Psychotisch gefeut

Niemand ontsnapte aan de dans: Emile Roemer werd door Frits Wester opgedragen om live een goeie lullepot te houden in het Engels. Geert Wilders blies een ballonnetje op voor de jeugd. Het NOS Journaal zoomde op een zomerse dag in op de boezem van Sap en onthoofdde haar prompt. En, misschien wel het meest merkwaardige tv-moment: Mark Rutte tegenover Peter R. de Vries in het DWDD-tribunaal. Hij werd als een crimineel ondervraagd. Een paar minuten later was hij ineens Hugh Grant: sexy & vrijgezel. Mijn vriend verzuchtte: „Eigenlijk worden die politici van tegenwoordig gewoon gefeut. De verkiezingen zijn één grote groentijd. Niets is te gek. Door het hele land gesleurd, voor ieder camera. Liedje zingen. Vals! Nog ’s.”

Politiek is ontgroening. Ontgroening is spel. Spel is politiek. Politiek is media. Media is politiek. Niemand weet meer waar het allemaal is begonnen, misschien was het wel altijd zo geweest.

Het politieke mediacircus levert in ieder geval genoeg stof of voor het legertje kritische media-bloggers en columnisten die erop wijzen hoe ‘de’ media ‘de’ politiek beïnvloeden. Uitstekend natuurlijk, want de media zouden de media niet zijn als ze er geen schande van zouden spreken, van de media.

Ik blaas ook mee op mijn fluitje, al kan ik het nauwelijks meer bijhouden. Iedere dag zijn weer nieuwe peilingen van Maurice de Hond, van TNO en van Synovate – waarop weer moet worden gereageerd in de media door politici en door de media. Speculaties over de zin en onzin van dagkoersen, te vroeg pieken, te laat pieken. Precies op tijd pieken. Met als hamvraag: hoe beïnvloeden de peilingen in de media de peilingen in de media? Een bizarre loop.

Dat ik in een postmoderne mediapolitieke psychose ben beland, realiseerde ik mij toen ik op de voorpagina van de Volkskrant een foto van Andries Knevel zag op de plaats waar de laatste dagen alleen maar foto’s van politici hadden gestaan die in een rubriek hun favoriete liedje en film noemden. Het drong pas een uur later tot mij door dat ik niet op Andries Knevel kon stemmen. Datzelfde overkwam me met Jeroen Pauw enPaul Witteman, wier hoofden in de leader van 1 voor de verkiezingen tussen die van de politici opduiken. En ik dacht écht even dat ik Twan Huys bij Nieuwsuur hoorde zeggen: „En natuurlijk is er Ferry Mingelen, die de factcheckers controleert op waarheid en onwaarheid.”

Media en politiek, gast en gastheer, feiten en meningen, leugen en retorica, columns en mediacolumns, peilingen en uitslagen – alles smolt samen.

Toen vorige week berekeningen naar buiten kwamen dat de presentatoren van politieke tv-debatten langer aan het woord zijn dan de politici zelf, viel alles in een helder psychotisch moment op zijn plek. We zijn toe aan de (Meta-)Media Partij! Lijsttrekker is Mathijs van Nieuwkerk met als tweede een prettig neutrale vrouw: Mariëlle Tweebeeke. Verder: Rick Nieman, Bert Brussen, Frits Wester, Sywert van Lienden, Peter R. de Vries, Andries Knevel, Paul Witteman, Ferry Mingelen, Jort Kelder, Bart Chabot, Koefnoen, Maurice de Hond, Thierry Baudet en Albert Verlinde. Als lijstduwer Youp van ’t Hek, van wie ik afgelopen zaterdag, net toen ik deze meta-mediacolumn naar de redactie wilde mailen, de postmoderne, psychotische meta-meta-mediacolumn las die alle meta-mediacolumns voorgoed overbodig maakte.

Hans Wiegel als lijstduwer kan natuurlijk ook. Gewoon, omdat het kan.

Moment. Weinig vrouwen op die lijst! Niet zeuren, Hugh Grant gaat de crisis oplossen. Even checken hoe zijn Engels is. Wordt vervolgd.