Rots van de Duitse democratie

Een opperrechter is het Constitutionele Hof niet, maar het moet wel de rechten uit de grondwet waarborgen.

Het Bundesverfassungsgericht, het Constitutionele Hof, is de trots van de Duitse democratie. Morgen gaat het een oordeel vellen over de grondwettelijke toelaatbaarheid van de Duitse garantstelling voor het permanente noodfonds voor de euro. Volgens sommigen brengt het Europese stabiliteitsmechanisme ESM de soevereiniteit van de Bondsrepubliek in gevaar.

Het Bundesverfassungsgericht staat op gelijk niveau met het parlement (de Bondsdag) en de Bondsraad, waarin de deelstaten op federaal niveau vertegenwoordigd zijn. Het hof telt zestien rechters, allen benoemd voor één termijn van 12 jaar. De helft wordt voorgedragen door de Bondsdag, de andere helft door de Bondsraad. „Bovendien worden rechters met een tweederde meerderheid gekozen”, zegt hoogleraar staatsrecht Udo di Fabio, tot voor kort zelf rechter in Karlsruhe. „Is dat geen fantastische democratische legitimatie?”

Het hof is geen opperrechter zoals de Hoge Raad of het Amerikaanse Supreme Court waar rechtszaken in hoogste instantie worden getoetst. Het heeft uitsluitend tot taak de in de grondwet neergelegde rechten van de Duitse burgers te waarborgen. Na de Tweede Wereldoorlog was duidelijk dat de democratie en de rechtsstaat in Duitsland weerbaar moesten zijn tegen anti-democratische bedreigingen.

Bijzonder is dat de staatrechtelijke kwesties ook rechtstreeks door burgers kunnen worden voorgelegd, zoals nu met ook de toetsing van het ESM-besluit is gebeurd – ruim 37.000 keer zelfs, een record. Rechters verklaren steeds dat zij strikt juridische oordelen uitspreken over politieke kwesties. Zoals de vorige president van het hof, Hans-Jürgen Papier (1943), in juli tegen Welt Online zei: „De rechters denken na over de politieke uitwerking die een besluit kan hebben. Maar zij weten dat het bedrijven van politiek niet op hun weg ligt.”

Vijf mannen en drie vrouwen buigen zich op dit moment over het ESM. De druk is groot. „Maar dat hoort bij het werk”, zeg Fabio. „De beraadslagingen bij dit soort beslissingen zijn spannend. De specialist op het terrein bereidt een oordeel voor – lijvige boekwerken van soms 600 pagina’s. Vervolgens geven alle rechters daarover hun oordeel, naar anciënniteit. En dan volgt de discussie. Dat is een echte strijd! Dat kan dagen duren en dat is mooi. Saai is het ommet zijn achten uiteindelijk uit te komen op een eindoordeel waarbij je het eens moet worden over elke komma.”