Ode aan het aloude bouillonblok

Een bouillonblokje is een nederig maar soms onmisbaar ingrediënt om sauzen of soepen iets boven zichzelf uit te laten tillen. Natuurlijk, je moet eigenlijk in de weer met het roosteren van kalfsbeenderen en een secure selectie groenten. Maar kom op, dat doet iemand ook wel eens niet. Nederig, zei ik, maar wie in de historie van dit blokje duikt – zoals de Financial Times vorige week – neemt zijn hoed af.

De oorsprong van het bouillonblok is te vinden in Uruguay, in een vestiging van de Liebig Extract of Meat Company, Lemco. De onderneming was vernoemd naar Justus Baron von Liebig. Deze organisch chemicus stond niet alleen aan de wieg van het prozaïsche bouillonblokje, maar bedacht ook hoe je kunstmest kon produceren, een truc die de mondiale landbouwopbrengsten revolutionair vergrootte – Zuid-Amerikaanse guanodelvers zullen toen minder blij zijn geweest.

Die Liebig, dus, meende dat vlees een substantie bevatte die essentieel was voor de menselijke gezondheid. Na veel gedoe met destilleerkolommen en erlenmeyers kwam hij tot Liebig’s Extractum Carnis. Een halve liter van het vloeibare goedje bevatte alle goeds uit meer dan vijftien kilo vlees.

In Europa was vlees echter zo duur dat de productiekosten van de bouillon verkoopsucces in de weg stonden. En vandaar dat Lemco naar het Zuid-Amerikaanse land uitweek: daar was het vee vele malen goedkoper. En toen was het van een dik bruin vleessap naar een nog geconcentreerder vast blokje nog maar een klein stapje. Het OXO-blokje was het resultaat en dat is eindeloos gekloond.

Je kunt een soort Lemco namaken door een gewoon bouillonblok in twee eetlepels heet water op te lossen totdat een soort zoute siroop ontstaat. De FT heeft ook een ouderwetse, zeer Britse suggestie voor een recept opgedoken uit een oud Lemco-kookboek: bouillonsandwiches.

Snijd de kip en ham fijn. Los de bouillon op in twee eetlepels heet water en doe hierbij de kerrie, de kappertjes, een kneep citroen en de chutney. Roer hier de kip en de ham doorheen. Steek acht rondjes ter grootte van een bierviltje uit het oude witte of bruine brood. Bak de rondjes mooi bruin in de helft van de boter.

Besmeer de helft van de rondjes met het mengsel en leg de andere helft er bovenop. Leg ze in een ruime ovenschaal en maak op het brood bergjes van de geraspte kaas gemengd met de rest van de boter. Laat ze nog tien minuten garen in een voorverwarmde oven (200 graden) tot de kaas gesmolten is. Bestrooi met fijn geknipte peterselie.

De serveertip is ook mooi ouderwets: op een gevouwen linnen servet.

Thuiskok heeft vijf auteurs: Janneke Vreugdenhil (ma), Menno Steketee (di), Roos Ouwehand (woe), Joël Broekaert (do) en Joep Habets (vrij).