Oer-gym

De oermens is van zijn harige, aapachtige imago af en geldt tegenwoordig als toonbeeld van gezondheid en kracht.

Na kilometers hardlopen, push-ups, sprinten en klimmen, krijgen de deelnemers van de Urbanathlon-training een zitoefening te verwerken.
Na kilometers hardlopen, push-ups, sprinten en klimmen, krijgen de deelnemers van de Urbanathlon-training een zitoefening te verwerken. Foto Jan Dirk van der Burg

Je bent toch wel fit? Een verontrustende eerste vraag. De veertig mannen en vrouwen die trainen ‘als een oermens in de stad’ hebben indrukwekkende lijven. Rollende spieren, scherp afgetekend in de strakke sportkleding die door zweet en regen aan hun lichamen plakt. Ik slik een brok zenuwen weg als we vertrekken. We doen mee aan een van de trainingen die worden georganiseerd voor de eerste Nederlandse Urbanathlon op 16 september. Zo’n 4.000 deelnemers zullen die dag ruim veertien kilometer hardlopen, met onderweg ruim twintig ‘obstakels’. De oermens, is de gedachte, was een allround atleet: een begenadigd hardloper met enorme spieren. Wij hoeven zijn bewegingspatroon niet te imiteren om aan eten te komen of om aan vijanden te ontsnappen. Maar we kunnen wél trainen zoals „de natuur het bedoeld heeft”, in een omgeving die we voor onszelf gecreëerd hebben: de stad. Dat is de visie van trainster Angélique Heijligers. Ze werkt in de fitnessbranche en publiceerde het handboek voor de Urbanathlon, Train als een oermens in de stad. Zo schrijft ze: „Ren, spring, klim en klauter [...]. Leer anders te denken over jezelf, je omgeving en jouw plaats daarin; overwin fysieke grenzen en zie mogelijkheden waar je eerst obstakels zag.”

Obstakels zijn bijvoorbeeld auto’s, waar je overheen kunt klimmen, of buizen, waar je doorheen kunt kruipen. Hekken en muurtjes, om overheen te springen. Maar ook: emmers met bidons vol water van je groepsgenoten dragen terwijl je de oefeningen doet en hardloopt. „Heerlijk”, geniet deelneemster Nicole terwijl we in stevig tempo Amsterdam in rennen. Zoals veel andere deelnemers combineert Nicole deze trainingen voor de Urbanathlon met bootcamp – trainingen gebaseerd op die van het Amerikaanse leger. Daarnaast doet ze aan hockey en „gewoon hardlopen”. Maar dat laatste vindt ze „eigenlijk heel saai.”

Was dit een film, dan zal de kijker een vermoeden hebben van wat er met de hoofdpersoon is gebeurd als hij een paar scènes na het begin, kokhalzend van uitputting en doorweekt van het zweet, over een weg strompelt. Wat de regisseur niet in beeld bracht: kilometers hardlopen, afgewisseld met push-ups, dips, burpees, walking lunges, sprintoefeningen, planken, emmers water dragen, klimmen, over hekken springen. Dit alles in de stromende regen en omringd door mensen die extreem fit zijn. Intimiderend fit. Mensen die ervan genieten om afgebeuld te worden (trainster Angélique: „Go, go, go! Wij joggen niet, wij rennen!”) en die geloven dat deze sport hun lijven sterker, fitter en minder blessuregevoelig maakt dan de apparaten in een sportschool dat kunnen.

We sluiten de training af bij de trappen voor Science Center Nemo. We moeten omhoog rennen en dan op handen en voeten naar beneden. Maar na anderhalf uur training, en zonder aan alles meegedaan te hebben, ben ik al zover heen dat ik nauwelijks nog mijn ene been voor het andere krijg.

Evolutie

Wie had kunnen bedenken dat de oermens van 200.000 jaar geleden ooit nog eens hip zou worden. Een levensovertuiging, een voorbeeld, de hoop om weer gezond te worden, zonder moderne kwalen als overgewicht en hart- en vaatziekten. Terwijl hij zocht naar noten en zaden, viste, bessen plukte, knollen opgroef en bij gelegenheid een dier ving, kweekte hij een godenlichaam. De laatste jaren zijn er oerdiëten ontwikkeld, er wordt onderzoek gedaan naar de levensstijl en gezondheid van onze voorouders. En nu dan in Amsterdam de eerste Nederlandse Urbanathlon, overgewaaid uit Amerika.

