsarchief, maar is nu gerenoveerd en bij het museum getrokken. Daarmee maken ook de ruimtes die de befaamde Kleefse kunstenaar Joseph Beuys (1921-1986) ooit als atelier gebruikte nu deel uit van het museum. Van 1957 tot 1964 huurde hij ruimtes in het leegstaande badhuis. Op oude foto’s is te zien hoe het er volstond met monumentale beeldhouwwerken zoals het kruisvormige oorlogsmonument Büdericher Ehrenmal. Nu zijn er vooral kleinschaliger werk, gereedschappen en vitrines met documentatie.

Ook de titel van de expositie, Mein Rasierspiegel, verwijst naar Beuys. Het is een deel van de tekst die hij schreef op een drie meter hoge foto van een brozen deur van de Dom van Keulen. Hij had daar omstreeks 1950, als leerling van Mataré, aan gewerkt en maakte er voor een expositie in 1980 ter gelegenheid van het 700-jarige jubileum van de Keulse Dom vier foto’s van. Over de foto van de deur – hij had in een kardinaalswapen een scheerspiegel verwerkt die er later vanaf was gevallen – kalkte hij „mijn scheerspiegel ontbreekt”.

De grote op doek gedrukte foto’s nemen een ereplaats in in een nieuwe zaal die het Kurhaus met het Friedrich-Wilhelm-Bad verbindt. In de acht meter hoge ruimte staan verder de topstukken van vijftiende-eeuwse Rijnlandse houtsculptuur die het museum rijk is. Hier komen de uitersten samen uit de ondertitel van de presentatie, die zich uitstrekt van middeleeuwse beeldhouwkunst en handschriftilluminatie, via prenten en schilderijen uit Renaissance en Barok, negentiende-eeuws glas-in-lood, diersculptuurtjes van Mataré en wandelstokken van Beuys, en heel veel werk van andere kopstukken van de moderne en hedendaagse kunst – van Yves Klein tot Richard Serra en van Stephan Balkenhol tot Giuseppe Penone. De expositie en het dikke, zeldzaam verzorgd uitgegeven boek geven een beeld van de brede schakering van de verzameling van Museum Kurhaus. Maar vooral blijkt eruit hoe indrukwekkend de hoeveelheid en kwaliteit van de contemporaine kunst is die directeur De Werd in Kleef bijeen heeft gebracht.