Vaar niet blind op 't CPB

Politici hechten groot belang aan de doorrekening van hun partijprogramma – zelfs zo veel dat het hen beperkt in hun visie, stellen Arnoud Boot en Sandra Phlippen.

Nederland prijst zich rijk met het Centraal Planbureau. Waar in een ander land de politiek zomaar wat cijfers kan masseren, wordt dit in Nederland voorkomen door de rekenmeesters van het CPB.

Zo ook in de verkiezingscampagne – alle partijprogramma’s werden doorgerekend. Dit heeft ook een keerzijde. De dominantie van CPB-modellen leidt tot verstarring in partijprogramma’s en het politieke debat. Visie ontbreekt. De bevalligheid van een politicus is bepalend. Dit is niet acceptabel in deze tijden van grote maatschappelijke veranderingen.

Begrijp ons niet verkeerd: het CPB doet zijn werk goed. Als de Franse minister op een Europese top met tekortkomingen in zijn begroting kwam aanzetten, was dat de volgende keer verholpen. De groeiverwachtingen waren naar boven bijgesteld en budgettaire problemen waren als sneeuw voor de zon verdwenen. In Nederland maakt de onafhankelijke rol van het CPB dit onmogelijk.

Het is goed dat partijen worden gedisciplineerd een programma op te tuigen waarin een dubbeltje niet drie keer kan worden uitgegeven, maar er zitten ook nadelen aan. Politieke partijen nemen elkaar de maat door zich blind te staren op modeluitkomsten. Schijnbaar zijn ‘harde’ cijfers – hoe onzeker en onvolledig ook – moeilijk te negeren. Maar een model is niet de werkelijkheid; het is een abstractie. Het lijkt wel of de politici de lessen van de bancaire crisis zijn vergeten. Het blinde vertrouwen van bankiers in hun interne risicobeheersingsmodellen speelde een niet onbelangrijke rol in het ontstaan van de crisis. Modeldoorrekeningen zijn een hulpmiddel. Ze kunnen helpen iets te begrijpen, maar geven geen volledig plaatje.

Door het zo centraal zetten van modeluitkomsten dreigt ook een visieloze kijk op de maatschappij. Reverse engineering, inspelen op modellen en kijken wat voor soort maatregel goed uit het model komt, is een sport geworden onder politici. Dit leidt niet alleen tot het uitbuiten van mogelijk zwakke punten in het model; het ontmoedigt ook elk type beleid dat schijnbaar moeilijk is door te rekenen of waarvan het effect ontbreekt in het model. Het is kwalijk als er hierdoor maatregelen worden genegeerd die goed zijn voor economische groei, maar onzichtbaar blijven in het model. Misschien is dit wel waarom er in de verkiezingscampagne zo weinig wordt gesproken over onderwijs. Het belang van de kenniseconomie valt niet te kwantificeren in een model.

Een model werkt goed in een relatief voorspelbare omgeving met vaste verbanden. Hierin zullen de boekhoudkundige verhoudingen op korte termijn snel domineren. De analogie met een onderneming is dat het boekhoudkundig perspectief nuttig is voor het beheersen van de onderneming (disciplinering), maar geen houvast biedt voor het vinden van voorspoedige groei.

Het keurslijf van het model leidt dan tot verstarring en gestandaardiseerde beleidsvoornemens. Dit bijt des te meer omdat er structurele wijzigingen gaande zijn in de economie – globalisering, ontwikkelingen in informatietechnologie – die juist vragen om een modeloverstijgende visie. Hoe zal Nederland zich positioneren in deze ‘nieuwe’ wereld? Wat betekent dit voor u en mij?

Natuurlijk valt er ook kritiek te leveren op de modellen van het CPB zelf. De Nederlandse economie heeft eind vorig jaar zware klappen gekregen door het instorten van het consumentenvertrouwen. Dat vertrouwen is voor het CPB evenwel niet te vatten in zijn modellen – en het effect van de maatregelen van de diverse politieke partijen op dat vertrouwen al helemaal niet.

Voor de woningmarkt is bijvoorbeeld de vraag relevant wat het effect is van duidelijkheid en geloofwaardigheid van beleid op het consumentenvertrouwen. Gebrek hieraan wordt door velen gezien als een belangrijke reden voor het vastzitten van deze markt. Als het CPB zegt dat de ‘belofte’ van de VVD om niet te sleutelen aan de hypotheekrenteaftrek de huizenprijzen met x procent gunstig beïnvloedt, is dit alleen zo als iedereen ervan overtuigd is dat de VVD tot in het hiernamaals aan de macht blijft en zich nooit bedenkt. Dit is natuurlijk onzin. Geloofwaardigheid van beleid is cruciaal. Dat zit niet in de CPB-modellen.

Uiteindelijk heeft economische groei te maken met radertjes die in elkaar vallen – een soort coördinatieprobleem. Innovatie is hiervan een voorbeeld. Waar komt ze vandaan? Wat voor type beleid helpt? Hoe een nieuw Silicon Valley te krijgen? Hoe kunnen universiteiten een veel grotere spin-off hebben voor hun omgeving? Geen van deze grootheden wordt gevangen in de modellen.

Het is prachtig dat we een CPB hebben dat een fundament legt onder de beloften van partijen, maar laat dit de politicus niet weerhouden van een modeloverstijgende visie. Er is misschien wel een dubbele causaliteit. Niet alleen heeft de dominantie van de CPB-modellen visie onderdrukt, maar gebrek aan visie heeft mogelijk ook geleid tot de excessieve dominantie van de modellen.

En dat is niet acceptabel.

Arnoud W.A. Boot is hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam. Sandra Phlippen is hoofdredacteur van Economisch Statistische Berichten.