Opinie

Uitbundigheid, maar dan niet op de beurs

Haagse veteranen moeten diep in hun geheugen graven om een precedent te vinden van het huidige wilde verloop van de peilingen. Spannend zijn de verkiezingen van morgen zeker: de PvdA ging in twee weken tijd van 22 zetels naar 35 zetels. De SP zakte in die tijd juist van 30 naar 21 zetels. D66 ging in drie weken van 15 naar 11 zetels.

Tom van der Meer (en anderen) van de Universiteit van Amsterdam bedachten begin dit jaar in hun onderzoek ‘Kieskeurige kiezers’ voor dit soort verschuivingen de term ‘netto volatiliteit’. Het concept is simpel en doeltreffend: tel de zetelwinst van alle partijen die het in een peiling beter doen dan in de vorige bij elkaar op.

De volatiliteit (beweeglijkheid) van de kiezers neemt in Nederland toe. Dat is ook nu te merken. Als we de cijfers nemen van de laatste peiling van Ipsos Synovate van afgelopen zaterdag en die vergelijken met een maand daarvoor, dan bedraagt de netto-volatiliteit nu 13 – die overigens vrijwel geheel voor rekening komt van de opkomst van Samsoms PvdA. Daarmee zou, voor zo ver bekend, de volatiliteit de grootste zijn sinds het najaar van 2007.

Je zou bijna gaan denken dat er een samenhang is tussen kiezersgedrag en beurzen – het enige domein waar het begrip ‘volatiliteit’ sinds jaar en dag deel uitmaakt van het dagelijkse vocabulaire. Forse koersschommelingen zijn geen zeldzaamheid meer. Zelfs op markten die voorheen lastig in beweging te krijgen waren – staatsobligaties bijvoorbeeld – slaan de golven tegenwoordig regelmatig over de dijk.

De Amerikaanse econoom Robert Shiller, die de internetzeepbel al voorzag, noemt zeepbellen in wezen sociale verschijnselen die op de financiële markt hun uitdrukking krijgen in de prijs van een goed. Denk aan de internethype zelf, waarbij het beeld van de toekomstige, door het web veranderde, samenleving zelf in wezen het onderwerp was van de speculatie. Die speculatie voedde de aandelenkoersen van al de toekomstige winnaars in de ‘nieuwe economie’, en juist het stijgen van die koersen bevestigde de aanhangers weer in hun eigen gelijk.

Denk hier bijvoorbeeld ook aan goud. De goudprijs is de afgelopen jaren sterk gestegen, en het bijbehorende verhaal is hier eveneens maatschappelijk: een gebrek aan vertrouwen (fiducie) in het huidige monetaire systeem dat op fiduciair geld is gebaseerd. De Amerikaanse Fed die de economie overspoelt met dit fiduciaire geld om haar vlot te trekken. De Europese Centrale Bank die het zelfde lijkt te doen. De typische goudaanhanger, die overigens zowel in zeer linkse als zeer libertijnse kring te vinden is, vermoedt een complot. De stijging van de goudprijs bevestigt hem in de overtuiging het bij het juiste eind te hebben.

Geldt die zelfsversterking ook voor electorale peilingen? Wie het verloop van het zetelaantal van een partij ziet als een koers van een aandeel, komt best een eind: een getalsmatige uitdrukking van een ‘verhaal’. En hoe meer dat verhaal in zwang raakt, hoe meer wáár het lijkt te worden. Geen wonder dat het beïnvloeden van dat verhaal, de ‘narrative’, voor partijstrategen het belangrijkst wordt.

Dat wil niet zeggen dat de politiek op de beurs begint te lijken. Eerder lijkt er sprake van gelijktijdigheid: allebei de ‘markten’ beschikken over steeds meer, en snellere, informatie. Ook informatie over zichzelf, zoals een peiling dat is. Het betekent wel dat verassingen aannemelijker worden. Het ‘opwaarts momentum’ van de PvdA, om in het beursjargon te blijven, is op dit moment enorm. Er bestaat een kans op een verbijsterende uitslag, morgen.