Wanneer veranderde het beeld van die harige, aapachtige oermens in een voorbeeld van gezondheid en kracht? Hij dankt zijn nieuwe imago aan de opkomst van het evolutiedenken in het dagelijks leven, een gevolg van de wetenschappelijke vooruitgang op dat gebied. Zoals de geëxplodeerde kennis van de genen, de vondst van veel resten van oermensen en de opkomst van de evolutionaire psychologie sinds de jaren negentig. Volgens deze psychologie wordt veel van ons denken en van onze mentaliteit geleid door oude hersenmodules en instincten. Instincten die zijn vormgegeven tijdens onze evolutie als jager-verzamelaar en nog niet zijn aangepast aan ons bestaan als landbouwers en industriëlen.

Rauw vlees

Is het waar dat je veel vlees moet eten als je wilt leven als een oermens, of is dat een vooroordeel? En moet dat vlees rauw zijn? De bronnen voor het daadwerkelijk volgen van een paleolithisch dieet – het voedselpatroon van onze voorouders – zijn talrijk. Wetenschappers en gezondheidsfreaks zeggen lang niet altijd hetzelfde. Ik pas mijn voeding steeds meer aan, niet gebaseerd op één dieet of één deskundige, maar op gezond verstand en praktisch denken. Nee, dat vlees hoeft niet rauw te zijn. Archeologen vonden kampvuren met verkoolde botten, zaden en pitten van 200.000 jaar geleden. En in het tandsteen van Neanderthalers (100.000 jaar geleden) zijn resten van gekookt voedsel gevonden. Daaruit blijkt dat vroegere menssoorten hun voedsel al verhitten.

Langzame koolhydraten

Maar ik ontbijt niet meer met yoghurt nadat ik De Voedselzandloper (2012) van de jonge arts en onderzoeker Kris Verburgh heb gelezen. Zuivelproducten, schrijft hij, verhogen de kans op de ziekte van Parkinson, osteoporose, ovarium- en prostaatkanker en ze zijn slecht voor je darmen. De hoeveelheid calcium die je nodig hebt, kun je volgens hem beter uit groente en fruit halen. Ik probeer ook minder koolhydraten te eten. Begin dit jaar schreef Remko Kuipers in zijn promotieonderzoek dat koolhydraten de kans op hart- en vaatziekten verhogen, veel meer dan verzadigd vet dat doet. Kuipers pleit voor een terugkeer naar de voedingsgewoonten uit de oude steentijd, vertaald naar de huidige cultuur. Skippen: snelle koolhydraten (in frisdrank, koekjes en snoep skippen. Veel minder langzamere koolhydraten (rijst, brood, pasta, aardappelen) eten en die vervangen door langzame koolhydraten (groente en fruit) is daar een onderdeel van.

Het grootste nadeel van dit dieet: het kost veel tijd. Voor een ontbijtsmoothie moet ik fruit schillen en snijden. Om te lunchen met groenten en kip moet ik opnieuw schillen, snijden en nu ook bakken. Ik doe veel meer boodschappen omdat ik veel meer groente en fruit eet en dat bederft sneller dan boter en kaas, pasta en rijst. Het is dus ook duurder. In de kantine op de redactie valt het niet mee om paleolithisch eten bij elkaar te scharrelen. Voor een consequent dieet moet ik al mijn lunches thuis voorbereiden.

Maar ik ontdek ook voordelen. Het is lekker. Ik heb tussendoor minder snel trek. Ik word me bewuster van wat ik eet en krijg meer interesse in koken. Ik lijk me fitter te voelen en ’s morgens kom ik gemakkelijker mijn bed uit. Het lijkt of ik ’s avonds minder moe ben, mijn huid mooier wordt en ik strakker in mijn vel zit. Al kunnen dat natuurlijk ook placebo-effecten zijn.

Tijdens de urbanathlon-training denkt mijn lijf er echter heel anders over. Het contrast tussen de blije, onvermoeibare groep en mijn totale uitputting is gênant, en nog veel groter dan ik had verwacht – ik ben zelf toch een hardloper? Nicole stelt me een beetje gerust: „Zelfs marathonlopers kunnen deze trainingen vaak niet aan. Behalve conditie heb je namelijk ook kracht nodig.”

„Kom op”, moedigt deelnemer Floris aan, „doe dan vijf treden.” Ik doe het. Een paar treden, terwijl de anderen fluks naar beneden klauteren, sommigen zelfs tot vier keer toe. „Dat waren er zeker tien”, telt Floris tevreden, terwijl hij, op handen en voeten, achterom kijkt.

Ik ben nog lang geen oermens.